Insomnia: wat betekent het en wat kun je doen?
Je ligt wakker terwijl de rest van het huis slaapt. Of je wordt om 4.00 uur ’s nachts wakker en kunt niet meer inslapen. Een slechte nacht kan iedereen overkomen. Maar gebeurt dit vaker? En voel je je overdag moe of prikkelbaar? Dan kan het gaan om insomnia.
Somnoloog (slaaparts) en slaaptherapeut Ingrid Verbeek legt uit wat insomnia precies is en wanneer je het over een echt slaapprobleem hebt.
Wat is insomnia?
Insomnia is het medische woord voor langdurige slapeloosheid. In dit artikel gebruiken we vooral het woord slapeloosheid, omdat dat voor de meeste mensen duidelijker is.
Slapeloosheid betekent dat je al een tijd moeite hebt met slapen én dat je daar overdag last van hebt. Het gaat dus niet alleen om een paar slechte nachten. “We noemen het pas insomnia als iemand langere tijd slecht slaapt en overdag klachten heeft,” zegt Ingrid. “Zoals vermoeidheid, concentratieproblemen of prikkelbaarheid.”
Met andere woorden: bij insomnia gaat het om het geheel. Niet alleen om de nacht, maar ook om hoe je je overdag voelt.
Hoe ontstaat slapeloosheid?
Slapeloosheid heeft meestal niet één oorzaak. Vaak spelen verschillende factoren tegelijk een rol. Stress speelt een grote rol. Als je lichaam gespannen blijft, kun je in bed niet goed ontspannen. Je hartslag blijft hoger en je gedachten blijven actief. “Bij slapeloosheid staat je lichaam vaak nog in een soort waakstand,” legt Ingrid uit. “Daardoor schakelt het minder goed naar slaap.”
Er kunnen ook andere dingen meespelen. Denk aan een onregelmatig slaapritme, veel schermgebruik in de avond, cafeïne, alcohol of lichamelijke klachten. Wat je overdag doet, werkt door in de nacht. “Slaap volgt een ritme van 24 uur,” zegt Ingrid. “Wat je overdag doet, zie je ’s nachts terug.”
Slapeloosheid door stress
Bij veel mensen begint slapeloosheid door stress. Dat kan werkstress zijn, zorgen om je gezin of spanning in je lichaam die zich opstapelt.
Als je slecht slaapt, kun je je daar zorgen over maken. Je ligt in bed en denkt: als ik nu niet slaap, ben ik morgen kapot. Die gedachte zorgt voor extra spanning. En die spanning maakt inslapen nog moeilijker. Zo ontstaat een vicieuze cirkel. Hoe harder je probeert te slapen, hoe minder het lukt.
Ingrid ziet dat vaak in haar praktijk. “Mensen gaan hun slaap controleren. Ze willen het goed doen. Maar slaap laat zich niet dwingen.”
Wat te doen tegen slapeloosheid?
Veel mensen vragen zich af wat ze kunnen doen tegen slapeloosheid. Het antwoord zit meestal niet in één snelle oplossing.
Volgens Ingrid begint verbetering van slapeloosheid bij een vast ritme. Sta elke dag rond dezelfde tijd op, ook in het weekend. Ga niet steeds eerder naar bed als je slecht hebt geslapen. En zorg dat je overdag genoeg daglicht krijgt, vooral in de ochtend. “Je biologische klok houdt van vaste tijden,” zegt Ingrid. “Daar geef je je lichaam houvast mee.”
Daarnaast helpt het om overdag rustmomenten te nemen. Als je systeem de hele dag ‘aan’ staat, neem je die spanning mee de nacht in.
Bij langdurige slapeloosheid kan cognitieve gedragstherapie (CGT‑i) voor insomnia helpen. Daarbij kijk je naar je gedachten over slaap en naar je gedrag rondom slapen. Dat is volgens Ingrid vaak effectiever dan alleen ontspanningsoefeningen.
Hulp bij slaapproblemen
Blijf je slecht slapen en wil je weten wat je kunt doen? In de ZelfZorgWijzer-app van Zilveren Kruis krijg je persoonlijk advies dat past bij jouw klachten. Je kunt een zelfhulpmodule van NewHealth volgen.
Je kunt ook je vraag stellen via de chat aan een verpleegkundige van Eurocross. Zo krijg je snel duidelijkheid en weet je wat je zelf kunt doen om beter te slapen.