Kinderen gebruiken verschillende schermen: telefoons, tablets, laptops en televisies. Ze kijken video’s, doen spelletjes, maken huiswerk of scrollen op social media. Dat is op zich niet verkeerd – als het in evenwicht blijft. “Niet alle schermtijd is hetzelfde. Een leerzaam filmpje is iets anders dan scrollen zonder nadenken. Kijk vooral of schermtijd andere belangrijke dingen in de weg zit, zoals slaap, bewegen of sociaal contact.”
Er zijn dus geen harde regels voor hoeveel schermtijd gezond is. Maar er zijn wel regels die ouders kunnen helpen om een goede inschatting te maken.

Een kind dat vaak op een scherm kijkt, is niet meteen verslaafd. Toch is het goed om op te letten. “In de wetenschap gebruiken we het woord ‘verslaving’ niet zomaar", zegt Wouter. “Maar als je kind alleen nog maar achter een scherm zit en weinig meer speelt, slaapt of voor school doet, dan is het tijd om in te grijpen”, legt Wouter uit.
Hoe weet je of het tijd is om iets te doen? Let op deze signalen:
Lees ook het artikel: Te veel op je telefoon? Dit zijn de 7 symptomen
Kinderen vinden het vaak lastig om uit zichzelf minder op hun scherm te zitten. Dat is niet gek. Schermen zijn namelijk aantrekkelijk én overal. “Kinderen geven zelf vaak aan dat ze te veel op hun telefoon zitten”, zegt Wouter. “Maar ze weten niet altijd hoe ze dat moeten veranderen. Daar hebben ze hulp bij nodig.” Als ouder kun je op een positieve manier invloed hebben op de situatie. Bepaal niet alleen de regels, maar geef zelf het goede voorbeeld en praat over een gezonde hoeveelheid schermtijd.
Schermen horen bij het leven van kinderen. Ze zijn handig en leuk, maar te veel schermtijd kan leiden tot stress, slaapproblemen en minder concentratie. Bij Zilveren Kruis helpen we gezinnen om daar bewust mee om te gaan. Met praktische tips, handige hulpmiddelen en herkenbare verhalen helpen we je op weg. Wil je meer grip op schermgebruik in huis? Doe de check en start met social minderen.
Bronnen:
Netwerk Mediawijsheid (2024). Onderzoek Gezond Schermgebruik - Unicef (2024) - Siebers et al. (2024)