Sylvia (36) gooide haar eetpatroon om. “De helft van wat ik at bestond uit brood.”

Sinds het thuiswerken kwam Sylvia ineens kilo’s aan. Dus besloot ze haar eetpatroon grondig onder loep te nemen. “Ik kwam erachter dat ik helemaal niet gevarieerd at. 60% van mijn dagelijkse voeding bestond uit tarwe.”

aan het koken bij het aanrecht

Net als veel anderen werk ik sinds maart van dit jaar voornamelijk thuis. Wat een verschil! Ineens hoefde ik niet meer dagelijks heen-en-weer te fietsen naar mijn werk. Bovendien werk ik aan de keukentafel, gevaarlijk dicht bij de koelkast. En dat is merkbaar, zullen we maar zeggen. Ineens zaten er een paar kilo aan die ik voorheen niet had. Daar baalde ik wel van. Vooral omdat ik toch echt wel probeer een beetje op te letten.

Lief eetdagboek…

Goed, die kilo’s dus, daar wilde ik vanaf. Of eigenlijk: ik wilde weten waarom ze er bij waren gekomen. Zo ongezond at ik toch niet? Om een beter beeld te krijgen van mijn eetpatroon besloot ik een week lang een eetdagboek bij te houden. Trouw schreef ik alles op wat ik op een dag at, en aan het eind van de week maakte ik de balans op. Wat bleek: ik at veel minder gevarieerd dan ik dacht. Zo bestond 60% van wat ik at bijvoorbeeld uit tarweproducten. Meer dan de helft! Ik ontbeet en lunchte eigenlijk uitsluitend met brood, en ’s avonds at ik dan ook nog regelmatig pasta. Daarnaast maakte het eetdagboek ook duidelijk dat ik echt minder groenten en fruit at dan ik dacht, en bovendien veel meer suiker binnenkreeg dan ik doorhad.

Tijd voor verandering

Het grappige was dat de dingen die ik at helemaal niet per se ongezond waren. Een volkoren boterham met kaas of pasta zonder vlees zijn natuurlijk op zichzelf prima. Het waren de verhoudingen die niet klopten in mijn eetpatroon. Te veel koolhydraten, te weinig groentes, eiwitten en gezonde vetten. Dat had ik me nooit gerealiseerd. Toen ben ik dingen gaan omgooien. Ik begon met het vervangen van brood bij het ontbijt óf de lunch. Dat ging eigenlijk heel makkelijk. Voor ontbijt koos ik bijvoorbeeld voor kwark met noten of fruit, of voor de lunch maakte ik een salade, soepje of een omelet. Daarnaast stelde ik mezelf als doel meer groente te eten bij het avondeten. Wat mij hierbij hielp was om de groente centraal te stellen in wat ik ging maken. Dus niet: “wat eten we vanavond voor vlees?”, maar “Met welke groentes wil ik vanavond koken?”

Resultaat op de weegschaal

Deze veranderingen vond ik eigenlijk een stuk makkelijker dan ik van tevoren had verwacht. Ik ben nu twee maanden bezig, en ik begin echt verschil te zien. Ook op de weegschaal (yes!). En een bijkomend voordeel is dat ik tussendoor veel minder trek heb. Doordat ik mijn koolhydraten nu niet meer voornamelijk uit brood haal, maar bijvoorbeeld uit groenten en peulvruchten heb ik minder last van suikerpieken en bijbehorende dipjes. Wat het ook weer eenvoudiger maakt niet tussendoor of ’s avonds nog te snacken. En voor mijn gevoel eet ik helemaal niet minder dan eerst. Alleen met meer variatie.”