Ouders en hun pas geboren kindje hebben recht op goede kraamzorg. Deze ondersteuning geeft pasgeboren baby’s een goede start en helpt de ouders in de eerste dagen na een geboorte. Kraamzorgorganisaties werken hard om ervoor te zorgen dat iedere moeder de zorg krijgt die zij nodig heeft. Echter, vanwege het tekort aan personeel is dit een steeds grotere uitdaging. Ook zorginhoudelijke en technologische ontwikkelingen zorgen ervoor dat verandering nodig is. De ambitie van zorgverzekeraars is helder: wie dat nodig heeft, blijft toegang houden tot passende kraamzorg.
Hoeveel kraamzorg er beschikbaar is, verschilt per regio en per periode. In de winter is vaak genoeg kraamzorg beschikbaar, terwijl er in de zomer in bepaalde gebieden meer moeite is om de roosters rond te krijgen. Het minimum voor kraamzorg is 24 uur in 7 à 8 dagen. In tijden van schaarste is een goede verdeling van zorg belangrijk om ervoor te zorgen dat pas bevallen moeders minimaal deze 24 uur kraamzorg ontvangen. Is meer kraamzorg nodig, dan kijken de kraamzorgorganisatie en verloskundige of ze dat kunnen leveren. In veel gevallen vindt er aanvullende digitale kraamzorg plaats, bijvoorbeeld door beeldbellen met een kraamverzorgende of het kijken naar informatieve filmpjes die voorlichting of instructie geven.
In veel gebieden met een beperkte beschikbaarheid van zorguren en personeel, verloopt de verdeling van zorg in goede samenwerking volgens de afspraken in het zogeheten Normenkader. Dit is het protocol dat in krappe regio’s van toepassing is en dat ervoor zorgt dat de capaciteit die er wél is zo goed mogelijk wordt gespreid over zoveel mogelijk gezinnen. Sommige regio’s werken al met een wachtlijsttool. Met deze tool worden cliënten en zorgaanbieders bij schaarste aan elkaar gekoppeld.
Zorgverzekeraars hebben de (wettelijke) plicht om ervoor te zorgen dat de kraamzorg in Nederland toegankelijk blijft. Samen met onder andere zorgaanbieders en de brancheorganisatie BO geboortezorg werken zij hard, om de zaken aan te pakken die de toegang tot kraamzorg onder druk zetten. In de afgelopen jaren zijn er al diverse stappen gezet:
Het aantal uren kraamzorg waarop gezinnen volgens de geldende regels recht hebben is in 2008 vastgelegd in het Landelijk Indicatie Protocol (LIP). Onder andere door wijzigingen in het vaderschapsverlof – nu 15 x meer dan in 2008 – is dit protocol verouderd. Daarom werkt de hele sector samen aan een nieuw protocol dat past bij de behoeften van kraamvrouwen en beter aansluit bij de ontwikkelingen in de maatschappij.