Versie: 1.0
Datum: 1 juni 2026
Om te komen tot dit inkoopbeleid gingen we in gesprek met klanten en hun naasten, maar ook bestuurders en beleidsmakers in de gehandicaptenzorg. Samen met hen bespraken we welke belangrijke onderwerpen zij zien voor de gehandicaptenzorg in de toekomst. Deze gehandicaptenzorg vraagt om andere keuzes en meer samenwerking.
Uit de gesprekken komt een duidelijk beeld naar voren. Klanten willen meedoen in de samenleving en erbij horen. Dat kan alleen samen met naasten, medewerkers, buurtbewoners en lokale ondernemers. Tegelijkertijd staat de zorg onder druk door personeelstekorten. Door vergrijzing, uitstroom en strengere regels voor zzp’ers zijn er minder medewerkers beschikbaar. Ook vinden veel mensen het werk zwaar en zijn medewerkers met specifieke deskundigheid schaars.
De zorgvraag wordt groter en complexer. Klanten worden ouder en hebben vaker meerdere zorgvragen. Er is meer instroom vanuit de jeugdzorg, zoals mensen met een lichte verstandelijke beperking. Ook groeit de groep met moeilijk verstaanbaar gedrag. Voor deze groep loopt de zorg soms vast en is het lastig om een passende oplossing te vinden. Dit vraagt om betere doorstroom in de keten en vooral om intensieve samenwerking. Zodat niemand tussen wal en schip valt.
De uitdagingen zijn te groot voor één organisatie. Daarom is samenwerking en de kracht van het collectief essentieel. Zorgaanbieders zullen steeds meer moeten optreden als maatschappelijke partners die over hun eigen grenzen heen kijken. Zo versterken we elkaar op de thema’s waarin we elkaar nodig hebben.
De inzichten uit de gesprekken gebruikten we bij het maken van ons inkoopbeleid. In dit beleid werken we met 3 inkoopdoelen. We willen dat mensen de juiste zorg krijgen, op de juiste plek. Het liefst midden in de samenleving, als dat kan. En beschermd, als dat nodig is.
De 3 inkoopdoelen horen bij elkaar. Waar ruimte ontstaat, is deze ook weer nodig. Zo zorgen we samen voor een goede doorstroom in de zorg. Bij elk inkoopdoel maken we gebruik van de kansen die innovatie biedt. Zo kunnen we de zorg slimmer en beter organiseren. Ook doelmatigheid is belangrijk. We letten goed op dat we de mensen en middelen die er zijn effectief en zorgvuldig inzetten.
Samenwerking is bij elk inkoopdoel heel belangrijk. Die samenwerking gaat verder dan wat we nu al gewend zijn en speelt zich af op meerdere niveaus. Samen rondom de klant, waarin ook naasten en de buurt een rol kunnen spelen. Samen in de regio met andere zorgaanbieders én over de grenzen van sectoren heen, zoals met de GGZ of andere wettelijke domeinen. Zo werken we samen aan sterke en toekomstbestendige gehandicaptenzorg.
Mensen met een beperking willen meedoen en gezien worden. Zij willen zijn wie zij zijn en een bijdrage leveren, net als ieder ander. De mens staat centraal, niet de beperking. We kijken naar wat iemand kan en belangrijk vindt. We nemen niet over wat iemand zelf kan. We ondersteunen waar dat nodig is. Het gewone leven is het uitgangspunt. Daar horen werken, hobby’s, samenleven en het benutten van talenten bij. De beweging ‘Van Zorg naar Gewoon Leven’ ondersteunt dit. Meedoen in de samenleving is daarbij het uitgangspunt. Zoals wonen op een eigen plek, zo thuis als mogelijk. Zorgzame gemeenschappen kunnen hier een positieve rol in spelen. Maar ook een zinvolle dag invulling draagt hieraan bij. Ook voor mensen met een complexere zorg- of begeleidingsvraag worden banden met de lokale gemeenschappen versterkt. Medewerkers ‘zorgen met’ in plaats van ‘zorgen voor’. Lees alle beleidsthema’s die horen bij de beweging ‘Van Zorg naar Gewoon Leven’.
Zorgaanbieders, zorgkantoor en gemeenten werken samen aan een stevige basis voor zorg en essentiële voorzieningen in de regio. Samenwerking is onmisbaar om de gezamenlijke uitdagingen aan te pakken. Veel regio’s werken hier al aan binnen het huidige inkoopbeleid. Vanuit die beweging gaan we nu een stap verder. Samenwerken in de regio hoort bij de opgave en is niet vrijblijvend. Elke regio maakt samen een duidelijke visie op de samenwerking en spreekt af wie welke rol heeft en hoe overleg en besluiten plaatsvinden. Deze afspraken leggen regio’s vast in een gezamenlijke regionale overeenkomst. Daarbij gaat het onder andere om het samen beschikbaar houden van essentiële voorzieningen en het versterken van kennis en deskundigheid.
Ook gerichte afspraken over doorstroom horen bij deze regionale samenwerking. Goede doorstroom zorgt voor betere inzet van plekken en medewerkers. Door klanten in beeld te brengen die een stap naar zelfstandigheid kunnen zetten, ontstaat er ruimte voor mensen met een complexere zorgvraag. Dit vraagt om afspraken door de hele zorgketen heen en samenwerking vanuit regionaal perspectief. Lees meer over de thema’s die vragen om regionale samenwerking.
Dit inkoopdoel gaat over de beweging ’Van Zorg naar Gewoon Leven’. Mensen met een beperking willen meedoen en gezien worden. Zij willen zijn wie zij zijn en bijdragen, net als ieder ander. Het gewone leven is het uitgangspunt. Daar horen een eigen plek, werken, hobby’s, samenleven en het benutten van talenten bij. De beweging ‘Van Zorg naar Gewoon Leven’ ondersteunt dit. Wij willen dat klanten zo volwaardig mogelijk deelnemen aan de samenleving. Niet alleen als ontvanger van zorg, maar ook als betrokken en betekenisvolle buurtbewoner. Voor klanten die behoefte hebben aan meer beschutting en veiligheid geldt dat de samenleving welkom is om mee te doen.
De beweging ‘Van Zorg naar Gewoon Leven’ vraagt een andere manier van kijken. Kijken naar wat iemand zelf kan en wil. Daarna kijken welke ondersteuning daarbij past. Zo helpen we klanten om zo zelfstandig mogelijk te wonen en leven, met passende zorg dichtbij. Klanten ervaren meer eigen regie en kwaliteit van leven doordat zij keuzes maken over hun leven en zorg. Dit vraagt om investeren in extramurale zorg, passende woonvormen, zinvolle daginvulling en samenwerken in de regio. Oók met andere domeinen en met de wijk of buurt. Wij stimuleren deze beweging met duidelijke keuzes in ons inkoopbeleid.
Voor klanten in de gehandicaptenzorg streven we naar zorg, ‘zo thuis mogelijk’. We geloven dat dit bijdraagt aan een toekomstbestendig zorglandschap waarin de behoeften van klanten centraal staan. Klanten, voor wie dit passend is, willen we zo veel mogelijk in staat stellen om zelf en/of samen met naasten de regie te voeren. Ook nemen zij betekenisvol deel aan de samenleving en wonen zij zo zelfstandig mogelijk met passende ondersteuning. We verwachten van u dat u actief inzet op de volgende thema’s
Voor de profielen 3VG, 4VG, 6VG, 2LG, 5LG en 2ZGVis zien we meer mogelijkheden om de zorg thuis te organiseren, via een Modulair Pakket Thuis (MPT) of een Volledig Pakket Thuis (VPT). Klanten met deze profielen kiezen nu al relatief vaak voor deze vormen van zorg. Ook zien we de afgelopen jaren steeds meer verschuiving van intramurale zorg naar MPT of VPT.
We vragen u om actief te kijken waar deze mogelijkheden liggen voor uw klanten. Voor nieuwe klanten is extramurale zorg bij deze profielen de voorkeursoptie bij instroom. Zorgaanbieders verkennen daarom eerst of een MPT of VPT passend is. Daarnaast vragen we om bestaande klanten opnieuw te beoordelen: welke klanten kunnen zelfstandig wonen met ondersteuning via MPT of VPT? Ook het omzetten van bestaande locaties naar VPT kan hieraan bijdragen.
Als zorg thuis niet passend is of niet verantwoord kan worden gegeven, dan is zorg in een intramurale of geclusterde woonvorm altijd mogelijk. Wat iemand nodig heeft, staat hierbij centraal. De zorgvraag, de persoonlijke situatie, de omgeving en het beschikbare aanbod zijn daarbij belangrijk. Voor iedere klant wordt beoordeeld of zorg thuis mogelijk is via een MPT of VPT.
Is zorg thuis niet voldoende of te risicovol, dan blijft intramurale zorg een optie. Dit geldt bijvoorbeeld wanneer continuïteit, veiligheid of intensieve begeleiding nodig is. Deze keuze maakt u altijd per klant en onderbouwt u in zijn of haar zorgplan. Daarbij gebruikt u het afwegingskader als hulpmiddel bij het gesprek en de beoordeling. Dit kader ondersteunt bij het wegen van omstandigheden.
Dit uitgangspunt helpt om zorg thuis passend en doelmatig te organiseren.
We verwachten dat zorgaanbieders zorg thuis in principe leveren met een MPT. Dit geldt nadrukkelijk voor nieuwe klanten met een 3VG, 4VG, 6VG, 2LG, 4LG, 5LG en 2ZGVis. Ook voor klanten die vanuit intramurale zorg doorstromen naar zorg thuis heeft MPT de voorkeur. MPT ondersteunt het scheiden van wonen en zorg. Past MPT niet, dan kan een VPT ingezet worden. Alleen als ook dat niet passend is, komt intramurale zorg in beeld. Zo organiseren we zorg stap voor stap, passend bij wat de klant nodig heeft.
We zien dat ongeclusterd VPT vaak wordt ingezet met een beperkte inzet van professionele zorg. In deze situaties is MPT doelmatiger. Daarom sturen we op het omzetten van ongeclusterd VPT naar MPT. Dit vraagt van u dat u kritisch kijkt naar de zorginzet en dit samen met de klant afweegt. Niet iedere klant kan deze overstap maken. Als de zorgvraag meer nabijheid en samenhang vraagt, kan VPT wel passend zijn. U gebruikt hierbij dit afwegingskader als hulpmiddel. Dit kader geeft richting wanneer VPT passend is, met ruimte voor maatwerk en professionele beoordeling.
Om meer zorg thuis mogelijk te maken, moeten de randvoorwaarden goed geregeld zijn. Denk aan voldoende en passende woningen, inzet van behandeling, dagbesteding en logeerzorg, en het gebruik van (zorg)technologie. Dit lukt alleen als we hier in de regio samen aan werken. Samenwerking is daarom essentieel.
Meer zorg thuis realiseren lukt niet door één partij alleen. We doen dit samen met zorgaanbieders, gemeenten en woningcorporaties. Hoe we deze samenwerking vormgeven, leest u bij het inkoopdoel regionale samenwerking.
Als onderdeel van de beweging ‘Van Zorg naar Gewoon Leven’ vinden wij het belangrijk om te werken aan zorgzame gemeenschappen. Dit zijn omgevingen waarin klanten, naasten, professionals, organisaties en inwoners van een dorp of wijk elkaar kennen en ondersteunen. Eenzaamheid en niet mee kunnen doen hebben een grote impact op klanten. Zonder een sociaal netwerk kan de druk op professionele zorg toenemen en neemt het risico op terugval en zwaardere zorg toe. Zorgzame gemeenschappen helpen klanten om beter mee te doen in het dagelijks leven. Dit is een bredere maatschappelijke beweging.
Klanten willen volwaardig meedoen in de samenleving. Dit vraagt om een beweging van binnen naar buiten. Klanten, professionals en organisaties zoeken actief contact met de buurt en sluiten aan bij bestaande initiatieven. Tegelijk is er ook een beweging van buiten naar binnen nodig: voor klanten die in een meer beschutte woonomgeving moeten wonen. De samenleving wordt uitgenodigd, ondersteund en gefaciliteerd om betrokken te zijn bij hun dagelijks leven. We nodigen u ook uit om hier actief in te investeren. Ook wij nemen hierin onze verantwoordelijkheid door passende initiatieven te ondersteunen.
Waar mogelijk zetten we middelen voor DOS preventieve maatregelen in. Deze middelen helpen om de gezamenlijke kracht te versterken om zo te voorkomen dat zwaardere zorg nodig is. Meer informatie over deze middelen, de voorwaarden en de procedure leest u in het inkoopbeleid DOS preventieve maatregelen1. Dit inkoopbeleid publiceren we naar verwachting medio juni 2026 op onze website.
1 Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft nog niet voor de hele beleidsperiode geld beschikbaar gesteld voor DOS Preventieve Maatregelen. Bij het maken van dit beleid gaan we er wel van uit dat dit alsnog gebeurt. Komt het geld er toch niet? Dan nemen we dit mee in een aanvulling op het inkoopbeleid van het betreffende jaar.
We kampen in Nederland met een tekort aan woningen. Als onderdeel van de regionale opgave wordt in uw regio met een vertegenwoordiging van zorgaanbieders, de regionale routekaart GZ/GGZ uitgevoerd. De routekaart is een instrument waarmee u in de regio samen met gemeenten, woningcorporaties en zorgaanbieders de woonvraag en knelpunten daarbij voor klanten inzichtelijk maakt. Deze inzichten zet u om in duidelijke uitvoeringsafspraken over de beschikbaarheid van passende woningen en zorgvastgoed. Zo ontstaat gezamenlijke urgentie en eigenaarschap. De woonvraag van GZ- en GGZ-klanten verbindt u structureel aan woonzorgvisies en uitvoeringsagenda’s. Daarmee sturen we regionaal op voldoende en passende (extramurale) woonvormen. Dit helpt om vastgelopen doorstroming vanuit intramurale zorg te doorbreken en leidt tot concrete projecten met heldere afspraken over wat wordt gerealiseerd, voor wie en door wie. Dit sluit aan bij de te verwachten implementatie van de wet versterking regie volkshuisvesting. We stellen vanuit de regionale middelen een financiële bijdrage beschikbaar voor de uitvoering van de routekaart in de regio, mits cofinanciering door de zorgaanbieders plaats vindt.
Een betekenisvolle daginvulling is een belangrijk doel in de ondersteuning van mensen met een beperking. Een betekenisvolle daginvulling sluit zo veel mogelijk aan bij de samenleving. Dit is niet vanzelfsprekend voor mensen met een verstandelijke, lichamelijke en/of zintuiglijke beperking. Daarom vraagt dit gerichte aandacht.
Dat is goed voor henzelf én voor de samenleving. Deelname aan werk en dagbesteding vergroot de zichtbaarheid in de samenleving. Dit kan zorgen voor meer passende werkplekken en begrip in woonwijken. Tegelijk blijft een beschermde omgeving soms nodig. Niet voor iedereen past dagbesteding midden in de samenleving. Ook een beschermde plek kan bijdragen aan een betekenisvol leven. Activiteiten krijgen extra waarde als zij bijdragen aan de samenleving en aan het gevoel van eigenwaarde, bijvoorbeeld via arbeidsmatige activiteiten. Daarom verwachten wij dat u vanuit een duidelijke visie op participatie de dagbesteding zo organiseert dat integratie in de samenleving wordt vergroot.
Technologie maakt digitale dagbesteding mogelijk binnen het bestaande aanbod. Via technologie kunnen klanten vanuit huis meedoen aan activiteiten. Dit vervangt geen reguliere dagbesteding voor de klant, tenzij dat beter passend is, maar vult deze aan. U kunt beide vormen combineren. Digitale dagbesteding heeft voordelen voor zowel klanten als medewerkers. Het kan zorgen voor een efficiëntere inzet van dagbesteding, minder reistijd en lagere reiskosten. Ook verlaagt het de drempel om mee te doen, vooral voor klanten die zelfstandig wonen. Daarom verwachten we dat digitale dagbesteding een vast onderdeel is van uw visie.
Via regionale afstemming verbinden en vergroten we het aantal initiatieven van dagbesteding in de samenleving. In elke regio is zicht op wat werkt. Ook spreken we een doel af om deze initiatieven uit te breiden. Elke regio breidt participatie ieder jaar verder uit.
We zien dat regels nu soms beperken. Daarom gaan wij hierover in gesprek met de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN), het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Samen kijken we hoe de bekostiging flexibeler kan, zodat initiatieven in de samenleving ook passende (financiële) steun krijgen.
We stimuleren zorg die klanten sterker maakt in eigen regie, samenredzaamheid en laat meedoen in de samenleving. Wij noemen dit het Team van de Toekomst. We werken daarmee toe naar meer autonomie, meer verbondenheid en meer betekenis. Dit sluit aan bij de beweging ‘Van Zorg naar Gewoon Leven’.
We nodigen u uit om uw organisatie en teams zo in te richten dat de ondersteuning nog beter past in de samenwerking met het netwerk van de klant. Daarbij staan mogelijkheden, wensen en talenten van klanten voorop. Kijken naar wat de klant zelf kan en wil is het uitgangspunt. Het is dus belangrijk om de ondersteuningsvraag van de klant goed in beeld te krijgen. Ook bekijkt u wat het netwerk kan doen. Het netwerk, zoals familie, vrienden of buren, wordt actief betrokken. Als dit nog niet zo is of er geen netwerk is, bekijkt u welke mogelijkheden er zijn om dit op te bouwen. Pas hierna komt de vraag in beeld welke ondersteuning en/of zorg nog meer nodig is.
De medewerker van de toekomst is iemand die actief verbinding legt met het netwerk, vrijwilligers en de (lokale) samenleving. Zij richten zich dus niet alleen op het individu, maar ook op de omgeving. Waar mogelijk werken zij als community-verbinders. Zij stimuleren en coachen klanten om mee te doen in de maatschappij. Daarbij kijken zij wat nodig is vanuit het netwerk of de buurt. Scholing ondersteunt de omslag naar nieuw werken.
Bij het team van de toekomst hoort ook het standaard inzetten van technologie waar dat helpt. Technologie heeft meerwaarde als deze de zelfstandigheid, participatie en eigen regie van klanten vergroot. Het helpt klanten om meer grip te krijgen op het dagelijks leven en meer contact te houden met hun omgeving. Denk aan een digitale dagplanner voor structuur. Met beeldzorg blijft het contact met begeleiders en het netwerk laagdrempelig. Technologie vervangt geen menselijk contact, maar ondersteunt dit. Technologie hoort vanzelfsprekend bij het werk èn het team van de toekomst. Dit vraagt om goed gebruik, begeleiding en goede inbedding in het dagelijks handelen. Wij verwachten dat u hier actief op stuurt. Dit leest u ook in ons innovatie- en optimalisatiebeleid.
Medewerkers ontwikkelen nieuwe competenties zoals regie voeren, samenwerken en werken met digitale middelen. U biedt als werkgever uw medewerkers scholing en ruimte om nieuwe vaardigheden te ontwikkelen. Dit gaat bijvoorbeeld om netwerkgericht werken, digitale vaardigheden en coachend ondersteunen. Ook verkent u de mogelijkheden voor het opleiden van zij-instromers.
Zorgaanbieders, het zorgkantoor en gemeenten werken samen aan een stevige basis voor zorg en essentiële voorzieningen in de regio. Juist door dit samen te doen, zetten we grotere stappen. Niet het individuele aanbod, maar regionale beschikbaarheid staat centraal. Regionale samenwerking is nodig om meer zorg thuis mogelijk te maken, om essentiële voorzieningen op orde te houden, om goede doorstroom te realiseren en om passend aanbod te organiseren voor mensen met een complexe zorgvraag. Samen optrekken helpt ook bij personeelstekorten en een groeiende zorgvraag. Zo blijft de zorg toegankelijk en betaalbaar en valt niemand tussen wal en schip.
Elke regio zorgt voor een bestuurlijk overleg dat de regionale opgave draagt. Bestaat dit nog niet, dan wordt dit opgezet. Waar mogelijk sluiten we aan bij bestaande bestuurlijke overleggen. Zo bouwen we voort op wat er al is.
Wij verwachten dat in de basis elke zorgaanbieder deelneemt aan de regionale samenwerking. Dit vraagt dat de regionale samenwerking ook voldoende toegankelijk is voor elke zorgaanbieder die in de regio werkzaam is en bij wil dragen, groot of klein. Afspraken over de samenwerking legt u samen vast in de regio. Deze afspraken gaan over wat u samen organiseert, hoe u stuurt en besluiten neemt.
Samen met partners in de regio bepaalt u hoe u invulling geeft aan de regionale opgave. In dit inkoopbeleid staan verschillende thema’s die onderdeel zijn van deze regionale samenwerking. Deze thema’s laat u terugkomen in de regionale overeenkomst. Per regio leggen de partners concrete afspraken vast voor meerdere jaren. Dit zijn afspraken tussen de regionale partners over de te behalen resultaten en wat de bijdrage van elke partner is.
Het is belangrijk dat u de regionale ontwikkelopgave vertaalt naar de bijdrage die u hieraan kan leveren. We ontwikkelen een hulpmiddel om u te helpen de thema’s in goede samenhang te bezien. Deze gebruiken we zowel bij de gesprekken in de regio als in de individuele gesprekken die wij met uw organisatie voeren. Hiermee willen we borgen dat de verschillende onderdelen van ons regionale beleid worden gezien en toegepast als één samenhangend geheel van maatregelen.
Samenwerking met partners uit andere domeinen is belangrijk voor het realiseren van de regionale opgave. Denk aan gemeenten en woningcorporaties, maar ook aan samenwerking met andere sectoren. Vooral de samenwerking met de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) is hierbij essentieel.
We vragen u om deze samenwerking actief op te zoeken. Dit kan bijvoorbeeld door gezamenlijk taskforce overleg te organiseren tussen de GZ en de GGZ of door samen regionale projecten uit te voeren. Als zorgkantoor zetten wij ons ook actief in om kansen te benutten en de samenwerking tussen de GZ en GGZ verder te versterken.
De verschillende thema’s waar regionale samenwerking op nodig is, leest u hieronder. De volgorde en urgentie verschilt per regio. Prioriteiten stellen we samen, op basis van de regionale situatie.
We gebruiken regiobeelden en spiegelinformatie als basis voor sturing. Deze informatie laat zien waar de regio staat en wat er nodig is. Ook gebruiken we deze om zicht te houden op de voortgang en resultaten.
Wij reserveren financiële middelen om deze samenwerking en uitvoering waar nodig te ondersteunen2. Hieruit kan bijvoorbeeld projectmanagement worden gefinancierd. Waar mogelijk combineren we dit voor GZ en GGZ. Dat versterkt samenwerking en efficiëntie.
Afspraken over de regionale middelen leggen we vast in een addendum bij de overeenkomst. Er kunnen afspraken gemaakt worden voor de periode 2027 tot en met 2029. Partijen leggen schriftelijk vast welke verplichtingen zij ten opzichte van elkaar aangaan en ondertekenen deze afspraken. Financiering door Zilveren Kruis vindt plaats via één of meerdere kassiers (één van de betrokken zorgaanbieders).
2 In het inkoopbeleid 2024-2026 zijn transitiemiddelen voor de gehandicaptenzorg opgenomen. Momenteel worden er tussen de sector en VWS gesprekken gevoerd over het sluiten van een akkoord. Het beschikbaar stellen van transitiemiddelen voor de GZ kan hier mogelijk een onderdeel van zijn. Op het moment van publicatie van het inkoopbeleid voor 2027 en verder is hierover nog geen besluit genomen. Zodra hierover meer duidelijkheid ontstaat, informeren wij u hierover. Waar passend zijn eventuele landelijke transitiemiddelen voorliggend op de financiële middelen die Zilveren Kruis hier vanuit de contracteerruimte voor beschikbaar stelt.
Wij verwachten dat personeel en vastgoed in de gehandicaptenzorg steeds schaarser worden. Daarom richten we ons niet alleen op meer plekken, maar juist op beter gebruik van bestaande plekken en medewerkers. We willen er samen met u voor zorgen dat hiermee méér ruimte ontstaat voor mensen met een complexere zorgvraag. Dit vraagt om samenwerking in de hele keten en een regionale blik.
Het doel is meer passende zorg en betere doorstroom. We willen dat zorgaanbieders klanten met een minder intensieve zorgvraag beter in beeld krijgen. Met regionale afspraken helpen we klanten naar meer zelfstandigheid of een minder intensieve zorgsetting. Hierdoor komt ruimte vrij voor klanten die intramurale zorg nodig hebben. Dit maakt doorstroom mogelijk vanuit intensieve zorg, zoals besloten opnameafdelingen. Zo ontstaat ruimte voor behandeling en instroom vanuit justitie of thuis. Dit helpt de hele keten vooruit.
Samen met zorgpartijen spreken we een regionale visie af. Deze visie beschrijft de verwachte ontwikkelingen en de noodzaak van deze aanpak. Dit geeft richting en zorgt voor draagvlak.
U screent al uw klanten op mogelijkheden voor lichtere zorg. Kan iemand zo’n stap niet direct zetten, maar wel binnen 1 tot 3 jaar? Dan maakt u samen een ontwikkelplan. Deze screenings geven per regio inzicht in aantallen, zorgprofielen en benodigde woonoplossingen per gemeente. Op basis hiervan wordt de regionale potentie voor doorstroom bepaald en kan een regionaal doorstroomplan worden opgesteld.
Deze structuur helpt de regio om de doorstroom goed te realiseren. Samen brengen we in beeld wat nodig is en welke knelpunten er zijn. Denk bijvoorbeeld aan afspraken over een goede en warme overdracht tussen zorgaanbieders. In de regio spreken partners ook af wanneer en hoe kennis en expertise worden gedeeld.
Samenwerking met gemeenten en woningbouwcorporaties over beschikbare woningen hoort hierbij. Via de regionale routekaart kunnen partijen in de regio samenwerken aan de huisvestingsopgave. Waar nodig zijn regionaal financiële middelen beschikbaar om de uitvoering van de plannen te ondersteunen.
Het is belangrijk dat essentiële voorzieningen duurzaam beschikbaar blijven in elke regio. Zo houdt iedere klant toegang tot deze voorzieningen. De beschikbaarheid van deze voorzieningen bespreken we binnen de regionale opgave en krijgt een plek in de regionale overeenkomst. Ook de invulling van de medisch-generalistische zorg (MGZ), volgens het landelijke convenant, hoort hierbij. Samen geven deze afspraken richting aan de regionale inzet. Via het ontwikkelen van regiobeelden brengen we witte vlekken in kaart.
Wij vergoeden 100% van het tarief van de NZa voor zorg die wij aanmerken als essentieel. Deze voorzieningen zijn onmisbaar binnen de zorgketen en het regionale aanbod. Zonder deze zorg loopt de toegang in de regio vast. Denk bijvoorbeeld aan crisiszorg. De toegankelijkheid staat vaak onder druk, omdat 1 of enkele aanbieders deze zorg leveren. Daarom stimuleren wij deze voorzieningen met een tariefsopslag. Zo dragen we samen bij aan de toegankelijkheid van deze zorg in de regio. Het gaat om de volgende prestaties:
| Prestatieomschrijving | Prestatiecode |
|---|---|
| Logeren GZ | Z999, Z1000, Z1001, Z1002, Z1006 |
| Observatie | Z912 |
| Crisiszorg GZ | Z492, Z493, Z494, Z560 |
| COT | COT01, COT02, COT03, COT04, COT05, COT06 |
| Beveiligde zorg | Z1007, Z1008, Z280, Z922 |
| Behandeling SGLVG/gespecialiseerde behandelzorg | H338, Z981, V981 |
| Ketenveldnorm levensloopfunctie en beveiligde intensieve zorg | H540 |
Ook logeerzorg is een essentiële voorziening. Voor logeerzorg krijgen we al langere tijd signalen dat dit aanbod onvoldoende beschikbaar is in de regio’s. Daarom zetten we meerdere beleidsinstrumenten hiervoor in. Naast het 100% tarief voor de logeerprestaties zetten we via het instrument ‘Gericht Contracteren’ in op de uitbreiding van het logeeraanbod. In de bijlage 'Gericht Contracteren' (pdf) leest u wat hiervoor de voorwaarden zijn. Ook zetten we stevig in op een aanpassing van de landelijke prestatiestructuur voor logeren in de GZ.
Investeren in deskundigheid helpt teams om klanten met een afwijkende zorgvraag te blijven begeleiden. Denk bijvoorbeeld aan mensen met bijkomende verslaving, psychiatrie of ouderdomsklachten. Door teams beter toe te rusten is uitplaatsing naar specialistische zorg minder nodig. Ook helpt dit bij nieuwe instroom, zodat afwijzen op basis van contra-indicaties minder snel nodig is. Daarom stimuleren wij structurele kennisdeling in de regio.
In elke regio is er aandacht voor het vergroten van deskundigheid. Dit kan door kennisdeling structureel te organiseren binnen regionale samenwerkingen. Ook gaat het om het inzetten en delen van expertise, bijvoorbeeld via consultatie, coaching of het tijdelijk inzetten van specialistische kennis van andere organisaties. Daarnaast maken regio’s scholingsplannen om teams beter toe te rusten voor complexere zorg. Zo groeit kennis op meerdere plekken in de regio. Dit vraagt om duidelijke bestuurlijke keuzes én om de bereidheid kennis te delen buiten de eigen organisatie.
Heeft u specialistische kennis? Dan vragen we u om deze te delen. Dat zien wij als een gezamenlijke maatschappelijke verantwoordelijkheid. Door expertise te delen, versterken we samen de kwaliteit van zorg en capaciteit.
Door het efficiënt organiseren van dagbesteding en samenwerking in de regio, ook op vervoer, werken we toe naar een efficiënte inzet van schaarse middelen.
Naast een betekenisvolle daginvulling bekijken we hoe dagbesteding slimmer kan. Dit doen we onder andere door digitale dagbesteding te vergroten. Ook vragen we om regionale afstemming en samenwerking. Zo ontstaat een goede balans tussen wat klanten nodig hebben, voldoende schaalgrootte/bezetting en efficiënt vervoer. Dit vraagt om een verschuiving van individuele verantwoordelijkheid naar een gezamenlijke regionale blik. Regio’s krijgen zo zicht op bezetting en vervoer. In elke regio is inzicht in de bezettingsgraad van dagbestedingslocaties. Ook is er een gezamenlijk plan om de bezetting van de dagbestedingslocaties te verbeteren en de efficiëntie in het vervoer te vergroten. Zo benutten we locaties en vervoer beter.
In elke regio is er binnen 1 jaar een inventarisatie en plan uitgewerkt. Dit plan is uiterlijk in 2027 gereed, uitvoering van dat plan vindt in de jaren daarna plaats. Hiermee verminderen we vervoersbewegingen.
Voor de H800 prestaties voor dagbesteding hanteren wij dezelfde indeling in profielen als door de NZa wordt gebruikt bij de H900 prestaties voor dagbesteding. Hierdoor is er een koppeling in de relatie tussen zorgzwaarte en zorgkosten. De richtlijn voor de declaratie van de prestatie dagbesteding H800 verandert hierdoor. De declaratie van het onderdeel dagbesteding binnen het MPT moet passen bij de zzp indicatie zoals in de tabel hieronder. De richtlijn voor deze tabel is de verdeling die is opgenomen in de NZa beleidsregel voor intramurale dagbesteding (H900). Deze indeling geldt zowel voor volwassenen als voor jongeren tot 18 jaar.
| Licht | Midden | Zwaar |
|---|---|---|
| VG1 – VG4 | VG5 en VG6 | VG7 en VG8 |
| LG7 | LG2, LG4, LG6 | LG1, LG3, LG5 |
| ZG aud1, ZG aud4 | ZG aud2 | ZG aud3 |
| ZG vis2, ZG vis3 | ZG vis1 | ZG vis4, ZG vis5 |
We zien dat het steeds lastiger wordt om plekken te vinden voor klanten met een zeer complexe zorgvraag. De complexiteit neemt toe en de druk op zorgaanbieders en zorgteams is groot. Toch willen we ook voor deze klanten de zorg toegankelijk houden. Zilveren Kruis blijft de casuïstiekbesprekingen coördineren, maar vraagt ook actieve deelname van zorgaanbieders. Plaatsing van complexe casussen vindt plaats in de regio, waar zorgaanbieders gezamenlijke verantwoordelijkheid nemen. Daarvoor is het nodig dat bestuurders zich committeren aan een gezamenlijke werkwijze. Dat doen we begin 2027 op bestuurlijk niveau binnen het regionaal samenwerkingsverband. Daarmee hebben we een goede basis voor onderling vertrouwen en voor de manier waarop we in de regio samenwerken. Dit vergroot de kans om oplossingen te realiseren met behulp van de tafel complexe casuïstiek (taskforces).
In de praktijk lukt het deelnemers niet altijd om via de taskforces een geschikte plek te vinden. Voor deze situaties maken we afspraken over wie dan bepaalt welke zorgaanbieder toch een plek biedt en hoe dit besluit tot stand komt. Dat doen we door het afspreken van een escalatieladder, waarvan de inhoud per regio kan verschillen.
Bij complexe situaties gebruiken we landelijk ontwikkelde hulpmiddelen. Het ministerie van VWS beschrijft de rollen bij casuïstiek in 6 stappen. Wij verwachten dat alle zorgaanbieders deze stappen volgen. Voor het goed functioneren van een regionale taskforce is het belangrijk dat deelnemers voldoende mandaat hebben om een besluit te nemen of de zorgaanbieder de betreffende klant zorg kan verlenen. Er is een landelijk formulier ontwikkeld voor aanmelding van een casus voor bespreking in de taskforce. Het gaat om het formulier 'Passende plek'. Dit formulier wordt in alle regio's gebruikt, zodat per casus alle relevante informatie beschikbaar is. Dat maakt bespreking in de taskforces efficiënter.
Voor het bieden van een passende woonzorgplek heeft een zorgaanbieder soms hulp nodig van anderen. Dit is bijvoorbeeld nodig om specifieke deskundigheid in te zetten die de zorgaanbieder niet zelf in huis heeft. Voor het vastleggen van de afspraken per casus (wie doet wat) ontwikkelen we een format (samenwerkingsafspraken complexe casuïstiek). Dit format is gebaseerd op het format dat wordt gebruikt in de Levensloopaanpak. Doel is om duidelijk te maken wat een zorgaanbieder nodig heeft van anderen en welke toezeggingen worden gedaan.
Zorgaanbieders kennen het beschikbare zorgaanbod in een regio nog onvoldoende. De ervaring leert dat het delen van informatie over elkaars aanbod helpt. Daarom vragen we zorgaanbieders om een regionaal overzicht van het zorgaanbod te maken en dit met elkaar te delen. Dit is bedoeld als hulpmiddel en om te kijken wie wat kan bijdragen in de regio en waar er voor een klant passende zorg of ondersteuning kan worden geboden. Een mooi voorbeeld hiervan wordt gebruikt door MatchFriesland en werkt in de praktijk heel goed.
Het realiseren van nieuwe woonplekken vraagt vaak om extra investeringen. Daarom ondersteunen wij zorgaanbieders met Gericht Contracteren. Met een eenmalige financiële bijdrage stimuleren we de ontwikkeling van nieuw en passend woonaanbod voor specifieke doelgroepen.
In de bijlage 'Gericht Contracteren' (pdf) leest u meer over de doelgroepen, soorten woonplekken en investeringen die in aanmerking komen voor deze vergoeding.
Methodisch werken is de basis voor het goed organiseren van (zeer) complexe zorg. We verwachten dat zorgaanbieders die complexe zorg leveren, werken met een goed ingevoerde methodiek. Deze beschrijft u in uw visie of in het kwaliteitsbeeld. We bespreken dit tijdens de kwaliteitsdialoog of de meerzorgdialoog. Voor ons is vooral belangrijk hoe u de methodiek in de praktijk toepast. Daarom gaan we in gesprek over hoe de methodiek is ingebed in teams en op locaties.
Er zijn verschillende goede voorbeelden van methodieken: zoals Triple C van ASVZ en Bouwstenen intensieve zorg van ’s Heeren Loo. Er bestaan ook andere erkende methodieken. Methodieken die landelijk bekend zijn, zijn beschreven door Alliade in de grote methodiekengids. Deze is te vinden en te downloaden via het Kennisplein Gehandicaptenzorg.
Bij klanten met een zeer hoge begeleidingsintensiteit, zoals één op één begeleiding of intensiever, gaat het expertisebureau meerzorg met zorgaanbieders in gesprek. Samen met het CCE voeren we gesprekken op locatie. Het doel is om te beoordelen of deze hoge begeleidingsintensiteit nog passend is en, waar mogelijk, kan worden aangepast. Wij vinden dit belangrijk voor de kwaliteit van leven van de klant, het werken met schaarse zorgmedewerkers en een doelmatige inzet van zorg. We vragen u ook zelf om regelmatig opnieuw te kijken naar mogelijkheden om de zorg voor deze klanten passend te organiseren.
Vanaf 2021 werken zorgkantoren met een landelijk tariefmodel. In dit eerste model werd er voor alle zorgaanbieders over alle sectoren één reëel tariefpercentage bepaald.
Vanaf 2024 berekent het tariefmodel per sector een richttariefpercentage, waarbij zowel aantallen als marktaandeel van zorgaanbieders wordt meegenomen. Met dit tarief ontvangt minimaal 75% zowel van het aantal als van het marktaandeel van zorgaanbieders een kostendekkende vergoeding. Door een norm van 75% te hanteren geldt er voor de overige aanbieders een doelmatigheidsprikkel3.
Om meer recht te doen aan verschillen tussen zorgaanbieders zoals gevraagd door de branches en de wens voor meer tariefdifferentiatie, werken de zorgkantoren per 2027 met een verfijnd model, waarbij de zorgkantoren gebruik hebben gemaakt van de ondersteuning van een onafhankelijk adviesbureau.
Op basis van de analyse van de declaratiegegevens 2024 en jaarrekeningdata 2024 zijn aanbieders in groepen (ook wel clusters genoemd) ingedeeld. Aanbieders in een groep leveren dezelfde zorg en hebben een vergelijkbare bedrijfsvoering op basis van objectieve kenmerken. Niet alleen is daarbij relevant welke (soort) zorgprestaties een zorgaanbieder levert, maar ook of de ‘kostenkant’ van de zorgaanbieder vergelijkbaar is met de andere zorgaanbieders in hetzelfde cluster. In de mate van clustering is de feedback van overleggen met de branches meegenomen. Dit heeft geleid tot in totaal zeven clusters.
Per 2027 hanteren zorgkantoren een beleidsmatig verfijnd tariefmodel. De verfijning betreft het corrigeren van het model voor de NHC/NIC component en een clustering van vergelijkbare aanbieders. Met dit laatste punt willen zorgkantoren meer recht doen aan de verschillen die bestaan tussen typen aanbieders in verschillende sectoren.
Als gevolg van de uitspraak van het Hof4 hebben zorgkantoren (met terugwerkende kracht) het saldo van de financiële baten en lasten toegevoegd aan het rekenmodel5. Hierdoor ontstond een overlap, een deel van die lasten werd namelijk óók vergoed via het 100% tarief voor NHC/NIC. Zorgkantoren hebben ervoor gekozen om, met de ingang van het nieuwe beleid deze overlap eruit te halen door het model te corrigeren voor de NHC/NIC component, om hiermee ook recht te doen aan de doelmatigheidsopdracht die zorgkantoren hebben.
Binnen een sector worden vergelijkbare aanbieders geclusterd. Een zorgaanbieder wordt toegedeeld naar de sector waar de landelijke omzet het grootste is. Voor de GZ zijn er de volgende clusters:
Vervolgens berekenen we per cluster het vertrektariefpercentage. Op deze manier kunnen zorgkantoren reële tarieven afspreken, die beter passen bij het type zorgaanbieder. Het verfijnde model is verder toegelicht in het document ‘Onderbouwing vertrektarieven Wlz 2027’ (pdf).
Voor de berekening van de vertrektariefpercentages zijn de laatst beschikbare jaarverslagen van de zorgaanbieders nodig. Voor de vertrektariefpercentages 2027 betreffen dit de beschikbare jaarverslagen 2025. Deze jaarverslagen worden pas op 1 juni gepubliceerd. Dit betekent dat de vertrektariefpercentages 2027 pas na deze datum berekend kunnen worden en daarom uiterlijk op 4 september 2026 gepubliceerd worden. Dan zal ook een nieuwe versie van bijlage 7 gepubliceerd worden.
In het proces van de Nota van Inlichtingen kunnen zorgaanbieders vragen stellen over de wijze waarop de vertrektariefpercentages 2027 berekend worden. Na publicatie van de vertrektariefpercentages 2027 kunnen zorgaanbieders bezwaren uiten tegen de hoogte van de vertrektariefpercentages 2027 en de (wijze van) totstandkoming daarvan. Hiervoor geldt een vervaltermijn van 20 kalenderdagen.
Het staat zorgaanbieders vrij om binnen deze termijn mee te delen dat zij hun inschrijving niet langer gestand doen naar aanleiding van het op 4 september 2026 gepubliceerde vertrektariefpercentages 2027. U kunt dit kenbaar maken door een e-mail te sturen naar zorginkoopwlz@zilverenkruis.nl.
Het vertrektariefpercentage is voor de zorgkantoren een gezamenlijk uitgangspunt voor de inkoop. Het is geen minimum- of maximumtarief. Zorgkantoren kunnen zowel een hoger als een lager tariefpercentage afspreken.
Zorgaanbieders waarvoor het geldende vertrektariefpercentage aangevuld met eventuele regionale aanvullende afspraken op basis van dit beleid aantoonbaar niet kostendekkend is, kunnen een beroep doen op de hardheidsclausule.
Er is afgesproken dat aanbieders landelijk op basis van omzet worden geclusterd en ook landelijk in hetzelfde cluster worden gecontracteerd. U wordt op 1 juni over uw cluster geïnformeerd door het zorgkantoor. Als dit cluster afwijkt van de verwachting, neemt u dan voor 1 juli 2026 contact op met uw zorginkoper. Voor enkele aanbieders leidt dit tot een verschuiving van de sector waaronder de aanbieder gecontracteerd wordt. De prestaties bij sectorvreemde indicaties worden vergoed voor het door de aanbieder afgesproken (eigen sector) percentage.
Voor in 2026 nieuw gecontracteerde aanbieders zonder realisatie bepaalt het zorgkantoor op basis van de inkoopafspraken met de betreffende aanbieder het cluster voor 2027.
3,4 ECLI:NL:GHDHA:2024:199, Gerechtshof Den Haag
5 Zie Nota van Wijziging d.d. 31 mei 2024
Voor de af te spreken tariefpercentages maken we onderscheid tussen zorgaanbieders die al een overeenkomst hebben met Zilveren Kruis en/of een ander zorgkantoor (bestaande zorgaanbieders) en zorgaanbieders die nieuw zijn voor de zorgkantoren6. In deze paragraaf leest u meer over de tariefpercentages die we afspreken met bestaande zorgaanbieders.
Met alle bestaande zorgaanbieders spreken we het landelijke vertrektariefpercentage af voor zorg. Daarbij geldt het tariefpercentage van het cluster waarin de zorgaanbieder valt. Een klein aantal zorgaanbieders heeft meerdere overeenkomsten. In dat geval geldt per overeenkomst het vertrektariefpercentage van de bijbehorende sector.
Wij vergoeden 100% van het tarief van de NZa voor zorg die wij aanmerken als essentieel. Deze voorzieningen zijn onmisbaar binnen de zorgketen en het regionale aanbod. In bijlage 8 leest u over welke prestaties het gaat.
Logeren is een belangrijke voorziening om zorg thuis mogelijk te maken. Daarom vergoeden we voor logeerprestaties 100% van het NZa-tarief.
Investeringen in vastgoed vragen om zekerheid voor zorgaanbieders. Daarom vergoeden we voor NHC/NIC 100% van het NZa-tarief. We verwachten dat u de NHC-inkomsten gebruikt voor de exploitatie, het onderhoud en de verduurzaming van uw vastgoed. Zo blijven gebouwen veilig, toekomstbestendig en passend bij de zorg.
6 In de paragraaf We maken onderscheid tussen bestaande en nieuwe zorgaanbieders leest u meer over het onderscheid tussen bestaande en nieuwe zorgaanbieders.
| Type zorgaanbieder | Tariefpercentage voor zorg 2027-2029 | Tariefpercentage essentiële voorzieningen 2027 - 2029 | Tariefpercentage NHC/NIC 2027-2029 |
|---|---|---|---|
| Volledig extramuraal | Vertrektariefpercentage cluster volledig extramuraal (volgt 04-09-2026) | 100% | 100% |
| Gedeeltelijk intramuraal | Vertrektariefpercentage cluster gedeeltelijk intramuraal (volgt 04-09-2026) | 100% | 100% |
We vinden het belangrijk om beschikbare middelen doelmatig te gebruiken. Daarom spreken we met een deel van de zorgaanbieders een lager tariefpercentage af. Dit tarief ligt 2% onder het vertrektariefpercentage.
Dit lagere tarief geldt voor zorgaanbieders die:
De zorgaanbieders voor wie dit geldt, ontvangen hierover uiterlijk 28-08-2026 bericht.
We hebben daarnaast de mogelijkheid om in gesprek te gaan en maatwerkafspraken te maken over het tariefpercentage. Dit doen we vanuit oogpunt van doelmatigheid.
U kunt vrijwillig kiezen voor een lager tariefpercentage. Bijvoorbeeld omdat u uw maatschappelijke verantwoordelijkheid wilt nemen en de zorgkosten wilt beperken. U kunt bij ons aangeven dat u een lager tariefpercentage wilt. Samen maakt u hierover afspraken. De definitieve afspraken leggen we vast in de overeenkomst.
Heeft de gehanteerde tariefsystematiek een voor uw organisatie onvoorzien en onredelijk benadelend gevolg, dan is er in uitzonderlijke gevallen de mogelijkheid voor individuele aanbieders om een beroep te doen op de hardheidsclausule. Onder onvoorzien verstaan wij dat in een specifieke situatie voor een individuele aanbieder door toepassing van de tariefsystematiek (landelijk vertrektariefpercentage en regionale aanpassingsmogelijkheden) een onredelijk benadelend effect optreedt. De term onvoorzien wordt hier dus uitgelegd als onverwacht effect van de tariefsystematiek. Hierbij is het van belang dat u kunt aantonen dat u op dit moment op een doelmatige manier de zorg levert en het voor u geldende tariefpercentage voor uw organisatie niet kostendekkend is. We nemen uw financiële positie en organisatiestructuur mee en beoordelen of er nog operationele verbeteringen mogelijk zijn. Bij de financiële positie zal onder meer gekeken worden naar het eigen vermogen van de organisatie. Wij betrekken daarbij ook de financiële reserves van de zorgaanbieder. Bij de afweging om de hardheidsclausule toe te passen nemen we ook de zorgplicht en het perspectief voor de langere termijn mee. Dit alles nemen we mee bij de beoordeling of en welke afspraken we maken op basis van de hardheidsclausule. In de paragraaf U kunt een beroep doen op de hardheidsclausule leest u meer over hoe u een beroep kunt doen op de hardheidsclausule.
| Type zorgaanbieder | Tariefpercentage voor zorg 2027-2029 | Tariefpercentage essentiële voorzieningen 2027 - 2029 | Tariefpercentage NHC/NIC 2027-2029 |
|---|---|---|---|
| Volledig extramuraal | Vertrektariefpercentage cluster volledig extramuraal - 2% (volgt 04-09-2026) | 100% | 100% |
| Gedeeltelijk intramuraal | Vertrektariefpercentage cluster gedeeltelijk intramuraal - 2% (volgt 04-09-2026) | 100% | 100% |
Met ons meerjarige inkoopbeleid willen we binnen de beschikbare middelen goede zorg blijven bieden aan huidige en toekomstige klanten. Daarom geven we klanten de ruimte om zorg te kiezen die bij hen past. Tegelijk bieden we u ruimte om deze passende zorg te leveren.
Door persoonsvolgende bekostiging groeit het zorgvolume mee met de zorgvraag van klanten. U zit daarbij niet vast aan volumeafspraken. Dit geldt niet voor crisiszorg en behandeling. We doen dit zolang het past binnen de beschikbare contracteerruimte. Om voldoende zekerheid te bieden, hebben we mogelijkheid voor een tussentijdse herschikking.
Zo sluiten onze afspraken en betalingen goed aan op de praktijk. Klanten kiezen niet allemaal per 1 januari opnieuw voor zorg. Daar houden we rekening mee in ons betaalbeleid. Met dit betaalbeleid zorgen we ervoor dat de zorg ook bij de overgang naar een nieuw jaar gewoon doorgaat. U vindt het betaalbeleid in bijlage 9 (pdf).
Het doel van de Meerzorgregeling is om te komen tot passende financiering voor tijdelijke extra zorg die mensen met een Wlz-indicatie nodig hebben. Het gaat om zorg die de zorgvraag op basis van het geïndiceerde zorgprofiel ruim overstijgt. We sturen binnen de wettelijke en beleidskaders op de toegankelijkheid én betaalbaarheid van de Meerzorgregeling.
We zagen in 2024 en 2025 een duidelijke afname van de sterke groei van eerdere jaren. Het intensieve overleg met zorgaanbieders over het meerzorgplafond droeg hieraan bij, maar was ook een extra administratieve last. Daarom stoppen we per 1 januari 2027 met het meerzorgplafond. Als de kosten van meerzorg toch weer harder stijgen dan verwacht, behouden we ons het recht voor om aanvullende maatregelen te nemen. Bijvoorbeeld door opnieuw te gaan werken met een meerzorgplafond. We leggen zulke maatregelen vast in een aanvulling op het inkoopbeleid van dat jaar.
Bij meer dan 10 klanten met meerzorg voeren we een meerzorgdialoog. Als er aanleiding toe is, kunnen we ook een meerzorgdialoog voeren bij minder klanten. De kwaliteit van de zorg voor de hele groep klanten die meerzorg ontvangt staat hierbij centraal. Een dialoog is niet vrijblijvend. We willen graag weten waar u tegenaan loopt en zijn uw partner bij het vinden van oplossingen die passen bij uw organisatie. En natuurlijk horen we ook graag uw goede voorbeelden, zodat we daar anderen weer mee kunnen inspireren. Handvat voor het gesprek is het vooraf ingediende Meerzorgplan. Daarin beschrijft u een terugblik op het voorgaande jaar en een vooruitblik op het lopende jaar.
Bij een aanvraag voor meerzorg maakt u gebruik van de expertise van anderen. Minimaal één keer in de 3 jaar vraagt u advies aan een collega zorgaanbieder of bij het Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE). Zij beschikken over specialistische kennis die kan helpen bij het verbeteren van de zorg voor de klant of klantgroep waarvoor meerzorg wordt aangevraagd. Soms ontstaat een meerzorgvraag doordat de basiszorg of de omgeving niet goed aansluit. Een collega zorgaanbieder of het CCE kan dan adviseren over mogelijke verbeteringen. Dit gaat bijvoorbeeld over huisvesting, samenstelling van de groep, contact met naasten, deskundigheid van medewerkers, teamstabiliteit, een veilige woonomgeving of het inzetten van vrijheidsbeperkende maatregelen. Wij gebruiken dit advies bij de beoordeling van de meerzorgaanvraag. Ook bij het zorgvuldig afbouwen van meerzorg kan dit advies helpen.
Voor klanten met een Laag Volume, Hoog Complex (LVHC) zorgvraag is consultatie of advies verplicht voordat een meerzorgaanvraag kan worden ingediend. Dit geldt voor de volgende doelgroepen: Huntington, Korsakov, Langdurige Bewustzijnsstoornissen (LBS), Dementie met Zeer Ernstig Probleemgedrag (DZEP), zeer ernstige gerontopsychiatrische aandoeningen (GP+), Niet Aangeboren Hersenletsel+ (NAH+) en Multiple Sclerose+ (MS+). De consultatie vindt plaats bij een Doelgroep Expertise Centrum (DEC) of een Regionaal Expertisecentrum (REC). Het doel is om te beoordelen welke zorg het best passend is. Het advies kan leiden tot het beperken van meerzorg of tot een advies voor (tijdelijke) opname in een DEC of REC.
Een goede verantwoording van de geleverde meerzorg is belangrijk. We gebruiken hiervoor evaluaties en materiële controles. We verwachten dat u kunt laten zien hoe de ontvangen meerzorgmiddelen zijn ingezet, zowel inhoudelijk als financieel. Ook in de komende beleidsperiode besteden we hier aandacht aan. Als uit een materiële controle blijkt dat (een deel van) de meerzorgmiddelen niet juist is besteed, kan dit betekenen dat u dit bedrag moet terugbetalen.
Onder crisiszorg verstaan we crisisopvang en/of spoedzorg. Crisiszorg contracteren wij op basis van de (regionale) crisisregelingen. Voor crisiszorg geldt een landelijk protocol. U leest dit op zilverenkruis.nl/zorgkantoor.
We doen dit op prestatieniveau. We verwachten voldoende crisisplekken bij bestaande aanbieders in te kunnen kopen. Daarom maken we alleen afspraken met bestaande crisis-aanbieders. Heeft u in 2026 géén afspraken over crisiszorg? Dan maken we in beginsel geen afspraak.
Deze vergoeding staat voor gegarandeerde beschikbaarheid van zorg. We spreken af dat u de plekken het hele jaar beschikbaar houdt. Dit geeft zekerheid voor klanten in crisissituaties. We verwachten dat u rekening houdt met de verschillende doelgroepen bij de opvang in crisissituaties, waaronder de opvang van mensen met een Inbewaringstelling (IBS).
Voor de GZ zijn er 3 NZa-prestaties voor crisiszorg. We maken afspraken voor de categorieën licht, midden en zwaar. Voor de verdeling sluiten we aan bij de historische afspraken over crisisfinanciering. In elke zorgkantoorregio is er een crisisregisseur werkzaam en is er een werkend COT. De crisisregisseur beoordeelt of er sprake is van een crisis en wijst in het geval van crisis de klant toe aan een COT of aan een crisiszorgaanbieder met een beschikbaar crisisbed. Het COT ondersteunt teams op locatie om crisisopnames te voorkomen of te verkorten.
Het aantal crisisplekken baseren we op verwachte vraag. Daarbij kijken we naar de bezettingsgraad van het afgelopen jaar. Hiervoor gebruiken we declaratiegegevens. Is een crisisplek naar verwachting minder dan 70% bezet? Dan verlagen we de afspraak tijdens herschikking. De inkoper bespreekt dit met u.
De bezettingsgraad berekenen we op basis van extrapolatie van de productierealisatie in de AW319. Declareer daarom altijd op de juiste crisisprestatie. Aangepaste afspraken gelden vanaf het moment van aanpassen. We passen afspraken niet met terugwerkende kracht aan. U garandeert beschikbaarheid tot het wijzigingsmoment. De afspraak voor jaar T geldt ook voor het jaar T+1.
Bent u een zorgaanbieder zonder afspraken over crisiszorg en wordt één van uw klanten opgenomen op een crisisplaats? Dan mag u gedurende de crisisplaatsing de reguliere zorg niet door declareren.
In de periode 2027–2029 werken we toe naar een volledige en blijvende invoering van Medisch Generalistische Zorg (MGZ) in alle regio’s. Dit sluit aan bij het Convenant Samenwerking MGZ. MGZ wordt daarmee een vast onderdeel van de eerstelijnszorg in de regio. Het is daarmee ook één van de thema’s in de regionale opgave en wordt vastgelegd in de regionale overeenkomst. Ook voor nieuwe woonlocaties is voldoen aan het Convenant Samenwerking MGZ een randvoorwaarde, vóórdat een locatie wordt geopend.
Een goede MGZ dekking vraagt om nauwe en structurele samenwerking tussen betrokken partijen. Belangrijke aandachtspunten hierbij zijn een goede aansluiting op en samenwerking met de huisartsenzorg, ook bij spoed via de huisartsenpost (HAP). Daarnaast is veilige, tijdige en actuele digitale gegevensuitwisseling belangrijk. Ook kijken we naar een passende inzet van professionals, zoals de inzet van verpleegkundig specialisten (VS) en physician assistants (PA).
Dit betekent dat elke regio uiterlijk in 2029 beschikt over deze basiselementen voor MGZ. We zien daarbij toe op de totstandkoming, de actualisatie en de naleving ervan. De volgende onderdelen zijn hierbij belangrijk:
Gebaseerd op het Convenant Samenwerking MGZ moet u het volgende borgen:
Van aanbieders met een behandelrol verwachten we actieve deelname. Dit onder andere door het regionaal maken en onderhouden van MGZ afspraken en het hanteren van een duidelijk escalatiemodel bij knelpunten.
MGZ is vast onderdeel van regionale gesprekken en contractafspraken. Knelpunten worden actief gedeeld door de regio en/of zorgaanbieder en opgevolgd door het zorgkantoor en de zorgverzekeraar. De verantwoordelijkheden verschillen per zorgaanbieder. Dit hangt ervan af of een zorgaanbieder een eigen behandelorganisatie heeft of gebruikmaakt van externe afspraken voor MGZ.
Het kan voorkomen dat het regionaal of lokaal niet lukt om een volwaardige MGZ te organiseren, ondanks aantoonbare inspanningen en de bereidheid om het convenant en het beleidskader volledig te volgen. In dat geval verwachten zorgkantoren dat u dit tijdig en actief bij ons meldt. Als regionale oplossingen onvoldoende zijn, kan het zorgkantoor dit landelijk escaleren, bijvoorbeeld via ZN of richting het ministerie van VWS.
Vanaf 2027 gaan we op andere manier afspraken maken over plekken inclusief en exclusief behandeling. Daarbij maken we onderscheid tussen afspraken voor VPT-zorg en afspraken voor zorg met verblijf.
Voor klanten met de profielen 3VG en 4VG spreken we alleen VPT zorg zonder behandeling af. Heeft een klant tijdelijk Wlz behandeling nodig? Dan kunt u extramurale behandeling inzetten naast het VPT tot maximaal de ruimte die de NZa-regels daarvoor bieden. Op deze manier zorgen we ervoor dat Wlz behandeling ook beschikbaar is voor klanten op een plek zonder behandeling. Voor klanten met andere VPT profielen maakt de zorgaanbieder een bewuste afweging of VPT met behandeling nodig en passend is.
De volumes zijn voor deze prestaties niet volledig persoonsvolgend. Het uitgangspunt is dat het aantal dagen met behandeling gelijk blijft. We spreken een vast aantal plekken met behandeling af voor alle VV- en GZ-verblijfprestaties. De afspraak voor 2027 baseren we op het aantal gedeclareerde en vergoede dagen in 2025. Heeft een klant op een plek zonder behandeling tijdelijk Wlz-behandeling nodig? Dan kunt u extramurale behandeling inzetten bovenop het ZZP tot maximaal de ruimte die de NZa regels daarvoor bieden. Zo zorgen we ervoor dat Wlz-behandeling ook beschikbaar is voor klanten op een plek zonder behandeling.
Zorgkantoren zien optimalisatie en innovatie als een cruciaal middel om de Wlz-zorg toekomstbestendig te houden voor klanten, medewerkers en maatschappij. De toenemende druk op toegankelijkheid, betaalbaarheid en kwaliteit vraagt om een duidelijke strategie voor het opschalen van bewezen initiatieven (optimalisatie) en het ontwikkelen van nieuwe oplossingen (innovatie). Met als doel het verhogen van implementatie van in de praktijk bewezen initiatieven (optimalisatie) en versnelde en gerichte ontwikkeling van nieuwe innovaties. We maken daarbij onderscheid tussen:
Hierbij focussen we op de 6 thema’s voor innovatie uit de landelijke inkoopvisie 'Visie op samenwerken aan langdurige zorg 2027-2029' (pdf) en de inkoopdoelen uit dit inkoopbeleid.
Wij verwachten dat u:
Een aantal toepassingen heeft zich inmiddels zo breed bewezen, dat wij verwachten dat alle zorgorganisaties deze toepassen:
Wij verwachten dat u deze toepassingen inzet bij alle klanten, als de toepassing past bij de zorgvraag. Alleen wanneer dit voor een individuele klant niet passend is, kan hiervan gemotiveerd worden afgeweken. Samen met u brengen we aan het begin van de beleidsperiode in beeld waar u staat ten opzichte van de inkoopdoelen, waar u in 2030 wilt staan en hoe optimalisatie daaraan bijdraagt. We delen inspirerende voorbeelden van succesvolle optimalisatie uit de praktijk. Deze vindt u op de pagina Succesvolle initiatieven.
Waar nodig volgt het zorgkantoor de voortgang in de periodieke overleggen. Eventuele afspraken over voortgang of verbeteringen leggen we schriftelijk vast.
Thuiszorgtechnologie biedt mogelijkheden om zorg of toezicht op afstand te realiseren. We zien hierbij mooie nieuwe initiatieven. Alle zorgaanbieders die MPT leveren kunnen de inzet van thuiszorgtechnologie declareren via de bijbehorende prestaties en prestatiecodes. De totaal gedeclareerde zorg (inclusief thuiszorgtechnologie) moet binnen het budget dat bij de gestelde indicatie hoort vallen. Thuiszorgtechnologie moet tot substitutie van zorg leiden. Dat betekent dat thuiszorgtechnologie ter vervanging is van fysieke zorg of leidt tot uitstel van fysieke zorg. Zorgaanbieders kunnen de kosten declareren volgens de beleidsregel.
Innoveren betekent het pionieren en ontwikkelen van een volledig nieuw product, dienst of zorgproces, die bijdragen aan duurzame veranderingen in de zorg. Zorgaanbieders onderzoeken de effecten van de innovatie en de randvoorwaarden om op te schalen. Het doel is dat succesvolle innovaties uiteindelijk onderdeel worden van optimalisatie en breed ingezet kunnen worden. Zorgaanbieders die innoveren voldoen aan de volgende voorwaarden:
We willen innovatiekracht in de sector optimaal benutten en dubbel werk voorkomen. Daarom brengen de zorgkantoren samen meer focus aan. Zo voorkomen we dat er op meerdere plekken aan dezelfde innovatie wordt gewerkt. Samen met zorgaanbieders selecteren we potentieel baanbrekende innovaties. Zorgkantoren kunnen innovatietrajecten ondersteunen met kennis of capaciteit, op basis van een concreet plan en duidelijke afspraken.
Wij vinden het belangrijk dat klanten goed geïnformeerd worden over het beschikbare zorgaanbod. Voor onze klanten, naasten en verwijzers is de Zorgatlas beschikbaar, een online zoekmachine voor de langdurige zorg. Van alle gecontracteerde zorgaanbieders nemen we basisgegevens op in de Zorgatlas. U vult zelf in de Zorgatlas verdere gegevens van uw organisatie in en houdt deze actueel. Zo bent u beter vindbaar voor klanten die op zoek zijn naar passende zorg. Klanten kunnen via verschillende zoekcriteria informatie vinden over het beschikbare zorgaanbod in hun omgeving. Met de detailinformatie krijgen zij alvast een indruk van de locatie, bijvoorbeeld over de ligging en aanwezige voorzieningen.
Op onze website vindt u onder andere een handleiding van de Zorgatlas. Via deze pagina kunt u een beheerder aanmelden. Wij vragen u uw locaties zelf te voorzien van het actuele zorgaanbod en de locatiekenmerken. Zo werken we samen aan informatie voor klanten en hun naasten.
De zorgvraag en kosten blijven groeien. Dit zet druk op de betaalbaarheid. Ook personeel en vastgoed zijn schaars. Daarom speelt doelmatigheid een rol bij al onze inkoopdoelen en realiseren we het inkoopbeleid dan ook binnen de financiële kaders en met een optimale inzet van middelen.
Gelet op doelmatige inzet van middelen en het beperkte financiële kader is belangrijk dat u de best passende en meest doelmatige leveringsvorm declareert. Als een klant niet het volledige pakket aan zorg nodig heeft en/of een beperkt aantal uren, dan moet de zorg met MPT prestaties gedeclareerd worden. In dit geval kunt u geen VPT declareren. We gebruiken spiegelinformatie die inzicht geeft in verschillen per zorgaanbieder tussen leveringsvormen. We gaan in gesprek met zorgaanbieders aan de hand van deze spiegelinformatie. Hiermee stimuleren we doelmatige inzet van beschikbare middelen.
Regionale samenwerking helpt om de schaarse middelen beter in te zetten. Zorgaanbieders organiseren voorzieningen samen, zoals essentiële voorzieningen en dagbesteding. Ook het samen inzetten op innovaties en arbeidsbesparende technologie is belangrijk. Dit draagt bij aan het verlagen van de klant/FTE ratio.
We zien dat de opbouw van kosten en uitgaven tussen zorgaanbieders verschillen. Dit geeft mogelijkheden om de beschikbare middelen doelmatiger in te zetten. We willen u stimuleren te blijven werken aan het verbeteren van de doelmatigheid. Daarom ondersteunen we u met onze zorgaanbiederanalyse. Via spiegelinformatie faciliteren wij u met inzicht in uw kosten ten opzichte van andere zorgaanbieders. Deze informatie ondersteunt u bij de keuze op welke onderdelen u doelmatigheidsverbetering wilt realiseren. Wij gaan hierover graag met u in gesprek.
We vinden het belangrijk dat de schaarse middelen doelmatig ingezet worden, zodat alle klanten passende zorg krijgen. Daarom kunnen wij het initiatief nemen om in gesprek gaan met zorgaanbieders die, vergeleken met anderen, een hoog positief resultaat behalen. We vragen dan om een toelichting op dit resultaat en bekijken samen met de zorgaanbieder hoe het resultaat wordt ingezet en of lagere tariefpercentages mogelijk zijn.
Goede gebouwen zijn belangrijk om nu en in de toekomst passende zorg te kunnen bieden. In de praktijk sluiten gebouwen niet altijd aan bij wat klanten en professionals nodig hebben. Daarom willen wij als zorgkantoor actief meedenken bij belangrijke keuzes over zorgvastgoed. Samen zoeken we naar oplossingen die werken in de praktijk en passen bij de toekomstige zorgopgave.
Grote keuzes over vastgoed vragen om zorgvuldige afstemming in de regio. Nieuwbouw en grote verbouwingen hebben langdurige gevolgen en bepalen voor lange tijd waar en hoe zorg kan worden geleverd. Afstemming met relevante regionale partijen helpt om knelpunten voor klanten, medewerkers en de omgeving te voorkomen. We verwachten dat u plannen voor vastgoedinvesteringen in onze zorgkantoorregio’s tijdig met ons bespreekt. Zo zorgen we er samen voor dat investeringen aansluiten bij de maatschappelijke opgave en dragen we bij aan toekomstbestendige zorg voor klanten.
Tot en met 2030 zijn bijna 300.000 extra woningen voor ouderen nodig. Ook in de gehandicaptenzorg (GZ) en de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) verwachten we dat de komende jaren meer mensen zelfstandig thuis wonen met passende zorg. Gezamenlijk richten wij ons op passende extramurale woon- en zorgarrangementen voor mensen die zorg thuis ontvangen.
Vanuit het zorgkantoor werken wij aan de extramurale woonopgave via samenhangende acties:
Wij verwachten dat zorgaanbieders in de regio actief bijdragen aan passende woon- en zorgarrangementen. Niet iedere aanbieder heeft dezelfde rol. Voor een goed werkend zorglandschap is het wel belangrijk dat er per regio aanbieders zijn die deze ontwikkeling dragen en verder brengen.
Zorgaanbieders die hier een rol in kunnen spelen, dragen bij door:
| Uiterste datum | Stap | Wie |
|---|---|---|
| 1 juni 2026 | Bekendmaking van het inkoopbeleid Wlz-zorg 2027-2029 | Zorgkantoor |
| 15 juni 2026 12.00 uur | Mogelijkheid tot stellen van vragen t.b.v. Nota van Inlichtingen | Zorgaanbieder |
| 1 juli 2026 | Publicatie van de Nota van Inlichtingen | Zorgkantoor |
| 1 juli 2026 | Openstellen inkoopapplicatie voor inschrijving | Zorgkantoor |
| 21 juli 2026 | Vervaltermijn voor kortgeding tegen het inkoopbeleid en de bijlagen | Zorgaanbieder |
| 31 juli 2026 17.00 uur | Datum van inschrijving voor nieuwe en bestaande zorgaanbieders | Zorgaanbieder |
| 28 augustus 2026 | Voorlopige terugkoppeling uitkomst van de beoordeling van de inschrijving | Zorgkantoor |
| 4 september 2026 | Publicatie definitieve vertrektarieven | Zorgkantoor |
| 24 september 2026 | Vervaltermijn voor bezwaar en kortgeding tegen:
|
Zorgaanbieder |
| 2 oktober 2026 | Als dat nodig is, een gesprek over contractering en voorwaarden | Zorgkantoor en zorgaanbieder |
| 23 oktober 2026 | Definitieve terugkoppeling inschrijving en aanbieden overeenkomst voor ondertekening | Zorgkantoor |
| 30 oktober 2026 | Uiterste datum voor indiening budgetformulier 2027 via NZa-portaal bij zorgkantoor |
Zorgaanbieder |
| 30 oktober 2026 | Uiterste datum voor ondertekening overeenkomst in VECOZO | Zorgaanbieder |
| 6 november 2026 | Vervaltermijn voor kortgeding tegen de definitieve terugkoppeling | Zorgaanbieder |
| 12 november 2026 | Controle van ingediende budgetformulieren en doorzetting naar de NZa | Zorgkantoor |
| 13 november 2026 | Definitieve contractering en indiening budgetformulier bij NZa | Zorgkantoor en zorgaanbieder |
| 1 juni 2027 | Deadline aanvullende afspraken, waaronder afspraken in het kader van regionale ontwikkeling | Zorgkantoor en zorgaanbieder |
Het inkoopbeleid geldt voor de elf regio’s waarvoor Zilveren Kruis Zorgkantoor NV, verder te noemen Zilveren Kruis, namens alle Wlz-uitvoerders de Wlz verzorgt. Het inkoopbeleid is van toepassing voor alle zorgaanbieders in de GZ die Wlz-zorg in natura leveren aan klanten die wonen in één van onze zorgkantoorregio’s:
Het inkoopbeleid geldt voor alle leveringsvormen in Zorg in Natura: verblijf, VPT, MPT, DTV. Daarnaast is dit inkoopbeleid er ook voor zorgaanbieders die alleen behandeling leveren, zoals samenwerkingsverbanden van artsen verstandelijk gehandicapten (Arts VG) en specialisten ouderengeneeskunde (SO).
Dit inkoopbeleid vormt de basis en biedt een handleiding voor inschrijving voor een Wlz-overeenkomst met Zilveren Kruis voor 2027.
Alle zorgkantoren stelden gezamenlijk de landelijke inkoopvisie langdurige zorg op. Dit inkoopbeleid van Zilveren Kruis voor de GZ is een uitwerking van de landelijke inkoopvisie voor alle zorgkantoorregio’s van Zilveren Kruis en moet in samenhang met de landelijke inkoopvisie (pdf) worden gelezen. De landelijke inkoopvisie inclusief bijlagen maken integraal onderdeel uit van dit zorginkoopbeleid en de overeenkomst Wlz 2027-2029 van Zilveren Kruis.
In het landelijke beleidskader (pdf) staan thema’s die extra toelichting nodig hebben en onderwerpen waarvoor zorgkantoren samen één uniforme beleidslijn volgen. Daarnaast werkt het kader aanvullende voorwaarden en richtlijnen uit die zorgkantoren hanteren binnen de geldende wet- en regelgeving.
De volgende rangorde geldt bij tegenstrijdigheden tussen verschillende documenten/delen, tenzij anders aangegeven:
Omdat wij weten dat een inkoopprocedure mogelijk om verduidelijking vraagt, bieden we de mogelijkheid om vragen te stellen over eventuele onduidelijkheden. Vanaf de publicatiedatum op 1 juni 2026 bent u tot uiterlijk 15 juni 2026 12.00 uur in de gelegenheid om vragen te stellen. Na deze sluitingsdatum is het niet meer mogelijk om vragen te stellen over de teksten van het inkoopbeleid en bijbehorende documenten.
Zorgkantoren hebben hun proces om vragen te stellen in het kader van de Nota van Inlichtingen aangepast. U kunt uw vragen indienen via het formulier. Alle zorgkantoren zijn aangesloten op het nieuwe digitale formulier. Alleen vragen die via dit formulier gesteld worden, nemen wij in behandeling.
U kunt alleen een rechtsgeldig beroep doen op onvolkomenheden, onduidelijkheden, vermeende onrechtmatigheden, tegenstrijdigheden of bezwaren die door uzelf, als individuele zorgaanbieder, uiterlijk 15 juni 2026 12.00 uur aan de orde zijn gesteld. Na deze sluitingsdatum is het niet meer mogelijk om vragen te stellen over het inkoopbeleid en bijbehorende documenten.
Daarin beantwoorden we de gestelde vragen. Veel voorkomende vragen zullen we niet letterlijk opnemen en beantwoorden, maar samenvoegen en van een antwoord voorzien. De gepubliceerde Nota van Inlichtingen prevaleert boven de inkoopdocumenten en maakt onderdeel uit van deze inkoopprocedure.
Zorgkantoren behouden zich het recht voor om een correctie in de documenten en/of een wijziging of aanpassing van de inkoopprocedure toe te passen, naar aanleiding van onvoorziene omstandigheden, gerechtelijke procedures of als na bekendmaking van deze documenten de overheid maatregelen treft die:
Zorgkantoren behouden zich het recht voor om op basis van bovenstaande zonder enige schadevergoedingsplicht de volgende aanpassingen te doen:
Als zorgaanbieder schrijft u in bij die zorgkantoren die verantwoordelijk zijn voor de regio waarbinnen u zorg levert of wilt leveren. De fysieke locatie7 waar u zorg levert, bepaalt met welk zorgkantoor u een contract moet sluiten, op basis van de in die regio geldende inkoopvoorwaarden (inclusief tarief). In het grensgebied tussen zorgkantoren kunnen vraagstukken ontstaan. Wij vragen u dit bij de inschrijving aan te geven, zodat we tot een werkbare oplossing kunnen komen met elkaar.
7 Hierbij gaat het om de feitelijke woonplaats van de klant en niet om het postadres van de klant. We maken hierop 2 uitzonderingen:
Wij ontvangen van zorgaanbieders een inschrijving. We sluiten in principe één overeenkomst per zorgaanbieder. Deze overeenkomst kan voor verschillende regio’s en sectoren gelden. U schrijft in op de sector die aansluit bij het landelijke cluster van de tariefsystematiek. Voor nieuwe zorgaanbieders geldt dat zij inschrijven op basis van het cluster wat het meest passend lijkt op basis van het ondernemingsplan. Het definitieve cluster voor nieuwe zorgaanbieders wordt in gesprek met de inkoper bepaald.
Inschrijvingen via andere kanalen behandelen wij niet en verklaren wij ongeldig. Met uw deelname gaat u akkoord met de voorwaarden uit het inkoopbeleid van Zilveren Kruis.
Bent u nieuw bij Zilveren Kruis? Dan geeft u via het aanmeldformulier aan dat u zich wilt inschrijven. Daarna ontvangt u van ons een instructie voor het inschrijfproces.
U dient uw inschrijving uiterlijk op 31 juli 2026 17.00 uur in via het zorginkoopportaal van VECOZO. Inschrijvingen na dit moment nemen wij niet in behandeling en sluiten wij uit van de inkoopprocedure. Na indienen ontvangt u een bevestiging van VECOZO. In dat bericht leest u ook hoe u de vragenlijst nogmaals kunt bekijken of kunt downloaden. Technische vragen over het zorginkoopportaal stelt u aan VECOZO of kijkt u na bij de veelgestelde vragen op hun website.
Als de inschrijving van de zorgaanbieder wordt afgewezen n.a.v. de inschrijving uiterlijk 31 juli 2026 17.00 uur, heeft de zorgaanbieder geen mogelijkheid meer om opnieuw (tussentijds) in te schrijven voor het betreffende jaar (2027). Hij kan zich dan pas in de zomer van 2027 weer inschrijven om voor een overeenkomst voor 2028 in aanmerking te komen.
Wij behouden ons het recht voor om tussentijds nieuwe zorgaanbieders te contracteren als dit nodig is om aan de zorgplicht te kunnen blijven voldoen. Dit is enkel aan het zorgkantoor ter beoordeling en vindt uitsluitend plaats op initiatief van het zorgkantoor.
In de procedure maken we onderscheid tussen de bestaande en nieuwe zorgaanbieders.
1. U heeft een overeenkomst tot en met 31 december 2026 met het zorgkantoor waar ingeschreven wordt (‘Bestaand voor het zorgkantoor’ met een driejarige, tweejarige of éénjarige overeenkomst): bestuursverklaring.
U kunt volstaan met het indienen van een bestuursverklaring. Met de volledig ingevulde en ondertekende bestuursverklaring verklaart u dat uw organisatie vanaf de datum van inschrijving, tenzij anders is aangegeven, voldoet aan de daarin opgenomen eisen en dat u gedurende de looptijd van de overeenkomst aan die eisen blijft voldoen. Als zorgaanbieder verklaart u te voldoen aan geldende wet- en regelgeving, de gestelde geschiktheidseisen en de gestelde eisen aan onderaanneming. Ook geeft u in de bestuursverklaring aan dat er geen uitsluitingsgronden van toepassing zijn. Bovengenoemde zorgaanbieders hoeven bij de inschrijving naast de bestuursverklaring geen aanvullende documenten aan te leveren ter onderbouwing.
Als er wijzigingen hebben plaatsgevonden ten opzichte van de gegevens en/of (inschrijvings)documenten die ten grondslag lagen aan de laatste contracteringsronde, dan dient u deze wijzigingen te melden aan het zorgkantoor en de eventueel gewijzigde documenten aan te leveren. Zorgaanbieders moeten, ook wanneer er geen wijzigingen zijn, desgevraagd de onderbouwende stukken bij de bestuursverklaring aan het zorgkantoor kunnen overleggen. Wanneer zorgaanbieders van plan zijn nieuw zorgaanbod te ontwikkelen, kan hierop een toelichting worden gegeven bij de inschrijving.
2. U bent een bestaande zorgaanbieder en wilt met een voor u nieuw zorgkantoor een overeenkomst sluiten (‘Bestaand maar nieuw voor het zorgkantoor’): bestuursverklaring en een ondernemingsplan.
Als u al een overeenkomst heeft met een zorgkantoor en u een overeenkomst wilt sluiten met een ander, voor u nieuw zorgkantoor en u voldoet aan de definitie van Bestaande zorgaanbieder in de zin van ‘bestaand maar nieuw voor het zorgkantoor’, dan levert u bij de inschrijving alleen de bestuursverklaring en een beknopt ondernemingsplan (tenminste het bedrijfs- en financieel plan aan. Zie hiervoor 'Wat vragen wij van nieuwe zorgaanbieders (pdf)'. Het is niet nodig om informatie ter onderbouwing van de bestuursverklaring aan te leveren, omdat u al door een ander zorgkantoor bent gecontracteerd voor het leveren van Wlz-zorg. Zorgkantoren wisselen, indien nodig, onderling overige aanvullende informatie uit.
3. U bent een nieuwe zorgaanbieder: bestuursverklaring, een ondernemingsplan en documenten ter onderbouwing.
Bij de inschrijving moet de bestuursverklaring ingevuld worden. Daarbij moet voor een aantal items met documentatie aangetoond worden dat er wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden. Ook voor het ondernemingsplan geldt een verplichte opbouw van elementen. Lees welke documentatie er nodig is en welke voorwaarden gelden in 'Wat vragen wij van nieuwe zorgaanbieders (pdf)'.
Met uw inschrijving en het ondertekenen van de bestuursverklaring stemt u in met het geschetste perspectief voor de zorginkoop voor de komende 3 jaar. In het hoofdstuk Wat willen we bereiken leest u welke doelen we met het zorginkoopbeleid willen realiseren en op welke wijze we dit samen met u willen doen. De kaders van het zorginkoopbeleid zijn hiermee voor het komende jaar helder.
Sluit u per 2027 een meerjarenovereenkomst dan kunt u voor inschrijving voor de opvolgende jaren volstaan met een instemmingsverklaring.
We contracteren alleen zorgaanbieders die een inhoudelijke bijdrage leveren aan het toekomstbestendige zorglandschap. Zilveren Kruis vindt het belangrijk dat nieuwe zorgaanbieders het aanbod in zorg in natura verrijken. Nieuwe zorgaanbieders kunnen vernieuwing brengen en inspringen op vraagstukken in de regio of specifieke klantvragen- of wensen. Tegelijkertijd zijn te veel nieuwe en vooral kleine zorgaanbieders een risico voor versnippering van het zorglandschap en bemoeilijkt dit de regionale samenwerking. Daarom is het belangrijk dat nieuwe zorgaanbieders een duidelijke rol hebben in de regio en aantoonbare meerwaarde bieden ten opzichte van het bestaande zorgaanbod. Daarom houden we bij de beoordeling en toelating van nieuwe zorgaanbieders hier nadrukkelijk rekening mee.
Nieuwe zorgaanbieders kunnen in aanmerking komen voor een overeenkomst als zij kunnen aantonen dat zij voldoen aan alle gestelde voorwaarden én:
Levert u op het moment van inschrijving zorg aan minder dan 10 Wlz klanten8 in de zorgkantoorregio waarvoor u inschrijft? En is uw omzet lager dan € 150.000? Dan komt u in principe niet in aanmerking voor een overeenkomst. Deze omvang is te klein voor een zelfstandige overeenkomst. Wij adviseren u dan om te verkennen of er andere mogelijkheden zijn. Bijvoorbeeld het leveren van zorg in onderaannemerschap, het samenwerken met een andere partij of het aansluiten bij een zorgcoöperatie. Bent u op dit moment onderdeel van een zorgcoöperatie of werkt u als onderaannemer? Dan motiveert u de meerwaarde van een zelfstandige overeenkomst met het zorgkantoor. Zo begrijpen wij uw keuze beter.
8 Voor zorgaanbieders die op het moment van inschrijving zorg in PGB leveren spreken we af dat er per 1-1-2027 minimaal 10 klanten zijn die gebruik maken van Zorg in Natura.
Naast het voldoen aan de sectorale kwaliteitseisen en de juridische voorwaarden die in dit inkoopbeleid staan, verwachten wij van nieuwe zorgaanbieders dat zij belangrijke zorginhoudelijke en administratieve randvoorwaarden goed op orde hebben. Zilveren Kruis vindt het belangrijk dat ook nieuwe zorgaanbieders goed hebben nagedacht over deze randvoorwaarden en deze hebben geborgd. Het gaat om:
Het is van belang dat uw inschrijving volledig is en u alle gevraagde documenten (pdf) bij de inschrijving aanlevert. Als een nieuwe zorgaanbieder een ondernemingsplan indient dat incompleet is en/of niet volledig voldoet aan beschreven eisen, dan kan het zorgkantoor besluiten de zorgaanbieder van verdere deelname aan de inkoopprocedure uit te sluiten of anders te prioriteren, afhankelijk van de aard en omvang van de tekortkoming. Dit geldt ook voor bestaande zorgaanbieders maar nieuw voor het zorgkantoor die een beknopt ondernemingsplan (tenminste het bedrijfs- en financieel plan) moeten aanleveren.
Dit is het geval bij de inzet van onderaannemers en/of een verandering in bestuurlijke structuur.
Wij verwachten dat zorgaanbieders tenminste 2/3 van de productie zelf leveren (dat wil zeggen met personeel dat in loondienst is) en maximaal 1/3 van de verwachte gecontracteerde zorg door onderaannemers9 laten leveren. Wij willen weten welke onderaannemers actief zijn en voor welk deel van de productie zij ingezet worden. Als u met onderaannemers werkt, bent u verplicht deze bij de inschrijving te melden. Vult u voor het melden van onderaannemers de tabel in de bestuursverklaring in.
Dit doet u voorafgaand aan de inzet van de onderaannemer door een e-mail te sturen naar contractadministratiewlz@zilverenkruis.nl. Bij deze melding levert u de tabel voor onderaannemers (xlsx) uit de bestuursverklaring opnieuw ingevuld aan. In de e-mail vermeldt u duidelijk welke onderaannemer(s) nieuw zijn toegevoegd ten opzichte van de eerder gemelde situatie. U krijgt van ons binnen twee weken een reactie op uw melding.
De zorgaanbieder die een onderaannemer inzet voor zorglevering blijft altijd volledig verantwoordelijk voor de kwaliteit van zorg door de onderaannemer. De zorglevering door de onderaannemer moet dan ook aan alle eisen voldoen die het zorgkantoor aan de zorglevering van de hoofdaannemer stelt. Het is daarnaast niet toegestaan om een ZZP- of VPT-pakket volledig door een onderaannemer te laten leveren, tenzij het zorgkantoor daar schriftelijk toestemming voor geeft.
9 Voor de definitie van onderaanneming verwijzen wij naar de overeenkomst.
We gebruiken een vaste beoordelingsprocedure. Bij de beoordeling van zorgaanbieders voeren we de volgende beoordelingsstappen uit:
Wij bekijken na sluiting van de inschrijving of de inschrijving volledig en juist is. Onvolledige inschrijvingen worden niet beoordeeld, bijstelling en aanvulling op initiatief van de zorgaanbieder is niet toegestaan. Een inschrijving is volledig wanneer:
Zorgkantoren hebben na inschrijving de bevoegdheid (maar niet de verplichting) om een zorgaanbieder te vragen zijn inschrijving toe te lichten. De zorgaanbieder heeft dan vijf werkdagen de tijd om de gevraagde toelichting aan te leveren bij het zorgkantoor. Hierna kan de inschrijving definitief worden beoordeeld. Aan het enkel vragen om een (nadere) toelichting door het zorgkantoor kunnen geen rechten of toezeggingen worden ontleend.
Als de inschrijving volledig is, controleren wij wat de bestuurder heeft verklaard over zijn organisatie in de bestuursverklaring. Het gaat niet alleen om controle van wat is ingevuld in de bestuursverklaring, maar ook om beoordeling en controle van de documenten die nieuwe zorgaanbieders (maar ook bestaande zorgaanbieders maar nieuw voor het zorgkantoor) ter onderbouwing moeten aanleveren In deze periode beoordelen wij bij nieuwe zorgaanbieders ook het aangeleverde ondernemingsplan.
Wij kunnen hiervoor bij de inschrijving voor ons relevante informatie bij u opvragen. De integriteitstoets is een verantwoordelijkheid van de Wlz-uitvoerder en bevat een toets op de uitsluitingscriteria. Een VOG RP die het Ministerie van Veiligheid en Justitie afgeeft, kan deze integriteitstoets niet vervangen, maar is als aanvulling daarop bedoeld.
Met zorgaanbieders die in 2027 nieuw zijn voor Zilveren Kruis en die voldoen aan de voorwaarden (pdf) gaan wij in september 2026 in gesprek. Ook de aangeleverde informatie over het te leveren zorgaanbod en de omvang van de zorgaanbieder nemen wij mee in de keuze om wel of niet over te gaan tot een gesprek. Wij maken graag kennis met nieuwe zorgaanbieders, bij voorkeur op de locatie van de zorgaanbieder. In een gesprek willen we een beter beeld krijgen van de drijfveren, bestuurders en de organisatie achter het ondernemingsplan. In het gesprek toetsen we of het beeld van de zorg en de toelichting van de directie/bestuurder consistent is met het ondernemingsplan en of u aan alle voorwaarden voldoet. Ook toetsen we expliciet op de inhoudelijke criteria en of sprake is van vervullen van een leemte om in aanmerking te komen voor zelfstandige contractering. Er is gelegenheid om in te gaan op afspraken over de te leveren prestaties. De uitkomsten van het gesprek nemen we mee in de definitieve beoordeling. Pas na het gesprek besluiten we definitief of we een overeenkomst voor 2027 aan gaan.
Of nieuwe zorgaanbieders een overeenkomst krijgen aangeboden, wordt beoordeeld door Zilveren Kruis. In deze laatste fase van de beoordeling kunnen onder andere, maar niet uitsluitend, de volgende redenen tot afwijzing van nieuwe zorgaanbieders leiden. Het eindoordeel hierover is aan Zilveren Kruis:
Uiterlijk 29 augustus 2026 koppelen wij op basis van de uitkomsten van onze beoordeling terug of wij voornemens zijn een overeenkomst aan te gaan voor 2027 en welke afspraken we met u willen maken. Aan dit voornemen kunt u geen rechten ontlenen. Wanneer wij in onze beoordeling geen bijzonderheden constateren, zijn wij voornemens om met de volgende zorgaanbieders de volgende overeenkomsten aan te gaan:
Dit meerjarenbeleid bevat de mogelijkheid voor Zilveren Kruis om het zorginkoopbeleid tweemaal met een jaar te verlengen voor 2030 en 2031.
Overweegt u om een beroep te doen op de hardheidsclausule? Neemt u dan contact op met uw zorginkoper. Uw zorginkoper bespreekt met u de reden van het beroep. Voor de aanvraag dient u gebruik te maken van een standaard aanvraagformulier. Dit aanvraagformulier is gemaakt om de informatie op te halen die noodzakelijk is voor de beoordeling van uw aanvraag. Het is belangrijk dat u dit formulier juist en volledig invult, zodat wij een goed beeld hebben van uw (toekomstige) financiële situatie. U kunt het aanvraagformulier opvragen via het e-mailadres zorginkoopwlz@zilverenkruis.nl. Hierin leest u welke informatie u dient aan te leveren.
Als u een beroep doet op de hardheidsclausule, stuurt u het ingevulde aanvraagformulier op via zorginkoopwlz@zilverenkruis.nl en uw zorginkoper. U benoemt daarbij de term “hardheidsclausule” expliciet in het onderwerp van uw bericht. U kunt het aanvraagformulier indienen na bekendmaking vertrektarief, uiterlijk op 24 september 2026. Wij adviseren u het aanvraagformulier voor 8 september 2026 in te leveren. Zo heeft u de mogelijkheid om ontbrekende informatie aan te vullen of correcties te maken zodat uiteindelijk een volledig en juist aanvraagformulier wordt ingediend. Uw zorginkoper geeft aan wanneer dit het geval is.
Afhankelijk van de situatie kunnen we aanvullende documenten opvragen. De afspraken over de hardheidsclausule zijn geldig voor maximaal de duur van het betreffende inkoopjaar.
Als na indiening van de stukken de NZa-tarieven worden bijgesteld, dan zal het zorgkantoor de omzet op dezelfde manier bijstellen als dat de NZa-tarieven zijn bijgesteld.
Wij geven uiterlijk 23 oktober 2026 een terugkoppeling op uw aanvraag voor de hardheidsclausule. Als achteraf blijkt dat een verleende hardheidsclausule niet nodig blijkt dan wordt de toekenning van de hardheidsclausule teruggedraaid.
Bij de herschikking en/of nacalculatie zullen wij controleren of de zorgaanbieder die afspraken heeft op grond van de hardheidsclausule daar nog steeds voor in aanmerking komt. Als dan blijkt dat de zorgaanbieder geen beroep meer toekomt op de hardheidsclausule (bijvoorbeeld omdat zijn financiële situatie gedurende het jaar is verbeterd) maakt Zilveren Kruis aanspraak op het bedrag (of een gedeelte daarvan) dat aan de zorgaanbieder is betaald op grond van de hardheidsclausule.
Voor zorgaanbieders die al bij ons bekend zijn, gebruiken we de prestaties waarover ook in 2026 afspraken zijn gemaakt, als basis voor de afspraken in 2027. Het gaat om de prestaties die u tot en met augustus 2026 heeft gedeclareerd.
Wij hebben alle Wlz-prestaties naar sector, grondslag en leveringsvorm ingedeeld naar ‘regulier’ en ‘specifiek’. Dit is inzichtelijk gemaakt in Bijlage 8 (xlsx). Hierin kunt u zien welke prestaties wij nadrukkelijk toetsen of beperkt inkopen. Voor het openstellen van prestaties is altijd vooraf toestemming nodig van de zorginkoper. Deze toetst onder meer of u aan alle gestelde voorwaarden voldoet om de prestatie open te stellen. Wanneer u in 2027 nieuw zorgaanbod wilt leveren, bijvoorbeeld een nieuwe leveringsvorm of zorg in een andere zorgkantoorregio, meldt u dit bij uw zorginkoper. Uw zorginkoper gaat hierover met u in gesprek.
Met nieuwe zorgaanbieders spreken we standaard de reguliere prestaties af behorend bij de sector, grondslag en leveringsvorm op basis van de inschrijving en het ondernemingsplan en een kennismakingsgesprek.
Uiterlijk 23 oktober 2026 ontvangt u de definitieve terugkoppeling van uw inschrijving. Wij sturen u een terugkoppeling met, indien van toepassing, de volgende 3 documenten:
Hiervoor accepteert u uiterlijk 30 oktober 2026 de overeenkomst en de initiële afspraak via het VECOZO portaal. Tegelijkertijd stelt u de ondertekende budgetformulieren beschikbaar in het NZa portaal, zodat wij deze kunnen beoordelen.
In het budgetformulier leggen we geen afspraken vast over prijs en volume. Dit past bij ons uitgangspunt van persoonsvolgende bekostiging. De NZa vraagt wel om een omzetniveau op te nemen. Daarom vullen wij in het budgetformulier een omzet van € 1 in. Dit houdt het administratieve proces eenvoudig. Ook geeft het opnemen van een historische omzet géén garantie over de financiering. In de herschikking leggen wij het definitieve financiële kader voor u vast.
Wij wijzen u erop dat er geen overeenkomst tot stand komt als de getekende overeenkomst en de vastgestelde initiële afspraak voor 2027 ontbreken. In dat geval behouden wij ons het recht voor om geen budgetformulier bij de NZa in te dienen. De overeenkomst komt pas tot stand nadat de overeenkomst en de initiële afspraak zijn ondertekend én het wij het budgetformulier bij de NZa hebben ingediend.
U levert zorg volgens de geldende richtlijnen, protocollen en veldnormen. Ook de kwaliteitskaders van uw sector zijn van toepassing. Het kan voorkomen dat voor één zorgaanbieder meerdere kwaliteitskaders gelden. Wij volgen of de gemaakte afspraken worden nageleefd. In gesprekken en via controles bekijken we of u handelt volgens de overeenkomst en dit zorginkoopbeleid. Ontvangen wij signalen dat afspraken mogelijk niet worden nagekomen? Dan gaan wij hierover met u in gesprek.
Soms is aanvullende informatie nodig om de situatie goed te beoordelen. In dat geval kunnen wij u vragen om extra informatie aan te leveren. Ook kunnen wij een materiële controle uitvoeren. Dit is een controle waarbij we nagaan of de geleverde zorg en de declaraties met elkaar in overeenstemming zijn.
Blijkt tijdens de looptijd van de overeenkomst dat u afspraken niet nakomt of dat u niet voldoet aan de voorwaarden? Of staat de kwaliteit van zorg of de financiële positie onder druk? Dan nemen we passende maatregelen. Welke maatregel we inzetten, hangt af van de situatie. Als dat nodig is, betrekken wij ook andere partijen, zoals de IGJ.
In de overeenkomst staat welke maatregelen het zorgkantoor kan nemen als afspraken niet worden nageleefd. Deze opsomming is niet uitputtend. Dat betekent dat ook andere passende maatregelen mogelijk zijn.
U meldt grote veranderingen op tijd aan ons. Dit doet u actief en vooraf, zowel bij een verwachte stijging als daling. Zo krijgen wij beter inzicht in de ontwikkeling van vraag en aanbod. Dit helpt ons om goede prognoses te maken, kosten beter in te schatten en zicht te houden op wat er in de regio gebeurt. Bij verwachte veranderingen kunnen wij u vragen naar de reden.
Wij publiceren elke maand de verwachte benutting van de contracteerruimte en de actuele publicatieplanning. Deze publicatie is vooral gebaseerd op de AW319‑gegevens over de betreffende periode. We rekenen de gerealiseerde productie door naar een jaarbasis. Zo ziet u of deze past binnen de beschikbare contracteerruimte van uw sector. Ook vermelden we steeds het bijbehorende procentuele risico.
Op deze manier krijgt u inzicht in de benutting van de contracteerruimte per sector en in het risico op de financiering van de geleverde zorg in dat jaar. In onze communicatie besteden we hier expliciet aandacht aan.
Daarnaast reserveren we een deel van de contracteerruimte voor meerzorg. Zo kunnen we de ontwikkeling van de kosten voor meerzorg goed volgen en, als dat nodig is, op tijd aanvullende beleidsmaatregelen nemen.
Elke 2 maanden sturen we u een overzicht ter indicatie. Daarin ziet u op basis van de nieuwste declaratiecijfers hoe hoog uw afspraak bij de herschikking van dat jaar zou zijn. Ook staan de betalingen erin die we tot dan toe hebben verwerkt. We vragen u om op deze monitor te reageren. Met uw reactie zien we verwachte tekorten eerder aankomen en kunnen we u beter informeren.
Vaste afspraken blijven zo lang mogelijk uit. Zo kunnen we de keuze van de klant blijven volgen. Ook krijgt u ruimte om te ondernemen. Of we later toch overgaan naar vaste productieafspraken, hangt onder meer af van de kwaliteit van de aangeleverde declaraties en van de stand van de contracteerruimte in dat jaar. Komen er naar verwachting extra financiële middelen beschikbaar, zoals herverdelingsmiddelen? Dan nemen we die mee in ons besluit.
Bij een verwachte overschrijding van de contracteerruimte per sector zetten we het geld-volgt-klantmodel niet direct om naar vaste productieafspraken. In plaats daarvan laten we maandelijks zien over welk deel van de te leveren productie u een mogelijk financieringsrisico loopt. Ook volgen we nauwkeurig of omzetting naar productieafspraken nodig is.
Dreigt de procentuele onzekerheid over de financiële waarde van de geëxtrapoleerde gerealiseerde productie groter te worden dan 1%? Dan is ons uitgangspunt dat we het volledige geld-volgt-klantmodel omzetten naar productieafspraken. Dit noemen we een tussentijdse herschikking. Met het stellen van dit maximale risicopercentage geven we u meer duidelijkheid. Ook willen we zo risico’s voor de continuïteit van zorg beperken. Daarbij blijft ons uitgangspunt dat we zorg zo veel mogelijk financieren.
Vóór 1 juni van een kalenderjaar zetten we afspraken binnen het geld-volgt-klantmodel niet snel om. Dat doen we ook niet als er een verwacht tekort is van meer dan 1%. De reden is dat de beschikbare cijfers en de contracteerruimte dan nog veel onzekerheid kennen.
Gaan we over naar vaste productieafspraken? Dan laten we dat weten bij de publicatie van de zorgkosten. We baseren deze afspraken op de goedgekeurde geëxtrapoleerde productie van de maand waarover de gepubliceerde zorgkosten gaan. In de extrapolatie nemen we het bijbehorende onzekerheidspercentage en andere financiële afspraken, bijvoorbeeld voor regionale ontwikkeling, mee. Wanneer hier sprake van is informeren we u over de vaste productieafspraken voor uw organisatie.
Met een tussentijdse herschikking krijgt u duidelijkheid over het deel van uw productie waarvoor wij naar verwachting een herschikkingsafspraak kunnen maken. De financiering van de gedeclareerde productie boven deze afspraak blijft dan onzeker. Pas bij de definitieve herschikking kunnen wij aangeven of we deze productie alsnog kunnen omzetten in afspraken. Zorg die u levert boven de (tussentijdse) herschikkingsafspraak komt in principe niet voor vergoeding in aanmerking.
In de loop van ieder kalenderjaar maken we met u definitieve productieafspraken. Dat doen we via de definitieve herschikking. De herschikking vindt plaats binnen de contracteerruimte die de NZa aan ons toekent.
Bij de herschikking volgen we de keuze van de klant. Eerst leggen we toezeggingen vast die we eerder deden, bijvoorbeeld over complexe casuïstiek en regionale ontwikkeling. Daarna bepalen we de productieafspraak voor crisiszorg. Dat doen we op basis van de verwachte bezettingsgraad en gemaakte afspraken. Tot slot stellen we de herschikkingsafspraak vast op basis van de geëxtrapoleerde, goedgekeurde en gedeclareerde AW319-productie over 2026. De AW319 is de periodieke declaratie- en productie-informatie.
Wij nemen daarin de volgende punten mee:
Zijn de middelen per sector niet toereikend? Dan passen we een onzekerheidspercentage toe op de geëxtrapoleerde productierealisatie van dat jaar.
Het is mogelijk dat de afspraak in de definitieve herschikking lager is dan de afspraak bij een eventuele tussentijdse herschikking.
Voor de definitieve productieafspraak gebruiken we de goedgekeurde declaratiegegevens uit de AW319 van het betreffende kalenderjaar. We gebruiken daarvoor uw goedgekeurde declaraties tot en met juni op peildatum 1 augustus van elk jaar als de basis voor de herschikking.
In de herschikkingsprocedure delen we de definitieve planning voor de herschikking. Daarin staan onder meer de peildatum en de maand die we gebruiken voor de extrapolatie. U leest daar ook hoe het afstemmen van de herschikkingsafspraak verloopt. We actualiseren deze procedure ieder jaar. Deze vindt u op onze website.
Naar verwachting moeten de definitieve productieafspraken uiterlijk 30 oktober van het betreffende jaar bij de NZa zijn ingediend. Om dat op tijd te doen, voeren we de herschikking in dat geval in september uit. We doen dit het liefst zo laat mogelijk in het jaar. Zo sluiten we zo goed mogelijk aan op de actuele keuzes van klanten.
We begrijpen dat het tijd kost om uw weg te vinden binnen de Wlz. We begrijpen ook dat het krijgen van klanten soms tijd kost. Daardoor vormen de eerste maanden van declareren binnen de Wlz soms geen goede basis voor de herschikking. Daarom maken we voor nieuwe zorgaanbieders een best mogelijke inschatting voor een realistische definitieve productieafspraak voor het betreffende jaar. Daarbij houden we rekening met uw situatie.
De nacalculatie sluit aan op de herschikking. Na afloop van ieder kalenderjaar stelt de NZa de aanvaardbare kosten per zorgaanbieder definitief vast. Dit heet de nacalculatie. Daarbij vormen de gerealiseerde productie en de overige kosten, die passen binnen de herschikkingsafspraak, het uitgangspunt. Hieronder vallen ook de vastgelegde financiële afspraken voor regionale ontwikkeling.
De nacalculatieprocedure publiceren we uiterlijk 31 december 2027 op onze website. In deze procedure leest u de definitieve planning en de werkwijze voor de nacalculatie.
Wanneer bij onze nacalculatie blijkt dat het aantal gedeclareerde dagen zorg met verblijf met behandeling afwijkt van de afgesproken dagen, passen wij hier een correctie op toe. Wij gaan daarbij uit van de afspraak dat het totaal aantal dagen verblijf met behandeling gelijk blijft. Als zorg met verblijf met behandeling is ingezet boven de afgesproken afspraak, nemen wij deze extra dagen niet volledig mee in de definitieve productie. Dit betekent dat deze zorg niet volledig wordt vergoed.
Wij staan positief tegenover verzoeken om onderproductie en overproductie binnen 1 concern met elkaar te verrekenen. Dit kan gaan om 1 concern met overeenkomsten bij 1 of meer zorgkantoren. Het is uw verantwoordelijkheid dat de bedragen in de nacalculatie gelijk zijn. Wij stellen de definitief te verrekenen bedragen binnen het concern pas vast na controle van de nacalculatie over het betreffende kalenderjaar. Dat doen we omdat er nog correcties kunnen volgen.