Als huisarts heeft u zo de mogelijkheid om een volwaardig oogheelkundig onderzoek aan te vragen, zonder dat patiënten hiervoor haar het ziekenhuis hoeven. Hierdoor kunnen patiënten snel (vaak binnen 2 weken) terecht voor oogheelkundige consulten in de eerste lijn.
Vanuit regionale samenwerking kan er een kwaliteitskader laagcomplexe oogheelkunde worden opgesteld. Hierbij dienen sowieso de huisartsen, oogartsen en optometristen betrokken te zijn. Zo kan de kwaliteit van de oogzorg ook in de eerste lijn worden gegarandeerd en worden er afspraken gemaakt over onderlinge samenwerking en zorgpaden.
De impact van deze zorginnovatie zit met name op de toegankelijkheid van zorg. Patiënten met eenvoudige oogheelkundige klachten kunnen nu sneller en mogelijk dichter bij huis behandeld worden. De noodzaak om voor oogzorg naar het ziekenhuis te gaan neemt voor deze patiënten af. Dit leidt tot een efficiëntere doorstroom, waardoor patiënten met complexere oogheelkundige klachten sneller in het ziekenhuis terecht kunnen.
Hoeven niet naar het ziekenhuis en kunnen sneller lokaal terecht.
Worden korter, een aanzienlijk deel van de patiënten komt nu niet meer in de tweedelijnszorg terecht.
Minder druk op zorgpersoneel, zorgt voor efficiëntere inzet voor zorg.
Patiënten betalen geen eigen risico omdat ze in de eerste lijn blijven. De zorgkosten dalen, aangezien eerstelijnsverrichtingen goedkoper zijn dan tweedelijnsverrichtingen.
De betaling gaat nu via de S3-gelden van de huisarts. De O&I-organisatie, zorggroep of huisartsenpraktijk stemt een vast tarief af waaruit de optometrist wordt betaald.