Versie: 1.0
Datum: 1 juni 2026
Zilveren Kruis en zorgkantoor Zilveren Kruis ontwikkelen samen het inkoopbeleid voor ouderenzorg. Waardevolle input van ouderen(vertegenwoordiging), zorgaanbieders en andere partijen uit het veld geeft hieraan richting. Dat begint bij een gezamenlijke verhaallijn: we versterken samen de beweging naar toekomstbestendige ouderenzorg richting 2030. Dit doen we omdat de zorg voor ouderen niet stopt bij de grenzen van de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet langdurige zorg (Wlz).
Door samen te werken over deze domeinen heen, sluiten we beter aan op wat ouderen echt nodig hebben. Dit helpt bij het maken van keuzes voor passende, tijdige en betaalbare zorg. Voor zorg thuis en voor zorg met verblijf. In onze kernregio’s werken we ook samen met het sociaal domein. We vragen van u als zorgaanbieder hetzelfde integrale perspectief. U speelt namelijk een belangrijke rol in alle domeinen. Zo bouwen we samen aan een helder en samenhangend beleid voor 2027 en de jaren daarna.
De beweging ‘Van Zorg naar Gewoon Leven’ is het fundament voor ons inkoopbeleid als zorgverzekeraar en zorgkantoor. Ouderen willen zo lang mogelijk leven zoals ze gewend zijn: in hun eigen buurt, met eigen regie en samen met hun netwerk en een zorgzame gemeenschap. U speelt als zorgaanbieder een essentiële rol om dit te stimuleren en daarbij aan te sluiten. De formele zorg vult aan wat mensen zelf, met hulp van hun omgeving of met digitale ondersteuning niet kunnen. Deze beweging vraagt dat u domeinen overstijgt, schaarse professionals gericht inzet en zorg levert die past bij het leven van onze klanten.
Deze thema’s geven invulling aan de beweging ‘Van Zorg naar Gewoon Leven’ en vormen de structuur van het nieuwe inkoopbeleid. We willen u inspireren om vanuit deze 5 thema’s in 2027 tot en met 2029 samen met ketenpartners in de regio aan de slag te gaan. Ook moedigen we u aan om goede voorbeelden van anderen over te nemen.
Samen met veel betrokken en enthousiaste zorgaanbieders groeide deze beweging van een gezamenlijke visie naar concrete planning en de uitvoering daarvan. Zo zorgen we ervoor dat we ideeën ook echt in de praktijk brengen.
Het doel is een samenleving waarin mensen vanzelfsprekend voor en met elkaar zorgen. Zo blijft hulp en zorg beschikbaar voor mensen die dit echt nodig hebben. Met deze beweging stimuleren we onder andere zorgzame gemeenschappen, initiatieven die de zelfredzaamheid van mensen vergroten en de inzet van informele zorg voor de klant. Dat versterkt de eigen kracht van mensen in hun dagelijks leven. Op de website Van Zorg naar Gewoon Leven vindt u meer informatie.
We zijn trots op de resultaten die we samen behalen. De beweging krijgt steeds meer betekenis in de praktijk. Het wordt duidelijker wat ‘Van Zorg naar Gewoon Leven’ betekent voor alle betrokkenen. Dat helpt om de beweging verder te brengen. We zien dat andere sectoren binnen de langdurige zorg en de Zvw ook aansluiten bij de beweging. Inmiddels doen meer dan 300 zorgaanbieders en samenwerkingspartners mee. Deze brede betrokkenheid zorgt voor een gezamenlijke aanpak en meer impact.
In de podcast 'Van Zorg naar Gewoon Leven' komen 10 voorbeelden aan bod van plekken in de samenleving waar antwoorden zijn gevonden op grote maatschappelijke vraagstukken. We zijn ook positief over de leergang V&VN, de samenwerking met Krachtig Ouder Worden van ANBO-PCOB, voorzorgcirkels, Nederland Zorgt Voor Elkaar en Reable Nederland. Deze initiatieven helpen om de beweging verder te verdiepen en te versterken.
De beweging ‘Van Zorg naar Gewoon Leven’ is al een aantal jaren een belangrijk onderdeel van ons inkoopbeleid. Zoals in het inkoopbeleid 2024-2026 al is aangekondigd verwachten we dat alle zorgaanbieders de beweging ‘Van Zorg naar Gewoon Leven’ maken. Ook in 2027 blijven we hierover graag met u in gesprek. We denken met u mee over hoe u hier binnen uw organisatie en samen met anderen verder vorm aan geeft. Zo zorgen we samen voor zorg die past bij het gewone leven van mensen.
Zorgzame gemeenschappen zijn netwerken van inwoners, naasten, vrijwilligers en lokale initiatieven waarin mensen elkaar ondersteunen in het dagelijks leven. Zij helpen elkaar bij lichte hulpvragen, bieden sociale steun en vergroten de zelfredzaamheid. Professionele zorg sluit hierop aan en neemt alleen over als dat nodig is.
Zorgzame gemeenschappen kennen verschillende vormen. Informele netwerken en steunstructuren zijn kleinschalige initiatieven waarbij mensen elkaar helpen en ondersteunen in het dagelijks leven. Daarnaast zien we inwonersinitiatieven. Deze ontstaan vanuit de buurt of het dorp. We kennen ook fysieke communities. Dit zijn woonomgevingen waar inwoners, welzijn en zorg samenkomen.
Onderzoek en praktijkervaringen laten zien dat zorgzame gemeenschappen duidelijke resultaten opleveren. Minder mensen hebben zorg via de Wlz nodig. Ouderen blijven vaker thuis wonen en maken minder gebruik van zorg met verblijf. Initiatieven zoals voorzorgcirkels, zorgcoöperaties, en Langleven Thuisflats helpen daarbij. Zorg en ondersteuning sluiten zo beter aan bij het dagelijks leven en versterken de zelfstandigheid. Dit past bij de beweging ‘Van Zorg naar Gewoon Leven’.
Door beter te kijken naar wat mensen zelf kunnen, wat naasten doen en wat er al is in de wijk, groeit de zelf- en samenredzaamheid. Dit helpt om eenzaamheid te verminderen en verbetert de kwaliteit van leven. Ook neemt de druk op zorgprofessionals af. Zo dragen zorgzame gemeenschappen bij aan de beweging ‘Van Zorg naar Gewoon Leven’ en helpen zij voorkomen dat hulpvragen uitgroeien tot zorgvragen.
We weten nog niet genoeg over wat zorgzame gemeenschappen precies opleveren. Daarom willen we deze kennis verder verdiepen. In de komende periode versterken we de monitoring en breiden we uit naar de Zorgverzekeringswet (Zvw) en het sociale domein.
Een sterke sociale basis is nodig om ook in de toekomst zorg toegankelijk te houden. Informele netwerken en steunstructuren vormen hiervan de basis. Ze helpen mensen om elkaar te ondersteunen in het dagelijks leven. Dit ontlast de professionele zorg. Zo blijft zorg toegankelijk voor iedereen.
Een informeel netwerk ondersteunt uw klant in het dagelijks leven. Het start vaak klein, soms rondom 1 klant, en bestaat uit mantelzorgers, familie, buren en bekenden. U kunt bijvoorbeeld de social scan gebruiken om dit netwerk te verkennen. Met dit hulpmiddel ziet u wie betrokken zijn en waar extra steun nodig is. Zo sluit formele zorg beter aan en blijft zorg toegankelijk en betaalbaar.
Met steunstructuren, zoals voorzorgcirkels, helpen mensen elkaar op tijd. Zo is professionele zorg vaak niet nodig. We ondersteunen de verdere groei van voorzorgcirkels en vergelijkbare initiatieven. Dit doen we onder andere samen met Nederland Zorgt Voor Elkaar en ANBO-PCOB. Deze aanpak versterkt de zelfredzaamheid van mensen en het samen zorgen in de wijk.
We verwachten dat u actief aansluit bij bestaande informele netwerken en steunstructuren in uw omgeving. Zo sluiten professionele zorg en informele ondersteuning goed op elkaar aan. Informele ondersteuning neemt u niet onnodig over. Zo blijft professionele zorg beschikbaar voor mensen die dit echt nodig hebben.
Inwonerinitiatieven zorgen voor sterke sociale netwerken. Daardoor kunnen mensen langer en prettiger thuis wonen. Ervaring laat zien dat initiatieven die door inwoners zelf zijn opgezet het meest duurzaam zijn. Ze hebben ook een positief effect op het welzijn van mensen en op het gebruik van zorg.
Een inwonerinitiatief ontstaat vanuit de buurt of het dorp. Inwoners geven hier zelf vorm aan, bijvoorbeeld via een stichting, vereniging of zorgcoöperatie. Goede voorbeelden zijn Austerlitz en Vledder. Daar organiseren inwoners samen voorzieningen voor ontmoeting, ondersteuning en welzijn. Zorg en welzijn sluiten hierbij aan. Het initiatief bepaalt de richting, niet andersom.
We verwachten dat u aansluit bij inwonersinitiatieven die vanuit de lokale gemeenschap ontstaan. U werkt samen met gemeenten, welzijn en andere lokale partners en zoekt actief naar verbinding met bestaande initiatieven in de buurt of het dorp. Dit kan bijvoorbeeld door ruimtes beschikbaar te stellen of activiteiten, zoals samen eten, te ondersteunen. Zo draagt u bij aan sterke sociale netwerken, sluit zorg beter aan op het dagelijks leven en helpt u inwoners om langer en prettiger thuis te wonen.
We dragen bij aan de financiering van inwonersinitiatieven vanuit de middelen voor Domeinoverstijgende Samenwerking (DOS) preventieve maatregelen of het regiobudget Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg (HLO). In de paragraaf 'We ondersteunen initiatieven in de regio' leest u hier meer over. We koppelen financiering altijd aan actieve en aantoonbare betrokkenheid van bewoners. Het initiatief moet duidelijk vanuit de inwoners zelf komen en door de lokale omgeving worden gedragen. Daarbij gaan we uit van cofinanciering met het sociaal domein. Samenwerking met gemeenten is nodig om het initiatief lokaal te borgen en duurzaam te ondersteunen.
Fysieke communities zijn woonomgevingen waar inwoners, welzijn en zorg samenkomen. In deze communities wonen mensen dicht bij elkaar en ondersteunen zij elkaar in het dagelijks leven. Welzijn en zorg sluiten hierbij aan op wat inwoners samen organiseren. Bekende voorbeelden van fysieke communities zijn Thuisplus-flats en Lang Leven Thuisflats.
Fysieke communities vragen om domeinoverstijgende samenwerking tussen inwoners, gemeenten, woningcorporaties, welzijn en zorg. Door deze samenwerking ontstaat samenhang tussen preventie, welzijn en zorg. Dit helpt mensen om langer thuis te wonen en zorgt voor minder gebruik van professionele ondersteuning en zorg.
Voor de ontwikkeling van fysieke communities verwachten we dat u actief meedenkt en het initiatief neemt. U verkent samen met bewoners, gemeenten en welzijnspartijen welke kansen er lokaal zijn. U werkt bewust samen met andere lokale partners. U bouwt mee aan de community en ontwikkelt die door. We verwachten dat u hierin de rol van coördinerende zorgaanbieder oppakt of aansluit bij een bestaand initiatief. We ondersteunen fysieke communities vanuit de middelen voor DOS Preventieve maatregelen. Meer hierover leest u in de paragraaf 'We ondersteunen initiatieven in de regio'.
We vinden het belangrijk dat ouderen zoveel mogelijk zelf richting kunnen blijven geven aan hun leven. Daarom zetten we in op het versterken van hun zelfredzaamheid. Dit begint bij wat iemand zelf kan of opnieuw leert met ondersteuning. De zorg sluit hierop aan en neemt niet over wat iemand zelf kan.
Het vormt een belangrijke basis in de beweging ‘Van Zorg naar Gewoon Leven’. We zien het als de (streef)norm in de professionele ouderenzorg. Reablement is een gedachtegoed binnen de ouderenzorg gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en het voorkomen van onnodige zorgafhankelijkheid. Binnen de ouderenzorg wordt deze aanpak steeds belangrijker om kwaliteit van leven te behouden en de inzet van schaarse zorgcapaciteit te optimaliseren.
Daarmee versterken we wat iemand zelf nog kan, leren we aan wat opnieuw mogelijk is en zetten we hulpmiddelen in. Zodat het leven zo gewoon mogelijk door kan gaan. Dit vraagt van professionals een andere manier van kijken en handelen, waarbij niet protocollen of systemen centraal staan, maar de behoeften en mogelijkheden van de oudere zelf. Ouderen zijn meester van hun eigen leven.
We zorgen er samen voor dat ouderen leven zoals zij willen. We beginnen bij wat iemand zelf wil en kan in het dagelijks leven en ondersteunen bij het herwinnen van vaardigheden of het vinden van passende oplossingen. Samen met naasten en waar nodig met hulpmiddelen. Want niet iedere hulpvraag is een zorgvraag. In de praktijk betekent dit:
Een behoefte die bij ouderen van nu steeds meer toeneemt. Professionals nemen niet automatisch taken over, maar ondersteunen, faciliteren en activeren de klant, zodat deze zoveel mogelijk eigen regie en zelfredzaamheid behoudt. Iedere professional, ongeacht setting of financiering, levert een bijdrage aan herstel, zelfstandigheid en kwaliteit van leven.
U implementeert aantoonbaar het gedachtegoed van reablement en laat duidelijk zien dat dit een vast onderdeel is van uw organisatie en dagelijkse werkwijze. Met reablement ondersteunen we ouderen om zoveel mogelijk zelf te blijven doen. Dit geeft hen meer regie en draagt bij aan een betere kwaliteit van leven. Samen met Reable Nederland is het ontwikkelmodel reablement gemaakt. U gebruikt dit model om uw aanpak te beoordelen en te verbeteren. Zo laat u zien dat u een stap zet naar de volgende fase van het ontwikkelmodel. We gaan met u in gesprek over uw huidige situatie en concrete vervolgstappen. Zo werkt u de komende jaren toe naar reablement als norm binnen de professionele ouderenzorg.
Ondersteuning helpt ouderen om hun vaardigheden te behouden of opnieuw te leren. We zien mooie initiatieven die ouderen hierbij helpen. Denk aan initiatieven die helpen bij geheugenproblemen, het organiseren van het dagelijks leven en het versterken van de rol van naasten en mantelzorgers. Door uit te gaan van wat ouderen wél kunnen, sluit de ondersteuning beter aan bij hun persoonlijke situatie en behoeften.
Beter Thuis met Dementie is een programma met een logeerweek van 5 dagen voor echtparen, waarbij 1 partner dementie heeft. Tijdens deze week krijgen zij informatie over dementie en leren zij praktische vaardigheden. Ook is er veel aandacht voor zelfzorg en voor het omgaan met dementie in het dagelijks leven. Het programma helpt mantelzorgers om sterker te staan en de zorg beter vol te houden. Zo draagt Beter Thuis met Dementie bij aan langer thuis wonen, met oog voor de gezamenlijke situatie van mensen met dementie en hun partner. De komende jaren willen we dit programma uitbreiden naar meerdere regio’s. We vragen u om dit samen in de regio te gaan organiseren.
Investeren in zelfredzaamheid helpt om zwaardere zorg te voorkomen of uit te stellen. Met passende ondersteuning kunnen ouderen langer zelfstandig thuis blijven wonen. Dit zorgt voor toegankelijke en passende zorg en heeft een positief effect op de inzetbaarheid van zorgmedewerkers en op de zorgkosten.
We dragen bij aan de financiering van initiatieven die de zelfredzaamheid van ouderen versterken. Dat doen we met het regiobudget vanuit het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg (HLO). In de paragraaf 'We ondersteunen initiatieven in de regio' leest u hier meer over. Zo stimuleren we duurzame oplossingen die ouderen helpen om zoveel mogelijk zelf te blijven doen, nu en in de toekomst.
We hebben samen met Zorgverzekeraars Nederland (ZN) enkele ambities geformuleerd. Die zijn:
Digitale ondersteuning kan ouderen helpen om zoveel mogelijk zelfstandig te blijven. We bevorderen dat digitale ondersteuning standaard wordt ingezet wanneer dit kan en een toegevoegde waarde heeft. Thuiszorgtechnologie, zoals slimme medicijndispensers, dagstructuur robots en beeldzorg, helpt om capaciteit vrij te spelen en ouderen regie te geven in lijn met reablement als leidend principe. De digitale vorm is het uitgangspunt wanneer deze passend is (volgens het Zorginstituut: geen aanspraak op fysieke zorg als digitaal voldoet). We stimuleren opschaling van bewezen technologieën en digitale inclusie voor klanten en mantelzorgers. De klant neemt technologie steeds vaker mee naar ELV, GRZ of langdurige zorg, waardoor zorgprocessen slimmer, lichter en meer continu worden. Zo houden we schaarse professionals beschikbaar voor zorg die alleen fysiek kan worden geleverd.
Thuiszorgtechnologie biedt mogelijkheden om zorg of toezicht op afstand te realiseren. We zien hierbij mooie nieuwe initiatieven. Alle zorgaanbieders die MPT leveren kunnen de inzet van thuiszorgtechnologie declareren via de bijbehorende prestaties en prestatiecodes. De totaal gedeclareerde zorg (inclusief thuiszorgtechnologie) moet binnen het budget behorende bij de gestelde indicatie vallen. Thuiszorgtechnologie moet tot substitutie van zorg leiden. Dat betekent dat thuiszorgtechnologie ter vervanging is van fysieke zorg of leidt tot uitstel van fysieke zorg. Zorgaanbieders kunnen de kosten declareren volgens de beleidsregel.
Bij zorg thuis verwachten we dat u bewust kiest welke zorg u inzet en declareert. Meestal biedt het MPT voldoende ruimte om de zorg goed te organiseren en te financieren. Met een MPT stemt u de zorg af op wat de klant echt nodig heeft. Dit past bij de beweging ‘Van Zorg naar Gewoon Leven’, omdat u alleen inzet wat nodig is en daar gericht capaciteit voor gebruikt. Zorg via een MPT is daarom vaak doelmatig. Bij ongeclusterde zorg thuis geldt als uitgangspunt: MPT is in principe voorliggend op VPT. Dit sluit aan bij de afspraken uit het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg.
Zorgaanbieders gaven aan behoefte te hebben aan duidelijkheid over wanneer zij zorg met een MPT moeten declareren en wanneer een VPT passend is. Daarom is samen met zorgaanbieders en andere zorgkantoren een toetsingskader ontwikkeld. U vindt dit toetsingskader in Bijlage 2 Landelijk beleidskader Wlz 2027 (pdf).
Het uitgangspunt MPT voorliggend op VPT geldt vanaf 1 januari 2027 voor alle nieuwe klanten die ongeclusterde zorg thuis ontvangen. U beoordeelt dit op basis van het landelijke toetsingskader. We verwachten dat bij 90% van de nieuwe klanten die zorg thuis ontvangen een MPT passend is. Ook bij bestaande klanten die nu een VPT krijgen, kunt u overstappen naar een MPT. Dit doet u altijd in goed overleg met de klant.
In de regio’s van Zilveren Kruis zien we dat ongeclusterde zorg thuis relatief vaak met een VPT wordt gedeclareerd. Dit is een minder doelmatige leveringsvorm en legt druk op de contracteerruimte. Daarom vinden we het belangrijk om hierin stappen te zetten. We verwachten van zorgaanbieders die ongeclusterde zorg thuis declareren met een VPT dan ook daadwerkelijk een andere leveringsmix. Om dit goed te volgen, maken we spiegelinformatie en monitoren we de ontwikkeling per zorgaanbieder.
Als uit de monitorings- en spiegelinformatie blijkt dat de ontwikkeling richting MPT achterblijft, gaan we met u in gesprek. We kunnen aanvullende afspraken over de leveringsmix voor zorg thuis maken. Deze afspraken zijn bedoeld om het aandeel MPT bij ongeclusterde zorg thuis te vergroten. Daarbij houden we rekening met uw klantpopulatie en de situatie in de regio.
Nieuw zorgaanbod moet passen bij wat in de regio nodig is. Daarom toetsen we plannen voor nieuwe geclusterde woonvoorzieningen. We kijken op basis van de regio-analyse naar de verwachte ontwikkeling van het aantal klanten en de benodigde leveringsmix.
Wilt u een nieuwe geclusterde VPT locatie openen of in een bestaande woonvorm geclusterd VPT aanbieden? Neem dan tijdig contact op met het zorgkantoor. Dit geldt voor bestaande zorgaanbieders én voor nieuwe zorgaanbieders. Zo kunnen we samen in een vroeg stadium kijken naar uw plannen.
Bij de toets kijken we naar de verwachte zorgvraag in de regio. We letten daarbij op het aantal klanten en op de mix van zorgvormen. We nemen zorg thuis, zorg in geclusterde woonvoorzieningen en zorg met verblijf mee.
We zien dat bij de start van nieuwe woonlocaties de samenwerking met andere partijen in de regio en hiermee de zorg voor klanten niet altijd goed geborgd is. Dit is voor ons reden om voorwaarden te stellen aan nieuwe geclusterde woonvoorzieningen.
Bij nieuw zorgaanbod is goede afstemming in de regio belangrijk. U maakt afspraken met andere partijen in de regio om de zorg voor uw klanten te borgen.
U draagt zorg voor uw klanten. Het is daarbij belangrijk dat u tijdig en ruim voor de opening van een nieuwe locatie afspraken maakt met andere zorgaanbieders over de zorg die u niet zelf levert.
Voldoen aan het Convenant Samenwerking MGZ is een randvoorwaarde voor nieuwe woonlocaties. In de paragraaf 'Implementatie van MGZ in alle regio’s' leest u aan welke minimale eisen u moet voldoen voordat u een nieuwe locatie opent. Zijn er structurele knelpunten? Dan informeert u ons hierover en geeft u aan hoe u zorgt voor een oplossing.
Soms past zorg thuis niet meer bij de situatie van de klant. Dan is zorg met verblijf mogelijk. Deze zorg is bij voorkeur tijdelijk. Mensen kunnen dan herstellen en ondersteuning krijgen, zodat zij daarna weer naar huis kunnen. In andere situaties verhuizen mensen naar een plek met zorg en verblijf, omdat zelfstandig thuis wonen niet meer goed past. Juist in de laatste levensfase is een fijne woonplek extra belangrijk. Daarom organiseren we zorg met verblijf zoveel mogelijk zoals thuis. Een verhuizing naar een plek met zorg en verblijf zien we daarom niet als een opname, maar als een verhuizing naar een nieuw thuis. De afgelopen periode hebben we vanuit de beweging een mooie ontwikkeling gezien voor zorg thuis. De komende periode focussen we ook op zorg met verblijf.
Bewoners leven zoveel mogelijk hun eigen leven in een omgeving die vertrouwd voelt. Er is ruimte voor eigen keuzes, een eigen ritme en persoonlijke voorkeuren. Ook bij zorg met verblijf kijkt u wat iemand zelf kan, eventueel met ondersteuning van naasten of de omgeving. De ondersteuning en zorg zijn hierbij gericht op het versterken van de zelfredzaamheid van de klant. Waar het kan, is deze ondersteuning tijdelijk. Met gerichte ondersteuning helpt u de klant om stap voor stap weer meer zelf te doen en eigen regie te behouden.
Locaties voor zorg met verblijf zijn open en verbonden met de wijk. U vervult een actieve rol in de buurt en werkt samen met bewoners, naasten en lokale partners. Zo versterkt u meedoen en samenleven.
We weten dat veel klanten ondersteuning en zorg het liefst thuis ontvangen. Voor wie dit kan, willen we dit ook realiseren. We zien daarnaast dat zorg thuis niet voor iedereen passend is, bijvoorbeeld bij complexe of zeer intensieve zorgvragen. Voor deze groep is zorg met verblijf de beste keuze. Ons uitgangspunt is daarom: thuis als het kan, zorg met verblijf als het nodig is.
We zetten in op groei van extramurale zorg. Voor deze zorg geldt geen volumeplafond. De groei van zorg met verblijf beperken we. Dit doen we door, net als in eerdere jaren, een volumeplafond af te spreken voor zorg met verblijf. We stellen de hoogte van dit volumeplafond opnieuw vast.
Het volumeplafond is het maximale aantal dagen dat u per jaar mag declareren voor zorg met verblijf. We bepalen het aantal dagen op basis van de maand met het hoogste aantal gedeclareerde dagen voor intramurale zorg. We kijken hierbij naar de periode van januari 2025 t/m april 2026. Dit berekenen we als volgt:
Voor het aantal gedeclareerde dagen zorg met verblijf tellen we mee: reguliere zorgdagen, mutatiedagen, verblijfdagen voor een niet-geïndiceerde partner en DTV. Crisiszorg nemen we niet mee, vanwege de aparte afspraken hierover. Ook de declaraties VV9B, VV10 en logeerdagen tellen we niet mee. We ronden de afspraak af op hele dagen.
We toetsen deze cijfers aan de meest recente cijfers vanuit de declaraties. We vergelijken deze met het gemiddelde aantal gedeclareerde dagen in de maanden januari t/m april 2026 en de maand juni 2026. Als deze declaraties een ander beeld laten zien, passen we de afspraken aan. Het nieuwe volumeplafond is in principe niet hoger dan het intramurale plafond 20261.
Zijn er afspraken gemaakt over nieuw zorgaanbod, dan nemen we deze ook mee. Deze informatie is bij Zilveren Kruis bekend. We nemen deze informatie mee bij het bepalen van het volumeplafond. Als dat nodig is, stemmen we hierover af met de betreffende zorgaanbieder.
U ontvangt een terugkoppelingsbrief met informatie over de hoogte van uw volumeplafond. Vindt u dat deze afspraak niet passend is? Dan kunt u een gemotiveerd verzoek indienen. Dit kan bijvoorbeeld als er tijdelijke leegstand was of bij een fusie of overname. Dien uw verzoek uiterlijk 11 september 2026 in. Geef daarbij aan waarom de afspraak volgens u niet passend is en welke hoogte van het volumeplafond volgens u wel past. In september kan eventueel een gesprek plaatsvinden met de inkoper. We beoordelen uw verzoek zorgvuldig. U ontvangt uiterlijk 23 oktober 2026 bericht over de uitkomst.
Het afgesproken volumeplafond geldt in principe voor de volledige beleidsperiode. Voor het jaar 2028 passen we het volumeplafond eenmalig aan vanwege het schrikkeljaar.
Zien we dat de zorgvraag in de regio zich anders ontwikkelt? Dan kunnen we samen een aangepast volumeplafond afspreken. Dit doen we als dat nodig is om te kunnen blijven voldoen aan onze zorgplicht. Het zorgkantoor kan ook in gesprek met zorgaanbieders in de regio om afspraken te maken over passend zorgaanbod, zoals concentratie en specialisatie. Deze afspraken sluiten aan bij de verwachte ontwikkeling van de zorgvraag in de regio. Dit kan gedurende de gehele beleidsperiode plaatsvinden.
We verwachten dat u het hele jaar door voldoende zorg met verblijf beschikbaar houdt. Daarbij houdt u rekening met het afgesproken volume. Zo voorkomt u verrassingen bij de herschikking en/of nacalculatie. Declareert u in een maand meer dan past binnen het volumeplafond? Neem dan direct contact op met de zorginkoper van het zorgkantoor.
1 Hierbij corrigeren we voor niet-gerealiseerde afspraken over onomkeerbare bouwplannen.
Logeerzorg helpt klanten om langer thuis te wonen. Het ontlast mantelzorgers en kan crisissituaties voorkomen. We weten dat 1 op de 10 thuiswonende klanten behoefte heeft aan logeerzorg. In de praktijk zien we dat het huidige aanbod van logeerzorg beperkt en versnipperd is en vaak niet goed aansluit bij wat klanten en mantelzorgers nodig hebben. Daarom willen we meer logeerzorg inkopen die beter aansluit bij de wensen en behoeften van klanten.
Logeerzorg biedt klanten en hun naasten tijdelijke ontlasting in een periode waarin dat nodig is. Het aanbod sluit aan bij wat klanten op dat moment nodig hebben. Zij verblijven in een prettige, huiselijke omgeving. Klanten voelen zich welkom en op hun gemak. Er is passende begeleiding en een invulling van de dag die aansluit bij hun situatie.
We willen extra plekken voor logeerzorg inkopen met een vernieuwend en aantrekkelijk aanbod. We noemen dit ‘gericht contracteren’. Met extra plekken ontstaat meer ruimte en neemt de wachttijd af. Zo sluit de logeerzorg beter aan bij de vraag in de regio. Dit helpt om logeerzorg toegankelijk te houden voor klanten en hun naasten.
We willen afspraken maken met zorgaanbieders waarvan het nieuwe aanbod van logeerzorg aan de volgende eisen voldoet.
Eisen voor de locatie en kwaliteit van zorg:
Eisen voor proces en bedrijfsvoering:
Nieuw zorgaanbod vraagt vaak om extra investeringen in de startfase. Daarom dragen we bij aan een deel van deze kosten. Hiervoor reserveren we maximaal € 2 miljoen uit de contracteerruimte. De vergoeding is maximaal € 10.000 per plek.
U geeft aan met hoeveel plekken u het logeeraanbod in 2027 wilt uitbreiden en in welke plaats(en) u logeerzorg wilt gaan aanbieden of uitbreiden. Daarnaast licht u het plan op hoofdlijnen toe. In deze toelichting gaat u specifiek in op de eisen uit dit inkoopbeleid. U uploadt uw plan als bijlage bij de inschrijving.
We toetsen of uw aanvraag voldoet aan de criteria. Daarnaast beoordelen we of de plannen voor uitbreiding passen bij de verwachte vraag naar logeerzorg. Krijgen we meer aanvragen dan er geld beschikbaar is? Dan kiezen we voor de plekken waar de urgentie het grootst is.
U ontvangt voor logeerzorg 100% van het tarief van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Daarmee stimuleren we dat zorgaanbieders logeerzorg bieden. Deze vergoeding geldt voor nieuw en bestaand logeeraanbod. We stimuleren de groei van logeervoorzieningen. Daarom nemen we logeerzorg niet mee in het volumeplafond voor zorg met verblijf.
Het is belangrijk dat het zorgaanbod in onze regio’s aansluit op de verwachte vraagontwikkeling. Op basis van analyses en inzichten hierover gaan we in gesprek met zorgaanbieders. Het aantal ouderen met een zorgvraag neemt toe. Daarom verwachten we de komende jaren meer klanten. Het is belangrijk dat we hier goed op voorbereid zijn. Zo zorgen we dat ook toekomstige klanten passende zorg krijgen. Het zorglandschap is meer dan alleen de Wlz. We houden rekening met de ontwikkeling in andere domeinen, zoals de Zvw.
Steeds meer klanten ontvangen Wlz-zorg thuis. De groei van het aantal klanten vangen we op met zorg thuis. Zorg in een geclusterde woonomgeving (VPT) is beschikbaar als de zorg thuis (ongeclusterd) niet meer mogelijk of doelmatig is. In de regio bekijken we met zorgaanbieders wat er nodig is om meer Wlz-zorg thuis mogelijk te maken. Het gaat daarbij om het borgen van essentiële voorzieningen in de regio.
Het gaat om klanten met een zeer complexe en/of intensieve zorgvraag. Denk hierbij aan:
Om ook in de toekomst goede zorg te kunnen blijven bieden, is het belangrijk dat er in de regio afspraken zijn over wie welke zorg het beste kan leveren. Zo kunnen aanbieders van zorg met verblijf zich specialiseren en meer kennis en ervaring opbouwen voor specifieke doelgroepen. Dit komt de kwaliteit van de zorg ten goede en kennis- en expertise kan zo optimaal benut worden.
In dit plan staan afspraken met zorgaanbieders over de ontwikkeling van het zorgaanbod. Zo zorgen we samen voor voldoende en passend aanbod. Ook borgen we hiermee de zorg voor klanten met een complexe zorgvraag en voor specifieke doelgroepen. Dit helpt om vraag en aanbod nu en in de toekomst goed in balans te houden.
Voor een toekomstbestendig zorglandschap is het belangrijk dat essentiële voorzieningen in de regio geborgd zijn. Zo blijft zorg beschikbaar en kunnen we personeel, kennis en expertise zo goed mogelijk inzetten.
De afgelopen jaren hebben we veel geïnvesteerd in essentiële voorzieningen. Dit heeft gezorgd voor betere toegang tot zorg en meer continuïteit. De komende jaren werken we verder aan het verbeteren van deze voorzieningen. Dat vraagt om een andere manier van afspraken maken. We zien dat sommige zorgaanbieders een grotere rol spelen in de regio. Daarom maken we per regio gerichte afspraken met een beperkt aantal aanbieders. Zo zetten we de beschikbare middelen zo goed en doelmatig mogelijk in.
We gaan per regio gericht in gesprek met een beperkt aantal zorgaanbieders. Samen maken we afspraken over het borgen van essentiële voorzieningen. Hieronder leest u wat minimaal beschikbaar moet zijn in de regio. We maken hierbij onderscheid in de volgende essentiële voorzieningen:
Per regio maken we afspraken over één centrale coördinatiefunctie. Deze functie geeft overzicht in de beschikbare zorg. Zo krijgen klanten op tijd passende zorg. De coördinatiefunctie sluit aan op zorg uit andere domeinen, zoals de Zvw en het sociaal domein. Zorg stopt namelijk niet bij domeingrenzen. Met één centrale coördinatiefunctie zorgen we voor een doelmatige inzet van schaarse capaciteit en voor een soepele overgang tussen verschillende vormen van zorg. Landelijk zijn er ontwikkelingen rond de organisatie en bekostiging van zorgcoördinatie, bijvoorbeeld voor acute zorg. Wij sluiten hier actief op aan en stimuleren regionale coördinatiefuncties om zich hierop voor te bereiden en, waar mogelijk, te integreren. We houden daarbij rekening met verschillen tussen regio’s in opgave, schaal en bestaande samenwerking. De verdere ontwikkeling van coördinatiefuncties sluit aan bij deze regionale verschillen en is gericht op meer samenhang en minder onnodige verschillen in werkwijze.
Voor het organiseren van de coördinatiefunctie stellen we de volgende voorwaarden, volgens de uitgangspunten van Zorgverzekeraars Nederland (ZN) (pdf):
Binnen de Wlz bestaan voorzieningen voor spoedzorg, acute zorg en kortdurende zorg en verblijf. Dit gaat bijvoorbeeld om crisiszorg en zorg bij een inbewaringstelling (IBS) volgens de Wet zorg en dwang (Wzd). Deze voorzieningen zijn bij voorkeur geschikt voor meerdere doelgroepen en soorten zorg. Bij de organisatie van deze voorzieningen kijken we verder dan alleen de Wlz en nemen we ook andere zorgdomeinen mee. Zo voorkomen we versnippering en zetten we mensen en middelen zo goed mogelijk in.
Voor het organiseren van deze voorzieningen stellen we de volgende voorwaarden:
Per regio bekijken we wat er nodig is voor crisiszorg en IBS-zorg. Dit doen we in samenhang met afspraken binnen de Zorgverzekeringswet, zoals eerstelijnsverblijf-zorg (ELV). Zo voorkomen we dat het aanbod te versnipperd raakt. Samenwerking tussen zorgaanbieders is hierbij belangrijk. Dit zorgt voor een goede doorstroom naar reguliere zorgplekken, zodat crisisplekken niet onnodig lang bezet blijven.
Vanaf 2027 maken we afspraken met een beperkt aantal zorgaanbieders. In steeds meer regio’s werkt deze concentratie goed. Daarom kiezen we per regio voor 2 tot 3 zorgaanbieders. Voor IBS-zorg maken we afspraken met maximaal 1 zorgaanbieder per regio.
Voor het organiseren van crisiszorg en IBS-zorg stellen we de volgende voorwaarden:
In sommige situaties heeft een klant kortdurende zorg en verblijf nodig. Het gaat dan om kortdurende zorg en verblijf, bijvoorbeeld voor observatie, diagnostiek en/of het maken van een behandelplan. Deze voorzieningen bieden klanten een tijdelijke plek. Daarna kunnen zij met een behandelplan weer naar huis of doorstromen naar een plek die beter bij hun situatie past.
Kortdurende zorg en verblijf is alleen passend als extra zorg of behandeling thuis niet voldoende is. Een tijdelijke opname heeft veel impact op de klant. Ook is de beschikbare capaciteit beperkt. Daarom willen we opname vanuit huis zoveel mogelijk voorkomen.
We gaan met u in gesprek over kortdurende zorg en verblijf, samen met zorgverzekeraar Zilveren Kruis. Het vertrekpunt is de verwachte zorgvraag en de benodigde capaciteit in de regio. Bij deze analyse houden we rekening met verschillende ontwikkelingen. Denk aan de groei van het aantal ouderen, de veranderende zorgvraag doordat mensen langer thuis wonen en de toenemende mogelijkheden om zorg thuis te bieden. In de regio bespreken we hoe we opnames kunnen voorkomen of verkorten door zorg anders te organiseren. Daarnaast nemen we signalen mee over leegstand, knelpunten en mogelijke oplossingen in de hele zorgketen.
Een goede en doelmatige organisatie van de avond-, nacht- en weekendzorg (ANW-zorg) is belangrijk. Samenwerking tussen verschillende zorgdomeinen helpt om zorgpersoneel goed in te zetten. Veel zorgaanbieders organiseren samen de ANW-zorg. Wat goed werkt, blijft bestaan. Is de organisatie onvoldoende? Dan verwachten we dat u de ANW-zorg verbetert.
Voor het organiseren van de ANW-zorg stellen we de volgende voorwaarden:
Alle andere gecontracteerde zorgaanbieders maken gebruik van deze regionale voorziening. Met deze zorgaanbieders spreken we daarom de bijbehorende prestaties, zoals (onplanbare) ANW-zorg, niet meer af.
Afgelopen periode spraken we met veel zorgaanbieders over behandeling. De beschikbare capaciteit is schaars. We willen ervoor zorgen dat klanten die het echt nodig hebben, hier ook toegang toe houden. Daarom zetten we de schaarse behandelcapaciteit zo goed mogelijk in. De behandeling sluit aan op de vraag van de klant en is waar mogelijk tijdelijk. De focus ligt op duidelijke meerwaarde voor de klant en op kwaliteit van leven.
Zorgaanbieders met een eigen behandeldienst hebben een verantwoordelijkheid om hun expertise en capaciteit niet alleen voor de eigen klanten, maar ook voor de regio beschikbaar te stellen. Deze expertise en capaciteit zetten we ook in voor klanten die zorg thuis ontvangen. Dit betekent dat behandelcapaciteit actief wordt gedeeld en ingezet voor andere zorgaanbieders en klanten in de regio, zodat schaarse expertise optimaal benut wordt. Deze expertise en capaciteit zetten we ook in voor klanten die zorg thuis ontvangen.
We hanteren voor behandeling de volgende uitgangspunten:
We kiezen zorgvuldig met welke zorgaanbieders we afspraken maken. Hiervoor gebruiken we een vaste beoordelingsmethode met duidelijke onderdelen. Deze onderdelen staan hieronder beschreven. De inkopers en transitieadviseurs kennen de regio goed en weten wat er speelt bij de zorgaanbieders. Zij gebruiken hiervoor de gegevens die bij ons bekend zijn. U hoort uiterlijk 28 augustus 2026 of we met u voor de komende jaren afspraken willen maken over essentiële voorzieningen.
Bij de beoordeling nemen we de volgende onderdelen mee:
Met geselecteerde zorgaanbieders maken we duidelijke afspraken over het borgen van essentiële voorzieningen. Voor deze afspraken stellen we middelen beschikbaar uit het regiobudget HLO. Deze afspraken sluiten aan bij wat de regio nodig heeft en bij de rol die u daarin vervult.
We zien dat elke regio ‘eigen’ knelpunten en behoeften heeft. We gaan hier met zorgaanbieders over in gesprek en kunnen initiatieven in de regio ondersteunen. Daarvoor gaan we in gesprek met de regio en kijken we wat er nodig is voor de ontwikkeling van de regio. We focussen ons hierbij op de 5 thema’s uit dit inkoopbeleid waarmee we werken aan een toekomstbestendige ouderenzorg. Eerder heeft u al kunnen lezen waar we in ieder geval op willen inzetten, zoals het stimuleren van zorgzame gemeenschappen, het versterken van zelfredzaamheid en het borgen van essentiële voorzieningen.
Zilveren Kruis kan initiatieven in de regio ondersteunen met een financiële bijdrage. Hiervoor gebruiken we middelen voor DOS-preventieve maatregelen of het regiobudget HLO. Daarbij geldt dat middelen van DOS-preventieve maatregelen voorrang hebben op middelen uit het regiobudget HLO.
Voor de middelen voor DOS preventieve maatregelen is Domeinoverstijgend Samenwerken het uitgangspunt. Daarmee is het doel om de samenwerking tussen gemeenten, zorgverzekeraars en zorgkantoren duurzaam vorm te geven. Cofinanciering door partijen buiten de Wlz is daarom verplicht. Alleen met gezamenlijke inzet kunnen deze communities lokaal goed worden georganiseerd en blijvend functioneren. Met deze middelen versterken we de gezamenlijke veerkracht en voorkomen we zwaardere zorg- en ondersteuningsvragen2.
Het beleid voor deze specifieke middelen met daarin onder andere de voorwaarden en procedure leest u in het inkoopbeleid DOS Preventieve maatregelen. Dit inkoopbeleid publiceren we naar verwachting medio juni 2026 op onze website.
In het landelijke beleidskader leest u meer over het regiobudget HLO. Voor Zilveren Kruis is vanuit het regiobudget naar verwachting € 17 miljoen. per jaar beschikbaar. Van deze middelen reserveren we 10% voor afspraken die meerdere regio’s betreffen. Denk hierbij aan het ondersteunen van inwonersinitiatieven en initiatieven die de zelfredzaamheid van ouderen versterken. De overige middelen verdelen we over de regio’s. Dit doen we op basis van de verhouding tussen de regio’s zoals de NZa die ook hanteert bij de verdeling van de contracteerruimte.
We leggen de afspraken over het regiobudget HLO vast in een addendum bij de overeenkomst. Zilveren Kruis verstrekt de financiering via één of twee kassiers of rechtstreeks aan betrokken zorgaanbieders. We leggen de financiële afspraken vast voor het jaar waarin de plannen uitgevoerd worden3. Hoewel plannen betrekking kunnen hebben op meerdere jaren, vindt de financiële afhandeling van de plannen per jaar plaats.
In afspraken leggen we vast hoe partijen de voortgang en resultaten monitoren en verantwoorden. De verantwoording gebeurt op basis van de gemaakte afspraken. Zijn afspraken niet of maar deels uitgevoerd? Dan gaan we hierover in gesprek. We kunnen in dat geval middelen terugvorderen. We begrijpen dat initiatieven soms niet slagen. Daarom vorderen we geen middelen terug als de afgesproken resultaten niet zijn behaald, maar de activiteiten wel zorgvuldig en zo goed mogelijk zijn uitgevoerd.
2 Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft nog niet voor de hele beleidsperiode geld beschikbaar gesteld voor DOS Preventieve Maatregelen. Bij het maken van dit beleid gaan we er wel van uit dat dit alsnog gebeurt. Komt het geld er toch niet? Dan nemen we dit mee in een aanvulling op het inkoopbeleid van het betreffende jaar.
3 De financiële afspraken kunnen niet boven 100% van het NZa-tarief uitkomen. In het geval dat de regio de voorkeur heeft dat transitiemiddelen voor één regio bij een zorgaanbieder met lage omzet terechtkomen wordt dat tarief begrensd tot 100% en zal er een tweede kassier nodig zijn.
Goede samenwerking en verbinding met de wijk zijn belangrijk. Te veel versnippering maakt samenwerken lastiger en zorgt voor een minder efficiënte inzet van personeel. Daarom gebruiken we een klant-werkgebiedratio.
Net als in eerdere jaren gebruiken we een klant-werkgebiedratio. Dit is de verhouding tussen het aantal klanten aan wie u Wlz-zorg of Zvw-wijkpleging levert in de 4-cijferige postcodegebieden waarin deze klanten wonen en het totaal aantal van deze 4-cijferige postcodegebieden van deze klanten.
De peildatum om te bepalen of u voldoet aan de klant-werkgebiedratio is 1 augustus t-1. We berekenen de ratio op basis van het aantal klanten waarover u zorg heeft gedeclareerd in de maand juni. Het gaat bij de klant-werkgebiedratio om klanten die Wlz-zorg of Zvw-wijkverpleging ontvangen in de zorgkantoorregio’s van Zilveren Kruis. Voor het aantal klanten in de wijkverpleging kunnen we u vragen deze aantallen aan ons door te geven. Om in aanmerking te komen voor een overeenkomst moet u gemiddeld minimaal 3 Wlz- of Zvw-wijkverplegingsklanten per 4-cijferig postcodegebied hebben.
Dit kan Zilveren Kruis voor zorgaanbieders doen als er sprake is van specifieke omstandigheden. Dit kan onder andere zijn:
We gebruiken het belangrijkste deel van de contracteerruimte voor de vergoeding van de tariefpercentages voor zorg en voor de NHC/NIC. Zilveren Kruis reserveert daarnaast een klein deel van de V&V-contracteerruimte (0,2%) voor onvoorziene omstandigheden.
Vanaf 2021 werken zorgkantoren met een landelijk tariefmodel. In dit eerste model werd er voor alle zorgaanbieders over alle sectoren één reëel tariefpercentage bepaald.
Vanaf 2024 berekent het tariefmodel per sector een richttariefpercentage, waarbij zowel aantallen als marktaandeel van zorgaanbieders wordt meegenomen. Met dit tarief ontvangt minimaal 75% zowel van het aantal als van het marktaandeel van zorgaanbieders een kostendekkende vergoeding. Door een norm van 75% te hanteren geldt er voor de overige aanbieders een doelmatigheidsprikkel4.
Om meer recht te doen aan verschillen tussen zorgaanbieders zoals gevraagd door de branches en de wens voor meer tariefdifferentiatie, werken de zorgkantoren per 2027 met een verfijnd model, waarbij de zorgkantoren gebruik hebben gemaakt van de ondersteuning van een onafhankelijk adviesbureau.
Op basis van de analyse van de declaratiegegevens 2024 en jaarrekeningdata 2024 zijn aanbieders in groepen (ook wel clusters genoemd) ingedeeld. Aanbieders in een groep leveren dezelfde zorg en hebben een vergelijkbare bedrijfsvoering op basis van objectieve kenmerken. Niet alleen is daarbij relevant welke (soort) zorgprestaties een zorgaanbieder levert, maar ook of de ‘kostenkant’ van de zorgaanbieder vergelijkbaar is met de andere zorgaanbieders in hetzelfde cluster. In de mate van clustering is de feedback van overleggen met de branches meegenomen. Dit heeft geleid tot in totaal zeven clusters.
Per 2027 hanteren zorgkantoren een beleidsmatig verfijnd tariefmodel. De verfijning betreft het corrigeren van het model voor de NHC/NIC component en een clustering van vergelijkbare aanbieders. Met dit laatste punt willen zorgkantoren meer recht doen aan de verschillen die bestaan tussen typen aanbieders in verschillende sectoren.
Als gevolg van de uitspraak van het Hof5 hebben zorgkantoren (met terugwerkende kracht) het saldo van de financiële baten en lasten toegevoegd aan het rekenmodel6. Hierdoor ontstond een overlap, een deel van die lasten werd namelijk óók vergoed via het 100% tarief voor NHC/NIC. Zorgkantoren hebben ervoor gekozen om, met de ingang van het nieuwe beleid deze overlap eruit te halen door het model te corrigeren voor de NHC/NIC component, om hiermee ook recht te doen aan de doelmatigheidsopdracht die zorgkantoren hebben.
Binnen een sector worden vergelijkbare aanbieders geclusterd. Een zorgaanbieder wordt toegedeeld naar de sector waar de landelijke omzet het grootste is. Voor de V&V zijn er de volgende clusters:
Vervolgens berekenen we per cluster het vertrektariefpercentage. Op deze manier kunnen zorgkantoren reële tarieven afspreken, die beter passen bij het type zorgaanbieder. Het verfijnde model is verder toegelicht in het document ‘Onderbouwing vertrektarieven per cluster Wlz’ in bijlage 7 (pdf).
Voor de berekening van de vertrektariefpercentages zijn de laatst beschikbare jaarverslagen van de zorgaanbieders nodig. Voor de vertrektariefpercentages 2027 betreffen dit de beschikbare jaarverslagen 2025. Deze jaarverslagen worden pas op 1 juni gepubliceerd. Dit betekent dat de vertrektariefpercentages 2027 pas na deze datum berekend kunnen worden en daarom uiterlijk op 4 september 2026 gepubliceerd worden. Dan zal ook een nieuwe versie van bijlage 7 gepubliceerd worden.
In het proces van de Nota van Inlichtingen kunnen zorgaanbieders vragen stellen over de wijze waarop de vertrektariefpercentages 2027 berekend worden. Na publicatie van de vertrektariefpercentages 2027 kunnen zorgaanbieders bezwaren uiten tegen de hoogte van de vertrektariefpercentages 2027 en de (wijze van) totstandkoming daarvan. Hiervoor geldt een vervaltermijn van 20 kalenderdagen.
Het staat zorgaanbieders vrij om binnen deze termijn mee te delen dat zij hun inschrijving niet langer gestand doen naar aanleiding van het op 4 september 2026 gepubliceerde vertrektariefpercentages 2027. U kunt dit kenbaar maken door een e-mail te sturen naar zorginkoopwlz@zilverenkruis.nl.
Het vertrektariefpercentage is voor de zorgkantoren een gezamenlijk uitgangspunt voor de inkoop. Het is geen minimum- of maximumtarief. Zorgkantoren kunnen zowel een hoger als een lager tariefpercentage afspreken.
Zorgaanbieders waarvoor het geldende vertrektariefpercentage aangevuld met eventuele regionale aanvullende afspraken op basis van dit beleid aantoonbaar niet kostendekkend is, kunnen een beroep doen op de hardheidsclausule.
Er is afgesproken dat aanbieders landelijk op basis van omzet worden geclusterd en ook landelijk in hetzelfde cluster worden gecontracteerd. U wordt op 1 juni over uw cluster geïnformeerd door het zorgkantoor. Als dit cluster afwijkt van de verwachting, neemt u dan voor 1 juli 2026 contact op met uw zorginkoper. Voor enkele aanbieders leidt dit tot een verschuiving van de sector waaronder de aanbieder gecontracteerd wordt. De prestaties bij sectorvreemde indicaties worden vergoed voor het door de aanbieder afgesproken (eigen sector) percentage.
Voor in 2026 nieuw gecontracteerde aanbieders zonder realisatie bepaalt het zorgkantoor op basis van de inkoopafspraken met de betreffende aanbieder het cluster voor 2027.
4,5 ECLI:NL:GHDHA:2024:199, Gerechtshof Den Haag
6 Zie Nota van Wijziging d.d. 31 mei 2024
Voor de af te spreken tariefpercentages maken we onderscheid tussen zorgaanbieders die al een overeenkomst hebben met Zilveren Kruis en/of een ander zorgkantoor (bestaande zorgaanbieders7) en zorgaanbieders die nieuw zijn voor de zorgkantoren. In deze paragraaf leest u meer over de tariefpercentages die we afspreken met bestaande zorgaanbieders.
Met alle bestaande zorgaanbieders spreken we het landelijke vertrektariefpercentage af voor zorg. Daarbij geldt het tariefpercentage van het cluster waarin de zorgaanbieder valt. Een klein aantal zorgaanbieders heeft meerdere overeenkomsten. In dat geval geldt per overeenkomst het vertrektariefpercentage van de bijbehorende sector.
Logeren is een belangrijke voorziening om zorg thuis mogelijk te maken. Daarom vergoeden we voor logeerprestaties 100% van het NZa-tarief.
Investeringen in vastgoed vragen om zekerheid voor zorgaanbieders. Daarom vergoeden we voor NHC/NIC 100% van het NZa-tarief. We verwachten dat u de NHC-inkomsten gebruikt voor de exploitatie, het onderhoud en de verduurzaming van uw vastgoed. Zo blijven gebouwen veilig, toekomstbestendig en passend bij de zorg.
7 In de paragraaf 'We maken onderscheid tussen bestaande en nieuwe zorgaanbieders' leest u meer over het onderscheid tussen bestaande en nieuwe zorgaanbieders.
| Type zorgaanbieder | Tariefpercentage voor zorg 2027-2029 | Tariefpercentage logeerprestaties 2027 - 2029 | Tariefpercentage NHC/NIC 2027-2029 |
|---|---|---|---|
| Extramuraal divers | Vertrektariefpercentage cluster extramuraal divers (volgt 04-09-2026) | 100% | 100% |
| Hoofdzakelijk VPT | Vertrektariefpercentage cluster hoofdzakelijk VPT (volgt 04-09-2026) | 100% | 100% |
| Gedeeltelijk intramuraal | Vertrektariefpercentage cluster gedeeltelijk intramuraal (volgt 04-09-2026) | 100% | 100% |
We vinden het belangrijk om beschikbare middelen doelmatig te gebruiken. Daarom spreken we met een deel van de zorgaanbieders een lager tariefpercentage af. Dit tarief ligt 2% onder het vertrektariefpercentage.
Wij spreken een lager tariefpercentage af met aanbieders die:
De zorgaanbieders voor wie dit geldt, ontvangen hierover uiterlijk 28-08-2026 bericht.
We kunnen daarnaast met zorgaanbieders in gesprek gaan om maatwerkafspraken te maken over het tariefpercentage, met het oog op doelmatigheid.
U kunt vrijwillig kiezen voor een lager tariefpercentage. Bijvoorbeeld omdat u uw maatschappelijke verantwoordelijkheid wilt nemen en de zorgkosten wilt beperken. U kunt bij uw zorginkoper aangeven dat u een lager tariefpercentage wilt. Samen maakt u hierover afspraken. De definitieve afspraken leggen we vast in de overeenkomst.
Heeft de gehanteerde tariefsystematiek een voor uw organisatie onvoorzien en onredelijk benadelend gevolg, dan is er in uitzonderlijke gevallen de mogelijkheid voor individuele aanbieders om een beroep te doen op de hardheidsclausule. Onder onvoorzien verstaan we dat in een specifieke situatie voor een individuele aanbieder door toepassing van de tariefsystematiek (landelijk vertrektariefpercentage en regionale aanpassingsmogelijkheden) een onredelijk benadelend effect optreedt. De term onvoorzien wordt hier dus uitgelegd als onverwacht effect van de tariefsystematiek. Hierbij is het van belang dat u kunt aantonen dat u op dit moment op een doelmatige manier de zorg levert en het voor u geldende tariefpercentage voor uw organisatie niet kostendekkend is.
We nemen uw financiële positie en organisatiestructuur mee en beoordelen of er nog operationele verbeteringen mogelijk zijn. Bij de financiële positie zal onder meer gekeken worden naar het eigen vermogen van de organisatie. We betrekken daarbij ook de financiële reserves van de zorgaanbieder. Bij de afweging om de hardheidsclausule toe te passen nemen we ook de zorgplicht en het perspectief voor de langere termijn mee. Dit alles nemen we mee bij de beoordeling of en welke afspraken we maken op basis van de hardheidsclausule.
In de paragraaf 'U kunt een beroep doen op de hardheidsclausule' leest u meer over hoe u een beroep kunt doen.
We waarderen het dat nieuwe zorgaanbieders een leemte in de regio opvullen of vernieuwing brengen. Tegelijk zien we dat nieuwe zorgaanbieders vaak minder bijdragen aan regionale ontwikkeling. Ook leveren ze vaak niet de volledige breedte van zorg binnen een prestatie of is de zorgzwaartemix lager dan gemiddeld. Daarom geldt voor nieuwe zorgaanbieders een lager tariefpercentage.
| Type zorgaanbieder | Tariefpercentage voor zorg 2027-2029 | Tariefpercentage logeerprestaties 2027-2029 | Tariefpercentage NHC/NIC 2027-2029 |
|---|---|---|---|
| Extramuraal divers | Vertrektariefpercentage cluster extramuraal divers - 2% (volgt 04-09-2026) | 100% | 100% |
| Hoofdzakelijk VPT | Vertrektariefpercentage cluster hoofdzakelijk VPT - 2% (volgt 04-09-2026) | 100% | 100% |
In bijzondere situaties kunnen we een hoger tariefpercentage afspreken, tot maximaal het vertrektarief van het cluster waarin u valt. Dit kan bijvoorbeeld als u zorg levert aan complexe doelgroepen, zoals hoog complexe of essentiële zorg, en een lager tarief niet voldoende is. Dit geldt ook als u in 2026 zorg heeft geleverd via een persoonsgebonden budget (pgb) en het nieuwe tarief lager uitkomt dan uw huidige pgb-vergoeding. Wilt u in aanmerking komen voor een hoger tariefpercentage? Bespreek dit dan tijdens het gesprek met ons over uw inschrijving.
De vergoeding van sectorvreemde zorg wijzigt. Vanaf 2027 vergoeden we voor sectorvreemde zorg het tariefpercentage dat met de zorgaanbieder is afgesproken op basis van het cluster waar de zorgaanbieder in valt. We spreken van sectorvreemde zorg als een zorgaanbieder een prestatie levert uit een andere sector dan de hoofdsector van de zorgaanbieder, bijvoorbeeld een ZZP. U stemt met uw zorginkoper af of u deze zorg kunt leveren en declareren. Dit doen we in een inhoudelijk gesprek. Daarbij beoordelen we of u deze zorg op een verantwoorde manier kunt leveren.
Met ons meerjarige inkoopbeleid willen we binnen de beschikbare middelen goede zorg blijven bieden aan huidige en toekomstige klanten. Daarom geven we klanten de ruimte om zorg te kiezen die bij hen past. Tegelijk bieden we u ruimte om deze passende zorg te leveren.
Door persoonsvolgende bekostiging groeit het zorgvolume mee met de zorgvraag van klanten. U zit daarbij niet vast aan volumeafspraken. Dit geldt niet voor intramurale zorg, crisiszorg en behandeling. We doen dit zolang het past binnen de beschikbare contracteerruimte. Om voldoende zekerheid te bieden, hebben we mogelijkheid voor een tussentijdse herschikking.
Zo sluiten onze afspraken en betalingen goed aan op de praktijk. Klanten kiezen niet allemaal per 1 januari opnieuw voor zorg. Daar houden we rekening mee in ons betaalbeleid. Met dit betaalbeleid zorgen we ervoor dat de zorg ook bij de overgang naar een nieuw jaar gewoon doorgaat. U vindt het betaalbeleid in bijlage 9 (pdf).
Het doel van de Meerzorgregeling is om te komen tot passende financiering voor tijdelijke extra zorg die mensen met een Wlz-indicatie nodig hebben. Het gaat om zorg die de zorgvraag op basis van het geïndiceerde zorgprofiel ruim overstijgt. We sturen binnen de wettelijke en beleidskaders op de toegankelijkheid én betaalbaarheid van de Meerzorgregeling.
Bij meer dan 10 klanten met meerzorg voeren we een meerzorgdialoog. Als er aanleiding toe is, kunnen we ook een meerzorgdialoog voeren bij minder klanten. De kwaliteit van de zorg voor de hele groep klanten die meerzorg ontvangt staat hierbij centraal. Een dialoog is niet vrijblijvend. We willen graag weten waar u tegenaan loopt en zijn uw partner bij het vinden van oplossingen die passen bij uw organisatie. En natuurlijk horen we ook graag uw goede voorbeelden, zodat we daar anderen weer mee kunnen inspireren. Handvat voor het gesprek is het vooraf ingediende Meerzorgplan. Daarin beschrijft u een terugblik op het voorgaande jaar en een vooruitblik op het lopende jaar.
Bij een aanvraag voor meerzorg maakt u gebruik van de expertise van anderen. Minimaal één keer in de drie jaar vraagt u advies aan een collega-zorgaanbieder of bij het Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE). Zij beschikken over specialistische kennis die kan helpen bij het verbeteren van de zorg voor de klant of klantgroep waarvoor meerzorg wordt aangevraagd. Soms ontstaat een meerzorgvraag doordat de basiszorg of de omgeving niet goed aansluit. Een collega-zorgaanbieder of het CCE kan dan adviseren over mogelijke verbeteringen. Dit gaat bijvoorbeeld over huisvesting, samenstelling van de groep, contact met naasten, deskundigheid van medewerkers, teamstabiliteit, een veilige woonomgeving of het inzetten van vrijheidsbeperkende maatregelen. We gebruiken dit advies bij de beoordeling van de meerzorgaanvraag. Ook bij het zorgvuldig afbouwen van meerzorg kan dit advies helpen.
Voor klanten met een Laag Volume, Hoog Complex (LVHC) zorgvraag is consultatie of advies verplicht voordat een meerzorgaanvraag kan worden ingediend. Dit geldt voor de volgende doelgroepen: Huntington, Korsakov, Langdurige Bewustzijnsstoornissen (LBS), Dementie met Zeer Ernstig Probleemgedrag (DZEP), zeer ernstige gerontopsychiatrische aandoeningen (GP+), Niet Aangeboren Hersenletsel+ (NAH+) en Multiple Sclerose+ (MS+). De consultatie vindt plaats bij een Doelgroep Expertise Centrum (DEC) of een Regionaal Expertisecentrum (REC). Het doel is om te beoordelen welke zorg het best passend is. Het advies kan leiden tot het beperken van meerzorg of tot een advies voor (tijdelijke) opname in een DEC of REC.
Een goede verantwoording van de geleverde meerzorg is belangrijk. We gebruiken hiervoor evaluaties en materiële controles. We verwachten dat u kunt laten zien hoe de ontvangen meerzorgmiddelen zijn ingezet, zowel inhoudelijk als financieel. Ook in de komende beleidsperiode besteden we hier aandacht aan. Als uit een materiële controle blijkt dat (een deel van) de meerzorgmiddelen niet juist is besteed, kan dit betekenen dat u dit bedrag moet terugbetalen.
We verwachten dat zorgaanbieders kritisch kijken naar de inzet van meerzorg en de hoogte van aanvragen. Meerzorg heeft een steeds grotere impact op de benutting van de contracteerruimte. Daarom sluiten we niet uit dat we tijdens de looptijd van dit inkoopbeleid maatregelen nemen om de stijgende kosten voor meerzorg te beheersen. Als dat nodig is, nemen we deze maatregelen op in de aanvulling op het inkoopbeleid voor dat jaar.
In de periode 2027–2029 werken we toe naar een volledige en blijvende invoering van Medisch Generalistische Zorg (MGZ) in alle regio’s. Dit sluit aan bij het Convenant Samenwerking MGZ. MGZ wordt daarmee een vast onderdeel van de eerstelijnszorg in de regio.
Een goede MGZ-dekking vraagt om nauwe en structurele samenwerking tussen betrokken partijen. Daarbij is er specifieke aandacht voor:
Dit betekent dat elke regio uiterlijk in 2029 beschikt over deze basiselementen voor MGZ. We zien daarbij toe op de totstandkoming, de actualisatie en de naleving ervan. De volgende onderdelen zijn hierbij belangrijk:
Gebaseerd op het Convenant Samenwerking MGZ moet u het volgende borgen:
Van aanbieders met een behandelrol verwachten we actieve deelname. Dit onder andere door het regionaal maken en onderhouden van MGZ-afspraken en het hanteren van een duidelijk escalatiemodel bij knelpunten.
MGZ is vast onderdeel van regionale gesprekken en contractafspraken. Knelpunten worden actief gedeeld door de regio en/of zorgaanbieder en opgevolgd door het zorgkantoor en de zorgverzekeraar.
De verantwoordelijkheden verschillen per zorgaanbieder. Dit hangt af of een zorgaanbieder een eigen behandelorganisatie heeft of gebruikmaakt van externe afspraken voor MGZ.
Het kan voorkomen dat het regionaal of lokaal niet lukt om een volwaardig MGZ te organiseren, ondanks aantoonbare inspanningen en de bereidheid om het convenant en het beleidskader volledig te volgen. In dat geval verwachten zorgkantoren dat u dit tijdig en actief bij ons meldt. Als regionale oplossingen onvoldoende zijn, kan het zorgkantoor dit landelijk escaleren, bijvoorbeeld via ZN of richting het ministerie van VWS.
Vanaf 2027 gaan we op andere manier afspraken maken over plekken met en zonder behandeling. Daarbij maken we onderscheid tussen afspraken voor VPT zorg en afspraken voor zorg met verblijf.
We spreken VPT zorg af zonder behandeling. Heeft een klant tijdelijk Wlz behandeling nodig? Dan kunt u extramurale behandeling inzetten naast het VPT tot maximaal de ruimte die de NZa regels daarvoor bieden. Op deze manier zorgen we ervoor dat Wlz behandeling ook beschikbaar is voor klanten op een plek zonder behandeling.
De volumes zijn voor deze prestaties niet volledig persoonsvolgend. Het uitgangspunt is dat het aantal dagen met behandeling gelijk blijft. We spreken een vast aantal plekken met behandeling af voor alle VV- en GZ-verblijfprestaties. De afspraak voor 2027 baseren we op het aantal gedeclareerde en vergoede dagen in 2025. Heeft een klant op een plek zonder behandeling tijdelijk Wlz-behandeling nodig? Dan kunt u extramurale behandeling inzetten bovenop het ZZP tot maximaal de ruimte die de NZa regels daarvoor bieden. Zo zorgen we ervoor dat Wlz-behandeling ook beschikbaar is voor klanten op een plek zonder behandeling.
Zilveren Kruis wil voor haar klanten en hun naasten in de palliatieve fase zorg en begeleiding die de kwaliteit van leven en sterven verbetert. Het gesprek over wensen in de laatste levensfase wordt nog te weinig gevoerd. Vroegtijdige markering van de palliatieve fase en proactieve zorgplanning zijn hierbij belangrijk. Om het welbevinden en zelfregie te vergroten en samen beslissen te bevorderen. Bovendien kunnen zo de wensen rondom het levenseinde zo goed mogelijk worden vervuld, zodat de klant verantwoord en met passende zorg kan overlijden. Samenwerking tussen zorgaanbieders is ook hierin nodig. Daarom stellen we als voorwaarde dat u bent aangesloten bij het regionale netwerk palliatieve zorg.
Zilveren Kruis vindt het belangrijk dat palliatief terminale zorg (PTZ) wordt afgestemd op de waarden, wensen en behoeften van de klant. Op basis van de voorkeursplek van overlijden en de situatie maakt u een inschatting waar en hoe de best passende zorg kan worden geleverd. Bij een klant die wenst thuis te overlijden, heeft u aandacht voor voldoende toezicht op momenten dat de klant niet alleen kan zijn en er geen medische noodzaak is voor de aanwezigheid van een professional. U maakt verblijf in een bijna-thuis-huis (BTH) bespreekbaar in situaties waarin geen of onvoldoende mantelzorgers of vrijwilligers beschikbaar zijn. Als het noodzakelijk is dat verpleegkundige zorg continu aanwezig is dan biedt een High Care Hospice uitkomst.
Palliatief terminale zorg in een bijna-thuis-huis sluit goed aan bij de visie van ‘zorg naar gewoon leven’ van Zilveren Kruis. Deze kleinschalige setting leunt sterk op de kracht van lokale betrokkenheid en de inzet van goed geschoolde vrijwilligers. Dit bevordert warme, nabij georganiseerde zorg, waarbij professionele ondersteuning en informele hulp elkaar optimaal aanvullen. We vragen coördinatiefuncties om de beschikbare bedden in BTH vindbaar te maken en hiernaar te verwijzen. Veel BTH gebruiken Palliaweb voor capaciteitsregistratie. Om extra administratieve lasten voor BTH te voorkomen, kunnen coördinatiefuncties dit platform benutten. Op sommige plekken kan het gebruik nog beter. Als een ander platform in de hele regio goed werkt, mag dit ook worden ingezet. Bijna-thuis-huizen kunnen naast verwijzingen door coördinatiefuncties ook zelf klanten opnemen.
Zorgkantoren zien optimalisatie en innovatie als een cruciaal middel om de Wlz-zorg toekomstbestendig te houden voor klanten, medewerkers en maatschappij. De toenemende druk op toegankelijkheid, betaalbaarheid en kwaliteit vraagt om een duidelijke strategie voor het opschalen van bewezen initiatieven (optimalisatie) en het ontwikkelen van nieuwe oplossingen (innovatie). Met als doel het verhogen van implementatie van in de praktijk bewezen initiatieven (optimalisatie) en versnelde en gerichte ontwikkeling van nieuwe innovaties. We maken daarbij onderscheid tussen:
Hierbij focussen we op de 6 thema’s voor innovatie uit de landelijke visie Visie op samen werken aan langdurige zorg 2027-2029 (pdf) en de 5 thema’s uit dit inkoopbeleid.
Wij verwachten dat u:
Een aantal toepassingen heeft zich inmiddels zo breed bewezen, dat wij verwachten dat alle zorgorganisaties deze toepassen:
Wij verwachten dat u deze toepassingen inzet bij alle klanten, als de toepassing past bij de zorgvraag. Alleen wanneer dit voor een individuele klant niet passend is, kan hiervan gemotiveerd worden afgeweken. Samen met u brengen we aan het begin van de beleidsperiode in beeld waar u staat ten opzichte van de inkoopdoelen, waar u in 2030 wilt staan en hoe optimalisatie daaraan bijdraagt. We delen inspirerende voorbeelden van succesvolle optimalisatie uit de praktijk. Deze vindt u op de pagina Succesvolle initiatieven.
Waar nodig volgt het zorgkantoor de voortgang in de periodieke overleggen. Eventuele afspraken over voortgang of verbeteringen leggen we schriftelijk vast.
Innoveren betekent het pionieren en ontwikkelen van een volledig nieuw product, dienst of zorgproces, die bijdragen aan duurzame veranderingen in de zorg. Zorgaanbieders onderzoeken de effecten van de innovatie en de randvoorwaarden om op te schalen. Het doel is dat succesvolle innovaties uiteindelijk onderdeel worden van optimalisatie en breed ingezet kunnen worden. Zorgaanbieders die innoveren voldoen aan de volgende voorwaarden:
We willen innovatiekracht in de sector optimaal benutten en dubbel werk voorkomen. Daarom brengen de zorgkantoren samen meer focus aan. Zo voorkomen we dat er op meerdere plekken aan dezelfde innovatie wordt gewerkt. Samen met zorgaanbieders selecteren we potentieel baanbrekende innovaties. Zorgkantoren kunnen innovatietrajecten ondersteunen met kennis of capaciteit, op basis van een concreet plan en duidelijke afspraken.
Met het kwaliteitskader voor uw sector hebben we een gedeeld perspectief over de kwaliteit van de zorg om met u in gesprek te gaan. Klanten(raden) zijn in de gesprekken voor ons een vanzelfsprekende gesprekspartner. Om een goed beeld te krijgen van de door u geleverde zorg brengen we daarnaast ook de komende jaren bij veel zorgaanbieders regelmatig bezoeken op locatie. We hebben gemerkt dat dit een zinvolle aanvulling is op de gesprekken die we met u voeren.
Wij vinden het belangrijk dat klanten goed geïnformeerd worden over het beschikbare zorgaanbod. Voor onze klanten, naasten en verwijzers is de Zorgatlas beschikbaar, een online zoekmachine voor de langdurige zorg. Van alle gecontracteerde zorgaanbieders nemen we basisgegevens op in de Zorgatlas. U vult zelf in de Zorgatlas verdere gegevens van uw organisatie in en houdt deze actueel. Zo bent u beter vindbaar voor klanten die op zoek zijn naar passende zorg. Klanten kunnen via verschillende zoekcriteria informatie vinden over het beschikbare zorgaanbod in hun omgeving. Met de detailinformatie krijgen zij alvast een indruk van de locatie, bijvoorbeeld over de ligging en aanwezige voorzieningen.
Op onze website vindt u onder andere een handleiding van de Zorgatlas. Via deze pagina kunt u een beheerder aanmelden. Wij vragen u uw locaties zelf te voorzien van het actuele zorgaanbod en de locatiekenmerken. Zo werken we samen aan informatie voor klanten en hun naasten.
De zorgvraag en kosten blijven groeien. Dit zet druk op de betaalbaarheid. Ook personeel en vastgoed zijn schaars. Daarom speelt doelmatigheid een rol bij al onze inkoopdoelen en realiseren we het inkoopbeleid dan ook binnen de financiële kaders en met een optimale inzet van middelen.
Gelet op doelmatige inzet van middelen en het beperkte financiële kader is belangrijk dat u de best passende en meest doelmatige leveringsvorm declareert. Bij zorg thuis verwachten we dat u bewust kiest welke zorg u inzet en declareert. Meestal biedt het MPT voldoende ruimte om de zorg goed te organiseren en te financieren. Voor zorg thuis geldt MPT voorliggend op VPT. We gebruiken spiegelinformatie die inzicht geeft in verschillen per zorgaanbieder tussen leveringsvormen. We gaan in gesprek met zorgaanbieders aan de hand van deze spiegelinformatie. Hiermee stimuleren we doelmatige inzet van beschikbare middelen. Als dat nodig is maken we aanvullende afspraken over de leveringsmix.
Regionale samenwerking helpt om de schaarse middelen beter in te zetten. Zorgaanbieders organiseren voorzieningen samen, zoals essentiële voorzieningen en dagbesteding. Ook het samen inzetten op innovaties en arbeidsbesparende technologie is belangrijk. Dit draagt bij aan het verlagen van de klant/FTE ratio.
We zien dat de opbouw van kosten en uitgaven tussen zorgaanbieders verschillen. Dit geeft mogelijkheden om de beschikbare middelen doelmatiger in te zetten. We willen u stimuleren te blijven werken aan het verbeteren van de doelmatigheid. Daarom ondersteunen we u met onze zorgaanbiederanalyse. Via spiegelinformatie faciliteren wij u met inzicht in uw kosten ten opzichte van andere zorgaanbieders. Deze informatie ondersteunt u bij de keuze op welke onderdelen u doelmatigheidsverbetering wilt realiseren. Wij gaan hierover graag met u in gesprek.
We vinden het belangrijk om de schaarse middelen doelmatig in te zetten, zodat alle klanten passende zorg krijgen. Daarom kunnen wij het initiatief nemen om in gesprek te gaan met zorgaanbieders die, vergeleken met anderen, een hoog positief resultaat behalen. We vragen dan om een toelichting op dit resultaat en bekijken samen met de zorgaanbieder hoe het resultaat wordt ingezet en of lagere tariefpercentages mogelijk zijn.
Aansluitend op de visie van het kabinet vinden zorgkantoren dat een pgb alleen beschikbaar moet zijn voor klanten die daar bewust voor kiezen en niet als financieringsvorm. Wij zien dat sommige wooninitiatieven gefinancierd worden via een pgb maar feitelijk functioneren als zorg in natura. Om die reden zetten we in op het contracteren via zorg in natura (ZIN) van bestaande pgb-wooninitiatieven (dat wil zeggen: wooninitiatieven die reeds bestonden vóór 1 januari 2026). Voor deze contractering gelden de reguliere voorwaarden uit ons inkoopbeleid.
Goede gebouwen zijn belangrijk om nu en in de toekomst passende zorg te kunnen bieden. In de praktijk sluiten gebouwen niet altijd aan bij wat klanten en professionals nodig hebben. Daarom willen wij als zorgkantoor actief meedenken bij belangrijke keuzes over zorgvastgoed. Samen zoeken we naar oplossingen die werken in de praktijk en passen bij de toekomstige zorgopgave.
Nieuwbouw en grote verbouwingen hebben langdurige gevolgen en bepalen voor lange tijd waar en hoe zorg kan worden geleverd. Afstemming met relevante regionale partijen helpt om knelpunten voor klanten, medewerkers en de omgeving te voorkomen. We verwachten dat u plannen voor vastgoedinvesteringen in onze zorgkantoorregio’s tijdig met ons bespreekt. Zo zorgen we er samen voor dat investeringen aansluiten bij de maatschappelijke opgave en dragen we bij aan toekomstbestendige zorg voor klanten.
Tot en met 2030 zijn bijna 300.000 extra woningen voor ouderen nodig. Ook in de gehandicaptenzorg (GZ) en de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) verwachten we dat de komende jaren meer mensen zelfstandig thuis wonen met passende zorg. Gezamenlijk richten wij ons op passende extramurale woon- en zorgarrangementen voor mensen die zorg thuis ontvangen.
Vanuit het zorgkantoor werken wij aan de extramurale woonopgave via samenhangende acties:
Wij verwachten dat zorgaanbieders in de regio actief bijdragen aan passende woon- en zorgarrangementen. Niet iedere aanbieder heeft dezelfde rol. Voor een goed werkend zorglandschap is het wel belangrijk dat er per regio aanbieders zijn die deze ontwikkeling dragen en verder brengen.
Zorgaanbieders die hier een rol in kunnen spelen, dragen bij door:
Dit doen we om de zorg betaalbaar te houden. Wij zien dat sommige zorgaanbieders via financiële constructies geld halen uit het zorgstelsel. Dit kan de zorg onnodig duur maken. Daarom verwachten wij van zorgaanbieders dat transacties met gelieerde partijen marktconform zijn. Denk aan leningen met een rente die past bij de markt en huurprijzen voor vastgoed die niet hoger zijn dan gebruikelijk. Dit betekent dat prijzen en voorwaarden moeten worden vastgesteld alsof sprake is van een transactie tussen onafhankelijke derden.
Er zijn grote stappen nodig om tot een toekomstbestendig zorglandschap te komen. Daarom blijven we samenwerken met proactieve en innovatieve zorgaanbieders aan toekomstbestendige initiatieven. Om dit te realiseren zijn soms andere of bijzondere afspraken nodig. Het gaat om zorgaanbieders die grote, bijzondere of onderscheidende stappen zetten om maatschappelijke vraagstukken en/of onze inkoopdoelen te realiseren. Met afspraken op maat kunnen we uitzonderingen maken op ons huidig inkoopbeleid of een aanvulling daarop, om zo de noodzakelijke beweging te versnellen.
Zilveren Kruis bepaalt of zulke afspraken mogelijk en wenselijk zijn om ontwikkelingen in de regio of bij zorgaanbieders te versnellen. Afspraken kunnen ook met meerdere zorgaanbieders tegelijk worden gemaakt8, bijvoorbeeld in een regio. Waar noodzakelijk en van meerwaarde kunnen deze afspraken ook domeinoverstijgend zijn.
We blijven in gesprek met proactieve en innovatieve zorgaanbieders. We werken samen aan het delen van goede en inspirerende voorbeelden. Zo proberen we samen de beweging te versnellen bij andere zorgaanbieders.
8 Passend binnen de geldende wet- en regelgeving over mededinging en privacy.
| Uiterste datum | Stap | Wie |
|---|---|---|
| 1 juni 2026 | Bekendmaking van het inkoopbeleid Wlz-zorg 2027-2029 | Zorgkantoor |
| 15 juni 2026 12.00 uur | Mogelijkheid tot stellen van vragen t.b.v. Nota van Inlichtingen | Zorgaanbieder |
| 1 juli 2026 | Publicatie van de Nota van Inlichtingen | Zorgkantoor |
| 1 juli 2026 | Openstellen inkoopapplicatie voor inschrijving | Zorgkantoor |
| 21 juli 2026 | Vervaltermijn voor kortgeding tegen het inkoopbeleid en de bijlagen | Zorgaanbieder |
| 31 juli 2026 17.00 uur | Datum van inschrijving voor nieuwe en bestaande zorgaanbieders | Zorgaanbieder |
| 28 augustus 2026 | Voorlopige terugkoppeling uitkomst van de beoordeling van de inschrijving | Zorgkantoor |
| 4 september 2026 | Publicatie definitieve vertrektarieven | Zorgkantoor |
| 24 september 2026 | Vervaltermijn voor bezwaar en kortgeding tegen:
|
Zorgaanbieder |
| 2 oktober 2026 | Als dat nodig is, een gesprek over contractering en voorwaarden | Zorgkantoor en zorgaanbieder |
| 23 oktober 2026 | Definitieve terugkoppeling inschrijving en aanbieden overeenkomst voor ondertekening | Zorgkantoor |
| 30 oktober 2026 | Uiterste datum voor indiening budgetformulier 2027 via NZa-portaal bij zorgkantoor |
Zorgaanbieder |
| 30 oktober 2026 | Uiterste datum voor ondertekening overeenkomst in VECOZO | Zorgaanbieder |
| 6 november 2026 | Vervaltermijn voor kortgeding tegen de definitieve terugkoppeling | Zorgaanbieder |
| 12 november 2026 | Controle van ingediende budgetformulieren en doorzetting naar de NZa | Zorgkantoor |
| 13 november 2026 | Definitieve contractering en indiening budgetformulier bij NZa | Zorgkantoor en zorgaanbieder |
| 1 juni 2027 | Deadline aanvullende afspraken, waaronder afspraken in het kader van regionale ontwikkeling | Zorgkantoor en zorgaanbieder |
Zilveren Kruis gaat bij deze inkoopprocedure uit van de aanbestedingsrechtelijke beginselen, althans de precontractuele redelijkheid en billijkheid. Dit vullen wij in door de (procedure)regels die in de inkoopdocumenten, als ook in de Nota van Inlichtingen, zijn opgenomen. De beginselen van gelijkheid, transparantie en proportionaliteit brengen met zich dat de zorgkantoren op een transparante, niet-discriminatoire en proportionele wijze handelen in het kader van hun inkoopprocedures. Zilveren Kruis hecht eraan te benadrukken dat zij niet als aanbestedende dienst kwalificeert in de zin van de Aanbestedingswet 2012 of de Europese aanbestedingsrichtlijnen. Dit inkoopbeleid is dan ook geen aanbestedingsprocedure zoals bedoeld in de betreffende aanbestedingsregelgeving. Verder liggen in de overeenkomst de rechten en verplichtingen van de zorgaanbieders en Zilveren Kruis vast.
Het inkoopbeleid geldt voor de elf regio’s waarvoor Zilveren Kruis Zorgkantoor NV, verder te noemen Zilveren Kruis, namens alle Wlz-uitvoerders de Wlz verzorgt. Het inkoopbeleid is van toepassing voor alle zorgaanbieders in de V&V die Wlz-zorg in natura leveren aan klanten die wonen in één van onze zorgkantoorregio’s:
Het inkoopbeleid geldt voor alle leveringsvormen in Zorg in Natura: verblijf, VPT, MPT, DTV. Daarnaast is dit inkoopbeleid er ook voor zorgaanbieders die alleen behandeling leveren, zoals samenwerkingsverbanden van artsen verstandelijk gehandicapten (Arts VG) en specialisten ouderengeneeskunde (SO).
Dit inkoopbeleid vormt de basis en biedt een handleiding voor inschrijving voor een Wlz-overeenkomst met Zilveren Kruis voor 2027.
Alle zorgkantoren stelden gezamenlijk de landelijke inkoopvisie langdurige zorg op. Dit inkoopbeleid van Zilveren Kruis voor de V&V is een uitwerking van de landelijke inkoopvisie (pdf) voor alle zorgkantoorregio’s van Zilveren Kruis en moet in samenhang met de landelijke inkoopvisie worden gelezen. De landelijke inkoopvisie inclusief bijlagen maken integraal onderdeel uit van dit zorginkoopbeleid en de overeenkomst Wlz 2027-2029 van Zilveren Kruis.
In het landelijke beleidskader (pdf) staan thema’s die extra toelichting nodig hebben en onderwerpen waarvoor zorgkantoren samen één uniforme beleidslijn volgen. Daarnaast werkt het kader aanvullende voorwaarden en richtlijnen uit die zorgkantoren hanteren binnen de geldende wet- en regelgeving.
De volgende rangorde geldt bij tegenstrijdigheden tussen verschillende documenten/delen, tenzij anders aangegeven:
Omdat wij weten dat een inkoopprocedure mogelijk om verduidelijking vraagt, bieden we de mogelijkheid om vragen te stellen over eventuele onduidelijkheden. Vanaf de publicatiedatum op 1 juni 2026 bent u tot uiterlijk 15 juni 2026 12.00 uur in de gelegenheid om vragen te stellen. Na deze sluitingsdatum is het niet meer mogelijk om vragen te stellen over de teksten van het inkoopbeleid en bijbehorende documenten.
Zorgkantoren hebben hun proces om vragen te stellen in het kader van de Nota van Inlichtingen aangepast. U kunt uw vragen indienen via het formulier. Alle zorgkantoren zijn aangesloten op het nieuwe digitale formulier. Alleen vragen die via dit formulier gesteld worden, nemen wij in behandeling.
U kunt alleen een rechtsgeldig beroep doen op onvolkomenheden, onduidelijkheden, vermeende onrechtmatigheden, tegenstrijdigheden of bezwaren die door uzelf, als individuele zorgaanbieder, uiterlijk 15 juni 2026 12.00 uur aan de orde zijn gesteld. Na deze sluitingsdatum is het niet meer mogelijk om vragen te stellen over het inkoopbeleid en bijbehorende documenten.
Daarin beantwoorden we de gestelde vragen. Veel voorkomende vragen zullen we niet letterlijk opnemen en beantwoorden, maar samenvoegen en van een antwoord voorzien. De gepubliceerde Nota van Inlichtingen prevaleert boven de inkoopdocumenten en maakt onderdeel uit van deze inkoopprocedure.
Zorgaanbieders kunnen, als zij het niet eens zijn met het inkoopbeleid inclusief de gepubliceerde Nota van Inlichtingen, binnen een termijn van 20 kalenderdagen na de dag van de publicatie van de Nota van inlichtingen een kortgedingprocedure beginnen bij de rechtbank te Den Haag. Deze termijn is een vervaltermijn. Door deelname aan de inkoopprocedure accepteren zorgaanbieders dat zij het kort geding aanhangig moeten maken binnen de termijn van 20 kalenderdagen na publicatie van de Nota van Inlichtingen op straffe van verval van ieder recht om op een later moment tegen het inkoopbeleid inclusief de Nota van inlichtingen – in rechte – op te komen. Een eventueel aangespannen kortgeding heeft geen schorsende werking voor definitieve contractering.
Zorgkantoren behouden zich het recht voor om een correctie in de documenten en/of een wijziging of aanpassing van de inkoopprocedure toe te passen, naar aanleiding van onvoorziene omstandigheden, gerechtelijke procedures of als na bekendmaking van deze documenten de overheid maatregelen treft die:
Zorgkantoren behouden zich het recht voor om op basis van bovenstaande zonder enige schadevergoedingsplicht de volgende aanpassingen te doen:
Als zorgaanbieder schrijft u in bij die zorgkantoren die verantwoordelijk zijn voor de regio waarbinnen u zorg levert of wilt leveren. De fysieke locatie9 waar u zorg levert, bepaalt met welk zorgkantoor u een contract moet sluiten, op basis van de in die regio geldende inkoopvoorwaarden (inclusief tarief). In het grensgebied tussen zorgkantoren kunnen vraagstukken ontstaan. Wij vragen u dit bij de inschrijving aan te geven, zodat we tot een werkbare oplossing kunnen komen met elkaar.
9 Hierbij gaat het om de feitelijke woonplaats van de klant en niet om het postadres van de klant.
Wij ontvangen van zorgaanbieders een inschrijving. We sluiten in principe één overeenkomst per zorgaanbieder. Deze overeenkomst kan voor verschillende regio’s en sectoren gelden. U schrijft in op de sector die aansluit bij het landelijke cluster van de tariefsystematiek. Voor nieuwe zorgaanbieders geldt dat zij inschrijven op basis van het cluster wat het meest passend lijkt op basis van het ondernemingsplan. Het definitieve cluster voor nieuwe zorgaanbieders wordt in gesprek met de inkoper bepaald.
Inschrijvingen via andere kanalen behandelen wij niet en verklaren wij ongeldig. Met uw deelname gaat u akkoord met de voorwaarden uit het inkoopbeleid van Zilveren Kruis.
Bent u nieuw bij Zilveren Kruis? Dan geeft u via het aanmeldformulier aan dat u zich wilt inschrijven. Daarna ontvangt u van ons een instructie voor het inschrijfproces.
U dient uw inschrijving uiterlijk op 31 juli 2026 17.00 uur in via het zorginkoopportaal van VECOZO. Inschrijvingen na dit moment nemen wij niet in behandeling en sluiten wij uit van de inkoopprocedure. Na indienen ontvangt u een bevestiging van VECOZO. In dat bericht leest u ook hoe u de vragenlijst nogmaals kunt bekijken of kunt downloaden. Technische vragen over het zorginkoopportaal stelt u aan VECOZO of kijkt u na bij de veelgestelde vragen op hun website.
Als de inschrijving van de zorgaanbieder wordt afgewezen n.a.v. de inschrijving uiterlijk 31 juli 2026 17.00 uur, heeft de zorgaanbieder geen mogelijkheid meer om opnieuw (tussentijds) in te schrijven voor het betreffende jaar (2027). Hij kan zich dan pas in de zomer van 2027 weer inschrijven om voor een overeenkomst voor 2028 in aanmerking te komen.
Wij behouden ons het recht voor om tussentijds nieuwe zorgaanbieders te contracteren als dit nodig is om aan de zorgplicht te kunnen blijven voldoen. Dit is enkel aan het zorgkantoor ter beoordeling en vindt uitsluitend plaats op initiatief van het zorgkantoor.
In de procedure maken we onderscheid tussen de bestaande en nieuwe zorgaanbieders.
Bestaande zorgaanbieder:
Nieuwe zorgaanbieder:
Met uw inschrijving en het ondertekenen van de bestuursverklaring stemt u in met het geschetste perspectief voor de zorginkoop voor de komende 3 jaar. In het hoofdstuk 'Wat willen we bereiken' leest u welke doelen we met het zorginkoopbeleid willen realiseren en op welke wijze we dit samen met u willen doen. De kaders van het zorginkoopbeleid zijn hiermee voor het komende jaar helder.
Sluit u per 2027 een meerjarenovereenkomst dan kunt u voor inschrijving voor de opvolgende jaren volstaan met een instemmingsverklaring.
We contracteren alleen zorgaanbieders die een inhoudelijke bijdrage leveren aan het toekomstbestendige zorglandschap. Zilveren Kruis vindt het belangrijk dat nieuwe zorgaanbieders het aanbod in zorg in natura verrijken. Nieuwe zorgaanbieders kunnen vernieuwing brengen en inspringen op vraagstukken in de regio of specifieke klantvragen- of wensen. Tegelijkertijd zijn te veel nieuwe en vooral kleine zorgaanbieders een risico voor versnippering van het zorglandschap en bemoeilijkt dit de regionale samenwerking. Daarom is het belangrijk dat nieuwe zorgaanbieders een duidelijke rol hebben in de regio en aantoonbare meerwaarde bieden ten opzichte van het bestaande zorgaanbod. Daarom houden we bij de beoordeling en toelating van nieuwe zorgaanbieders hier nadrukkelijk rekening mee.
Nieuwe zorgaanbieders kunnen in aanmerking komen voor een overeenkomst als zij kunnen aantonen dat zij voldoen aan alle gestelde voorwaarden én:
Is uw omzet op het moment van inschrijving lager dan € 150.000? Dan komt u in principe niet in aanmerking voor een overeenkomst. Deze omvang is te klein voor een zelfstandige overeenkomst. Wij adviseren u dan om te verkennen of er andere mogelijkheden zijn. Bijvoorbeeld het leveren van zorg in onderaannemerschap, het samenwerken met een andere partij of het aansluiten bij een zorgcoöperatie. Bent u op dit moment onderdeel van een zorgcoöperatie of werkt u als onderaannemer? Dan motiveert u de meerwaarde van een zelfstandige overeenkomst met het zorgkantoor. Zo begrijpen wij uw keuze beter.
Naast het voldoen aan de sectorale kwaliteitseisen en de juridische voorwaarden die in dit inkoopbeleid staan, verwachten wij van nieuwe zorgaanbieders dat zij belangrijke zorginhoudelijke en administratieve randvoorwaarden goed op orde hebben. Zilveren Kruis vindt het belangrijk dat ook nieuwe zorgaanbieders goed hebben nagedacht over deze randvoorwaarden en deze hebben geborgd. Het gaat om:
Het is van belang dat uw inschrijving volledig is en u alle gevraagde documenten bij de inschrijving aanlevert. Als een nieuwe zorgaanbieder een ondernemingsplan indient dat incompleet is en/of niet volledig voldoet aan beschreven eisen, dan kan het zorgkantoor besluiten de zorgaanbieder van verdere deelname aan de inkoopprocedure uit te sluiten of anders te prioriteren, afhankelijk van de aard en omvang van de tekortkoming. Dit geldt ook voor bestaande zorgaanbieders maar nieuw voor het zorgkantoor die een beknopt ondernemingsplan (tenminste het bedrijfs- en financieel plan) moeten aanleveren.
Dit is het geval bij de inzet van onderaannemers en/of een verandering in bestuurlijke structuur.
Wij verwachten dat zorgaanbieders tenminste 2/3 van de productie zelf leveren (dat wil zeggen met personeel dat in loondienst is) en maximaal 1/3 van de verwachte gecontracteerde zorg door onderaannemers10 laten leveren. Wij willen weten welke onderaannemers actief zijn en voor welk deel van de productie zij ingezet worden. Als u met onderaannemers werkt, bent u verplicht deze bij de inschrijving te melden. Vult u voor het melden van onderaannemers de tabel in de bestuursverklaring (xlsx) in.
Dit doet u voorafgaand aan de inzet van de onderaannemer door een e-mail te sturen naar contractadministratiewlz@zilverenkruis.nl. Bij deze melding levert u de tabel voor onderaannemers uit de bestuursverklaring (xlsx) opnieuw ingevuld aan. In de e-mail vermeldt u duidelijk welke onderaannemer(s) nieuw zijn toegevoegd ten opzichte van de eerder gemelde situatie. U krijgt van ons binnen twee weken een reactie op uw melding.
De zorgaanbieder die een onderaannemer inzet voor zorglevering blijft altijd volledig verantwoordelijk voor de kwaliteit van zorg door de onderaannemer. De zorglevering door de onderaannemer moet dan ook aan alle eisen voldoen die het zorgkantoor aan de zorglevering van de hoofdaannemer stelt. Het is daarnaast niet toegestaan om een ZZP- of VPT-pakket volledig door een onderaannemer te laten leveren, tenzij het zorgkantoor daar schriftelijk toestemming voor geeft.
10 Voor de definitie van onderaanneming verwijzen wij naar de overeenkomst.
We gebruiken een vaste beoordelingsprocedure. Bij de beoordeling van zorgaanbieders voeren we de volgende beoordelingsstappen uit:
Wij bekijken na sluiting van de inschrijving of de inschrijving volledig en juist is. Onvolledige inschrijvingen worden niet beoordeeld, bijstelling en aanvulling op initiatief van de zorgaanbieder is niet toegestaan. Een inschrijving is volledig wanneer:
Zorgkantoren hebben na inschrijving de bevoegdheid (maar niet de verplichting) om een zorgaanbieder te vragen zijn inschrijving toe te lichten. De zorgaanbieder heeft dan vijf werkdagen de tijd om de gevraagde toelichting aan te leveren bij het zorgkantoor. Hierna kan de inschrijving definitief worden beoordeeld. Aan het enkel vragen om een (nadere) toelichting door het zorgkantoor kunnen geen rechten of toezeggingen worden ontleend.
Als de inschrijving volledig is, controleren wij wat de bestuurder heeft verklaard over zijn organisatie in de bestuursverklaring. Het gaat niet alleen om controle van wat is ingevuld in de bestuursverklaring, maar ook om beoordeling en controle van de documenten die nieuwe zorgaanbieders (maar ook bestaande zorgaanbieders maar nieuw voor het zorgkantoor) ter onderbouwing moeten aanleveren In deze periode beoordelen wij bij nieuwe zorgaanbieders ook het aangeleverde ondernemingsplan.
Wij kunnen hiervoor bij de inschrijving voor ons relevante informatie bij u opvragen. De integriteitstoets is een verantwoordelijkheid van het zorgkantoor en bevat een toets op de uitsluitingscriteria. Een VOG RP die het Ministerie van Veiligheid en Justitie afgeeft, kan deze integriteitstoets niet vervangen, maar is als aanvulling daarop bedoeld.
Met zorgaanbieders die in 2027 nieuw zijn voor Zilveren Kruis en die voldoen aan de voorwaarden gaan wij in september 2026 in gesprek. Ook de aangeleverde informatie over het te leveren zorgaanbod en de omvang van de zorgaanbieder nemen wij mee in de keuze om wel of niet over te gaan tot een gesprek. Wij maken graag kennis met nieuwe zorgaanbieders, bij voorkeur op de locatie van de zorgaanbieder. In een gesprek willen we een beter beeld krijgen van de drijfveren, bestuurders en de organisatie achter het ondernemingsplan. In het gesprek toetsen we of het beeld van de zorg en de toelichting van de directie/bestuurder consistent is met het ondernemingsplan en of u aan alle voorwaarden voldoet. Ook toetsen we expliciet op de inhoudelijke criteria en of sprake is van vervullen van een leemte om in aanmerking te komen voor zelfstandige contractering. Er is gelegenheid om in te gaan op afspraken over de te leveren prestaties. De uitkomsten van het gesprek nemen we mee in de definitieve beoordeling. Pas na het gesprek besluiten we definitief of we een overeenkomst voor 2027 aan gaan.
Of nieuwe zorgaanbieders een overeenkomst krijgen aangeboden, wordt beoordeeld door Zilveren Kruis. In deze laatste fase van de beoordeling kunnen onder andere, maar niet uitsluitend, de volgende redenen tot afwijzing van nieuwe zorgaanbieders leiden. Het eindoordeel hierover is aan Zilveren Kruis:
Uiterlijk 28 augustus 2026 koppelen wij op basis van de uitkomsten van onze beoordeling terug of wij voornemens zijn een overeenkomst aan te gaan voor 2027 en welke afspraken we met u willen maken. Aan dit voornemen kunt u geen rechten ontlenen. Wanneer wij in onze beoordeling geen bijzonderheden constateren, zijn wij voornemens om met de volgende zorgaanbieders de volgende overeenkomsten aan te gaan:
Dit meerjarenbeleid bevat de mogelijkheid voor Zilveren Kruis om het zorginkoopbeleid tweemaal met een jaar te verlengen voor 2030 en 2031.
Op basis van onze beoordeling van de situatie bij een zorgaanbieder (waaronder maar niet uitsluitend lopende onderzoeken materiële controle of onderzoeken toezichthouders zoals IGJ) hebben wij de mogelijkheid om (ontbindende) voorwaarden te verbinden aan het aangaan van een overeenkomst. Zorgaanbieders die voor 2026 een overeenkomst onder voorwaarden hebben met Zilveren Kruis of waarbij er gedurende 2026 bevindingen zijn die daar aanleiding toe geven, krijgen niet als vanzelfsprekend een overeenkomst voor 2027. Met deze partijen gaan wij eerst het gesprek aan. Als er sprake is van een vermoeden – al dan niet op basis van de uitkomsten van materiële controles – van fraude door de betreffende zorgaanbieder en hiernaar een onderzoek loopt of reeds bevindingen zijn gedaan, kunnen we besluiten om met de betreffende zorgaanbieder geen overeenkomst te sluiten. Ook kan alsnog uitsluiting of ontbinding volgen, in het geval een overeenkomst al is gesloten. Hetzelfde geldt wanneer uit een (NZa) onderzoek blijkt dat de administratie niet op orde is, er fraude is gepleegd of een IGJ-maatregel is opgelegd.
Deze vertrektarieven zijn gebaseerd op de laatst beschikbare jaarverslagen. Meer informatie leest u in de paragraaf 'Een landelijk tariefmodel met vertrektariefpercentage als uitgangspunt'.
Zorgaanbieders kunnen, als zij het niet eens zijn met onze beslissing om al dan niet een overeenkomst te sluiten dan wel over looptijd of voorwaarden, binnen een termijn van 20 kalenderdagen na de dag van de voorlopige terugkoppeling een kortgedingprocedure beginnen bij de rechtbank te Den Haag. Deze termijn is een vervaltermijn. Zorgaanbieders kunnen daarbij niet opkomen tegen zaken die al eerder aan de orde gesteld hadden kunnen en moeten worden. Deze vervaltermijn geldt ook voor het bezwaar tegen de onderbouwing van de beslissing over de definitieve vertrektarieven. In een dergelijk geval zullen wij geen beroep doen op rechtsverwerking ten aanzien van bezwaren gericht tegen (de onderbouwing van) de vertrektarieven. Als evenwel bezwaar wordt gemaakt op gronden die al in rechte beoordeeld zijn zonder dat sprake is van een wijziging van feiten of omstandigheden, is wel sprake van verval van recht en staat het ons vrij om de bezwaren met verwijzing naar de desbetreffende rechterlijke beslissing (kennelijk) ongegrond te verklaren. Door deelname aan de inkoopprocedure accepteren zorgaanbieders dat zij een bezwaar moeten maken en/of een kort geding aanhangig moeten maken binnen de termijn van 20 kalenderdagen na datum van publicatie van de definitieve vertrektarieven en na de datum van voorlopige terugkoppeling op straffe van verval van ieder recht om op een later moment tegen de beslissing over de definitieve vertrektarieven en onze voorgenomen beslissing om al dan niet een overeenkomst te sluiten – in rechte – op te komen. Een eventueel aangespannen kortgeding heeft geen schorsende werking voor definitieve contractering. Let op: het is niet mogelijk om na sluiting van de inschrijving alsnog bewijsmiddelen aan te leveren die verplicht bij de inschrijving moeten worden ingediend, tenzij het zorgkantoor daarom heeft verzocht.
Overweegt u om een beroep te doen op de hardheidsclausule? Neemt u dan contact op met uw zorginkoper. Uw zorginkoper bespreekt met u de reden van het beroep. Voor de aanvraag dient u gebruik te maken van een standaard aanvraagformulier. Dit aanvraagformulier is gemaakt om de informatie op te halen die noodzakelijk is voor de beoordeling van uw aanvraag. Het is belangrijk dat u dit formulier juist en volledig invult, zodat wij een goed beeld hebben van uw (toekomstige) financiële situatie. U kunt het aanvraagformulier opvragen via het e-mailadres zorginkoopwlz@zilverenkruis.nl. Hierin leest u welke informatie u dient aan te leveren.
Als u een beroep doet op de hardheidsclausule, stuurt u het ingevulde aanvraagformulier op via zorginkoopwlz@zilverenkruis.nl en uw zorginkoper. U benoemt daarbij de term “hardheidsclausule” expliciet in het onderwerp van uw bericht. U kunt het aanvraagformulier indienen na bekendmaking vertrektarief, uiterlijk op 24 september 2026. Wij adviseren u het aanvraagformulier voor 8 september 2026 in te leveren. Zo heeft u de mogelijkheid om ontbrekende informatie aan te vullen of correcties te maken zodat uiteindelijk een volledig en juist aanvraagformulier wordt ingediend. Uw zorginkoper geeft aan wanneer dit het geval is.
Afhankelijk van de situatie kunnen we aanvullende documenten opvragen. De afspraken over de hardheidsclausule zijn geldig voor maximaal de duur van het betreffende inkoopjaar.
Als na indiening van de stukken de NZa-tarieven worden bijgesteld, dan zal het zorgkantoor de omzet op dezelfde manier bijstellen als dat de NZa-tarieven zijn bijgesteld.
Wij geven uiterlijk 23 oktober 2026 een terugkoppeling op uw aanvraag voor de hardheidsclausule. Als achteraf blijkt dat een verleende hardheidsclausule niet nodig blijkt dan wordt de toekenning van de hardheidsclausule teruggedraaid.
Bij de herschikking en/of nacalculatie zullen wij controleren of de zorgaanbieder die afspraken heeft op grond van de hardheidsclausule daar nog steeds voor in aanmerking komt. Als dan blijkt dat de zorgaanbieder geen beroep meer toekomt op de hardheidsclausule (bijvoorbeeld omdat zijn financiële situatie gedurende het jaar is verbeterd) maakt Zilveren Kruis aanspraak op het bedrag (of een gedeelte daarvan) dat aan de zorgaanbieder is betaald op grond van de hardheidsclausule.
Voor zorgaanbieders die al bij ons bekend zijn, gebruiken we de prestaties waarover ook in 2026 afspraken zijn gemaakt, als basis voor de afspraken in 2027. Het gaat om de prestaties die u tot en met augustus 2026 heeft gedeclareerd.
Wij hebben alle Wlz-prestaties naar sector, grondslag en leveringsvorm ingedeeld naar ‘regulier’ en ‘specifiek’. Dit is inzichtelijk gemaakt in Bijlage 8 (xlsx). Hierin kunt u zien welke prestaties wij nadrukkelijk toetsen of beperkt inkopen. Voor het openstellen van prestaties is altijd vooraf toestemming nodig van de zorginkoper. Deze toetst onder meer of u aan alle gestelde voorwaarden voldoet om de prestatie open te stellen. Wanneer u in 2027 nieuw zorgaanbod wilt leveren, bijvoorbeeld een nieuwe leveringsvorm of zorg in een andere zorgkantoorregio, meldt u dit bij uw zorginkoper. Uw zorginkoper gaat hierover met u in gesprek.
Met nieuwe zorgaanbieders spreken we standaard de reguliere prestaties af behorend bij de sector, grondslag en leveringsvorm op basis van de inschrijving en het ondernemingsplan en een kennismakingsgesprek.
Een gesprek over contractering en voorwaarden met de zorginkoper is mogelijk. Zorgaanbieders en zorginkopers zijn gedurende het jaar met elkaar in gesprek. Het voeren van een ‘inkoopgesprek’ is daarom niet altijd noodzakelijk. De zorginkoper bepaalt op basis van uw inschrijving of een inkoopgesprek noodzakelijk is en in welke vorm.
Uiterlijk 23 oktober 2026 ontvangt u de definitieve terugkoppeling van uw inschrijving. Wij sturen u een terugkoppeling met, als dat van toepassing is, de volgende 3 documenten:
Zorgaanbieders kunnen, als zij het niet eens zijn met onze beslissing, binnen een termijn van 14 kalenderdagen, nadat zij schriftelijk zijn geïnformeerd over de definitieve terugkoppeling een kortgedingprocedure beginnen bij de rechtbank te Den Haag. Deze termijn is een vervaltermijn. Door deelname aan de inkoopprocedure accepteren deelnemers dat zij een kort geding aanhangig moeten maken binnen de termijn van 14 kalenderdagen nadat zij schriftelijk zijn geïnformeerd over de definitieve terugkoppeling op straffe van verval van ieder recht om op een later moment tegen de voorgenomen vaststelling van onze beslissing – in rechte – op te komen. Een eventueel aangespannen kortgeding heeft geen schorsende werking voor het verdere verloop van de inkoopprocedure voor overige deelnemers. Ten overvloede merken wij op dat deelnemers geen bezwaar kunnen maken tegen zaken die al eerder aan de orde gesteld hadden moeten en kunnen worden.
Hiervoor accepteert u uiterlijk 30 oktober 2026 de overeenkomst en de initiële afspraak via het VECOZO portaal. Tegelijkertijd stelt u de ondertekende budgetformulieren beschikbaar in het NZa portaal, zodat wij deze kunnen beoordelen.
In het budgetformulier leggen we geen afspraken vast over prijs en volume. Dit past bij ons uitgangspunt van persoonsvolgende bekostiging. De NZa vraagt wel om een omzetniveau op te nemen. Daarom vullen wij in het budgetformulier een omzet van € 1 in. Dit houdt het administratieve proces eenvoudig. Ook geeft het opnemen van een historische omzet géén garantie over de financiering. In de herschikking leggen wij het definitieve financiële kader voor u vast.
De afspraken over de te leveren prestaties, de bijbehorende tariefpercentages en volumeplafonds leggen we vast in een bijlage bij de overeenkomst. Met ons betaalbeleid zorgen we voor continuïteit van zorg bij de overgang tussen jaren.
Wij wijzen u erop dat er geen overeenkomst tot stand komt als de getekende overeenkomst en de vastgestelde initiële afspraak voor 2027 ontbreken. In dat geval behouden wij ons het recht voor om geen budgetformulier bij de NZa in te dienen. De overeenkomst komt pas tot stand nadat de overeenkomst en de initiële afspraak zijn ondertekend én het wij het budgetformulier bij de NZa hebben ingediend.
U levert zorg volgens de geldende richtlijnen, protocollen en veldnormen. Ook de kwaliteitskaders van uw sector zijn van toepassing. Het kan voorkomen dat voor één zorgaanbieder meerdere kwaliteitskaders gelden. Wij volgen of de gemaakte afspraken worden nageleefd. In gesprekken en via controles bekijken we of u handelt volgens de overeenkomst en dit zorginkoopbeleid. Ontvangen wij signalen dat afspraken mogelijk niet worden nagekomen? Dan gaan wij hierover met u in gesprek.
Soms is aanvullende informatie nodig om de situatie goed te beoordelen. In dat geval kunnen wij u vragen om extra informatie aan te leveren. Ook kunnen wij een materiële controle uitvoeren. Dit is een controle waarbij we nagaan of de geleverde zorg en de declaraties met elkaar in overeenstemming zijn.
Blijkt tijdens de looptijd van de overeenkomst dat u afspraken niet nakomt of dat u niet voldoet aan de voorwaarden? Of staat de kwaliteit van zorg of de financiële positie onder druk? Dan nemen we passende maatregelen. Welke maatregel we inzetten, hangt af van de situatie. Als dat nodig is, betrekken wij ook andere partijen, zoals de IGJ.
In de overeenkomst staat welke maatregelen het zorgkantoor kan nemen als afspraken niet worden nageleefd. Deze opsomming is niet uitputtend. Dat betekent dat ook andere passende maatregelen mogelijk zijn.
U meldt grote veranderingen van uw productie op tijd aan ons. Dit doet u actief en vooraf, zowel bij een verwachte stijging als daling. Zo krijgen wij beter inzicht in de ontwikkeling van vraag en aanbod. Dit helpt ons om goede prognoses te maken, kosten beter in te schatten en zicht te houden op wat er in de regio gebeurt. Bij verwachte veranderingen kunnen wij u vragen naar de reden.
Wij publiceren elke maand de verwachte benutting van de contracteerruimte en de actuele publicatieplanning. Deze publicatie is vooral gebaseerd op de AW319‑gegevens over de betreffende periode. We rekenen de gerealiseerde productie door naar een jaarbasis. Zo ziet u of deze past binnen de beschikbare contracteerruimte van uw sector. Ook vermelden we steeds het bijbehorende procentuele risico.
Op deze manier krijgt u inzicht in de benutting van de contracteerruimte per sector en in het risico op de financiering van de geleverde zorg in dat jaar. In onze communicatie besteden we hier expliciet aandacht aan.
Daarnaast reserveren we een deel van de contracteerruimte voor meerzorg. Zo kunnen we de ontwikkeling van de kosten voor meerzorg goed volgen en, als dat nodig is, op tijd aanvullende beleidsmaatregelen nemen.
Elke 2 maanden sturen we u een overzicht ter indicatie. Daarin ziet u op basis van de nieuwste declaratiecijfers hoe hoog uw afspraak bij de herschikking van dat jaar zou zijn. Ook staan de betalingen erin die we tot dan toe hebben verwerkt. We vragen u om op deze monitor te reageren. Met uw reactie zien we verwachte tekorten eerder aankomen en kunnen we u beter informeren.
Vaste afspraken blijven zo lang mogelijk uit. Zo kunnen we de keuze van de klant blijven volgen. Ook krijgt u ruimte om te ondernemen. Of we later toch overgaan naar vaste productieafspraken, hangt onder meer af van de kwaliteit van de aangeleverde declaraties en van de stand van de contracteerruimte in dat jaar. Komen er naar verwachting extra financiële middelen beschikbaar, zoals herverdelingsmiddelen? Dan nemen we die mee in ons besluit.
Bij een verwachte overschrijding van de contracteerruimte per sector zetten we het geld-volgt-klantmodel niet direct om naar vaste productieafspraken. In plaats daarvan laten we maandelijks zien over welk deel van de te leveren productie u een mogelijk financieringsrisico loopt. Ook volgen we nauwkeurig of omzetting naar productieafspraken nodig is.
Dreigt de procentuele onzekerheid over de financiële waarde van de geëxtrapoleerde gerealiseerde productie groter te worden dan 1%? Dan is ons uitgangspunt dat we het volledige geld-volgt-klantmodel omzetten naar productieafspraken. Dit noemen we een tussentijdse herschikking. Met het stellen van dit maximale risicopercentage geven we u meer duidelijkheid. Ook willen we zo risico’s voor de continuïteit van zorg beperken. Daarbij blijft ons uitgangspunt dat we zorg zo veel mogelijk financieren. Vóór 1 juni van een kalenderjaar zetten we afspraken binnen het geld-volgt-klantmodel niet snel om. Dat doen we ook niet als er een verwacht tekort is van meer dan 1%. De reden is dat de beschikbare cijfers en de contracteerruimte dan nog veel onzekerheid kennen.
Gaan we over naar vaste productieafspraken? Dan laten we dat weten bij de publicatie van de zorgkosten. We baseren deze afspraken op de goedgekeurde geëxtrapoleerde productie van de maand waarover de gepubliceerde zorgkosten gaan. In de extrapolatie nemen we het bijbehorende onzekerheidspercentage en andere financiële afspraken, bijvoorbeeld voor regionale ontwikkeling, mee. Wanneer hier sprake van is informeren we u over de vaste productieafspraken voor uw organisatie.
Met een tussentijdse herschikking krijgt u duidelijkheid over het deel van uw productie waarvoor wij naar verwachting een herschikkingsafspraak kunnen maken. De financiering van de gedeclareerde productie boven deze afspraak blijft dan onzeker. Pas bij de definitieve herschikking kunnen wij aangeven of we deze productie alsnog kunnen omzetten in afspraken. Zorg die u levert boven de (tussentijdse) herschikkingsafspraak komt in principe niet voor vergoeding in aanmerking.
In de loop van ieder kalenderjaar maken we met u definitieve productieafspraken. Dat doen we via de definitieve herschikking. De herschikking vindt plaats binnen de contracteerruimte die de NZa aan ons toekent.
Bij de herschikking volgen we de keuze van de klant. Eerst leggen we toezeggingen vast die we eerder deden, bijvoorbeeld over gericht contracteren van logeerzorg. Daarna bepalen we de productieafspraak voor crisiszorg. Dat doen we op basis van de verwachte bezettingsgraad en gemaakte afspraken. Tot slot stellen we de herschikkingsafspraak vast op basis van de geëxtrapoleerde, goedgekeurde en gedeclareerde AW319-productie over 2026. De AW319 is de periodieke declaratie- en productie-informatie.
Wij nemen daarin de volgende punten mee:
Zijn de middelen per sector niet toereikend? Dan passen we een onzekerheidspercentage toe op de geëxtrapoleerde productierealisatie van dat jaar11. We laten de MPT prestaties12 buiten beschouwing. We stimuleren MPT, we kiezen ervoor om deze volledig mee te nemen voor de herschikking en hier geen procentuele korting over toe te passen.
Het is mogelijk dat de afspraak in de definitieve herschikking lager is dan de afspraak bij een eventuele tussentijdse herschikking.
Voor de definitieve productieafspraak gebruiken we de goedgekeurde declaratiegegevens uit de AW319 van het betreffende kalenderjaar. We gebruiken daarvoor uw goedgekeurde declaraties tot en met juni op peildatum 1 augustus van elk jaar als de basis voor de herschikking.
In de herschikkingsprocedure delen we de definitieve planning voor de herschikking. Daarin staan onder meer de peildatum en de maand die we gebruiken voor de extrapolatie. U leest daar ook hoe het afstemmen van de herschikkingsafspraak verloopt. We actualiseren deze procedure ieder jaar. Deze vindt u op onze website.
Naar verwachting moeten de definitieve productieafspraken uiterlijk 30 oktober van het betreffende jaar bij de NZa zijn ingediend. Om dat op tijd te doen, voeren we de herschikking in dat geval in september uit. We doen dit het liefst zo laat mogelijk in het jaar. Zo sluiten we zo goed mogelijk aan op de actuele keuzes van klanten.
We begrijpen dat het tijd kost om uw weg te vinden binnen de Wlz. We begrijpen ook dat het krijgen van klanten soms tijd kost. Daardoor vormen de eerste maanden van declareren binnen de Wlz soms geen goede basis voor de herschikking. Daarom maken we voor nieuwe zorgaanbieders een best mogelijke inschatting voor een realistische definitieve productieafspraak voor het betreffende jaar. Daarbij houden we rekening met uw situatie.
11 Dit geldt voor alle zorg, dus ook voor zorg die onder het volumeplafond voor intramurale zorg valt.
12 Het gaat hierbij om thuiszorgprestaties (de prestaties voor verpleging, persoonlijke verzorging, huishoudelijke hulp en begeleiding individueel).
De nacalculatie sluit aan op de herschikking. Na afloop van ieder kalenderjaar stelt de NZa de aanvaardbare kosten per zorgaanbieder definitief vast. Dit heet de nacalculatie. Daarbij vormen de gerealiseerde productie en de overige kosten, die passen binnen de herschikkingsafspraak, het uitgangspunt. Hieronder vallen ook de vastgelegde financiële afspraken.
De nacalculatieprocedure publiceren we uiterlijk 31 december 2027 op onze website. In deze procedure leest u de definitieve planning en de werkwijze voor de nacalculatie.
Als bij onze nacalculatie blijkt dat het aantal gedeclareerde dagen voor intramurale zorg hoger is dan het afgesproken volumeplafond corrigeren wij hiervoor. We nemen dan de dagen met de laagste vergoeding per dag niet mee in onze berekening. Dit betekent dat deze zorg niet meegenomen wordt bij uw goedgekeurde definitieve productie en u hiervoor geen vergoeding krijgt.
Wanneer bij onze nacalculatie blijkt dat het aantal gedeclareerde dagen zorg met verblijf met behandeling afwijkt van de afgesproken dagen, passen wij hier een correctie op toe. Wij gaan daarbij uit van de afspraak dat het totaal aantal dagen verblijf met behandeling gelijk blijft. Als zorg met verblijf met behandeling is ingezet boven de afgesproken afspraak, nemen wij deze extra dagen niet volledig mee in de definitieve productie. Dit betekent dat deze zorg niet volledig wordt vergoed.
Wij staan positief tegenover verzoeken om onderproductie en overproductie binnen 1 concern met elkaar te verrekenen. Dit kan gaan om 1 concern met overeenkomsten bij 1 of meer zorgkantoren. Het is uw verantwoordelijkheid dat de bedragen in de nacalculatie gelijk zijn. Wij stellen de definitief te verrekenen bedragen binnen het concern pas vast na controle van de nacalculatie over het betreffende kalenderjaar. Dat doen we omdat er nog correcties kunnen volgen.