Versie: 1.0
Datum: 1 juni 2026
De vraag naar geestelijke gezondheidszorg (GGZ) is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Tegelijkertijd heeft de GGZ te maken met personele problemen. Ook de instroom van nieuwe klanten in de GGZ Wet Langdurige zorg (Wlz) is hoog, terwijl de doorstroom in de keten onvoldoende is. Daardoor staat de toegankelijkheid al langere tijd onder druk. Vooral mensen met een complexe zorgvraag krijgen niet altijd op tijd de zorg die zij nodig hebben. Daarnaast kunnen te weinig klanten met een zorgintensieve begeleidingsbehoefte woonplekken vinden. Samen met zorgaanbieders en andere betrokken partijen hebben wij de verantwoordelijkheid om de GGZ betaalbaar, toegankelijk en van goede kwaliteit te houden. Dat betekent dat we moeten samenwerken en schaarste op een goede manier moeten verdelen.
De toegankelijkheid van de GGZ is een maatschappelijk vraagstuk en vraagt iets van iedereen. Wij werken continu aan landelijke randvoorwaarden voor de juiste zorg op de juiste plek. Ons uitgangspunt is hierbij ‘zelf als het kan, thuis als kan, digitaal als het kan en intramuraal als het moet’. We sluiten aan bij de beweging ‘Van Zorg naar Gewoon Leven’. Niet elke hulpvraag is een medische zorgvraag die binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw) of Wlz thuishoort. Informele ondersteuning, het eigen netwerk en voorzieningen in het sociaal domein, zoals herstelcentra, kunnen bijdragen aan herstel en helpen om (onnodige) zorg te voorkomen. Samen met de sector werken we aan (nieuw) passend aanbod voor GGZ-klanten. Dat doen we door 3 doelen in ons inkoopbeleid centraal te stellen.
Voor het bepalen van de richting voor de komende jaren zijn we in gesprek gegaan met stakeholders zoals klanten en zorgaanbieders. De inzichten uit deze gesprekken gebruikten we bij het maken van ons inkoopbeleid. In dit beleid werken we met 3 inkoopdoelen. We willen dat mensen de juiste zorg krijgen, op de juiste plek. Het liefst midden in de samenleving, als dat kan. En beschermd, wanneer dat nodig is.
De 3 inkoopdoelen horen bij elkaar. Waar ruimte in de zorg ontstaat, is deze ook weer nodig. Zo zorgen we samen voor een goede doorstroom in de zorg en toegankelijkheid voor wie zorg nodig heeft. Bij elk inkoopdoel maakt u gebruik van de kansen die innovatie en optimalisatie biedt. Zo organiseren we de zorg slimmer en beter. Ook betaalbaarheid en dus doelmatigheid zijn belangrijk. We letten er scherp op dat we de beschikbare mensen en middelen effectief en zorgvuldig inzetten.
Samenwerking is bij elk inkoopdoel cruciaal. Die samenwerking gaat verder dan wat we nu al gewend zijn en speelt zich af op meerdere niveaus. We werken samen rondom de klant, waarbij ook naasten en de buurt een rol kunnen spelen. Samen in de regio met andere zorgaanbieders én over de grenzen van sectoren heen, zoals met de gehandicaptenzorg (GZ) of andere wettelijke domeinen. Zo werken we met de volgende drie inkoopdoelen samen aan een sterke en toekomstbestendige GGZ.
We stimuleren dat klanten zo gewoon mogelijk kunnen leven, midden in de samenleving. Daarbij is er aandacht voor wonen, meedoen en eigen regie. Professionele zorg sluit aan op wat iemand zelf kan, met inzet van het netwerk waar mogelijk en het sociaal domein. Thuis waar het kan, intramuraal waar nodig, dat is het uitgangspunt. Samen met u werken we aan herstel, kwaliteit van leven, passende ondersteuning en zorgzame gemeenschappen. Lees alle beleidsthema’s die horen bij de beweging ‘Van Zorg naar Gewoon Leven’.
Samenwerking tussen zorgaanbieders, gemeenten en zorgkantoor is onmisbaar om de gezamenlijke uitdagingen in de GGZ aan te pakken. Veel regio’s werken hier al aan binnen het huidige inkoopbeleid. Vanuit die beweging zetten we een volgende stap. Samenwerken in de regio hoort bij de regionale opgave in dit inkoopbeleid en is niet vrijblijvend. Elke regio gaat een bestuurlijk commitment aan en spreekt af wie welke rol heeft en hoe overleg en besluitvorming plaatsvinden. Deze afspraken leggen regio’s vast in een gezamenlijke regionale overeenkomst gebaseerd op 7 thema’s. Lees meer over de thema’s die vragen om regionale samenwerking.
We houden extra aandacht voor klanten met een complexe zorgvraag. Voor deze klanten loopt de zorg nu regelmatig vast, of is er geen passend aanbod. Dat vraagt om nieuwe oplossingen. We continueren het werk aan de regiokaart complex om knelpunten rondom de complexe zorgvraag op te lossen. Met ‘gericht contracteren’ vergroten we aanbod voor doelgroepen waarvoor nog te weinig passende plekken zijn. Daarnaast werken we samen met regionale partners om oplossingen te vinden voor moeilijk plaatsbare klanten. Met duidelijke regionale samenwerkingsafspraken zorgen we ervoor dat deze klanten niet tussen wal en schip vallen. Lees hoe wij dit willen doen.
Dit inkoopdoel gaat over de beweging ’Van Zorg naar Gewoon Leven’. Voor klanten betekent deze beweging dat het ‘gewone’ dagelijkse leven centraal staat, en niet de beperking, ziekte of klachten. En dat klanten zo volwaardig mogelijk deelnemen aan de samenleving. Samen kijken we naar wat iemand zelf kan en wil. Daarbij kijken we naar welke ondersteuning past. Het doel is dat klanten worden geholpen om zo zelfstandig mogelijk te wonen en leven, met passende zorg dichtbij. Een klant ervaart daardoor meer eigen regie en hogere kwaliteit van leven. Dit sluit aan bij herstelgericht werken en onderwerpen zoals positieve gezondheid, waarin mogelijkheden en veerkracht centraal staan. Dit inkoopdoel is een vervolg op het inkoopdoel ‘herstelgericht werken en zelfredzaamheid’ uit het GGZ Wlz inkoopbeleid voor 2026.
De beweging ‘Van Zorg naar Gewoon Leven’ vraagt een andere manier van kijken. Dit betekent minder denken vanuit aanbod en meer vanuit het leven van de klant. Wat zijn de wensen en behoeften en welk aanbod moet u hiervoor organiseren? Dit betekent dat we moeten investeren in ambulante zorg, passende woonvormen en samenwerken in de regio. Met duidelijke keuzes in ons inkoopbeleid ondersteunen wij deze beweging.
Bij alle vormen van zorg kijkt u samen met een klant wat iemand zelf kan of weer kan leren. Dit kan met (digitale) hulpmiddelen, zoals beeldbellen of een app. Ook de inzet van de sociale omgeving telt mee, bijvoorbeeld familie of naasten. De inzet van professionele zorg sluit hierop aan en vult aan waar dat nodig is.
Als zorgkantoor voeren wij sinds 2024 beleid op het scheiden van wonen en zorg. We stimuleren een volledig pakket thuis (VPT) en modulair pakket thuis (MPT). De afgelopen jaren zien we dat meer klanten, vooral met lagere indicaties, zelfstandig wonen met passende ondersteuning. Ook zien we initiatieven waarbij intramurale zorg wordt omgezet naar geclusterde woonvormen met VPT. Tegelijk zien we dat de beweging nog niet snel genoeg gaat. We willen in de toekomst ook alle klanten met een complexe(re) zorgvraag een passende intramurale plek bieden. Daarom zetten we een volgende stap. We maken in dit beleid onze uitgangspunten duidelijker en scherper. Zo is voor klanten, zorgverleners en de regio duidelijk waar we samen naartoe werken.
We blijven actief inzetten op doorstroom van intramurale zorg naar zorg thuis via MPT of VPT. Ook stimuleren we de doorstroom van een klinische plek bij een geïntegreerde zorgaanbieder naar beschermd wonen. Hiervoor vragen we van u een doorstroomplan op te stellen voor uw klanten, en jaarlijks te actualiseren. Om doorstroom mogelijk te maken is regionale samenwerking nodig. Regionale doorstroom is hiermee een van de 7 thema’s binnen de regionale opgave. De inzichten uit het doorstroomplan van uw zorgorganisatie geven inzicht in aantallen, zorgprofielen en benodigde woonoplossingen in de regio. Op basis van de doorstroomplannen bepaalt u gezamenlijk de regionale vraag en potentie en stelt u een regionaal doorstroomplan op. Zo werken we toe naar een passende plek voor iedere klant.
U informeert het inkoopteam over de resultaten van uw doorstroomplan van het voorgaande jaar. Op basis daarvan bepalen we samen de doelen, welke resultaten u wilt behalen en binnen welke tijdslijnen. Daarbij staan drie zaken centraal: een goede doorstroom in de keten, voldoende aanbod voor klanten met een complexe zorgvraag en het bevorderen van zelfredzaamheid van klanten. Zo blijven we werken aan passende zorg op de juiste plek.
Het scheiden van wonen en zorg is het uitgangspunt voor het leveren van zorg. U zet intramurale zorg alleen in als de situatie van de klant dat echt vraagt. Bijvoorbeeld wanneer de situatie anders niet veilig is of wanneer ondersteuning thuis niet beschikbaar is. Wat iemand nodig heeft, staat hierbij centraal. De keuze maakt u altijd per klant en onderbouwt u in zijn of haar zorgplan. Daarbij gebruikt u het afwegingskader als hulpmiddel bij het gesprek en de beoordeling. Dit kader ondersteunt bij het wegen van omstandigheden.
Voor het scheiden van wonen en zorg richten we ons vooral op klanten met een Wlz indicatie W1 of W2. Dat doen we bewust. We zien dat vooral klanten met een lichte indicatie al vaak passende zorg thuis krijgen via MPT of VPT. Specifiek binnen de groep klanten met een W3‑indicatie zien zorgaanbieders grote verschillen in zorgvraag. Voor een deel van deze klanten is zorg thuis via VPT of MPT ook passend.
In dit beleid geven we richting aan de gewenste beweging door te werken met een streefnorm voor het aandeel klanten met een W1- of W2-indicatie die intramurale zorg ontvangt in uw regio. Op 1 januari 2026 ontving 61% van de ZIN klanten met een W1- of W2-indicatie intramurale zorg. Het streven is dat voor 2030 in uw zorgkantoorregio maximaal 30% van deze klanten nog intramurale zorg ontvangt. De overige klanten wonen zelfstandig in de wijk of in een geclusterde woonvorm met een VPT. U beschrijft in uw doorstroomplan hoe u dit realiseert. Voor de norm gaan we ervan uit dat nieuwe klanten met een W1- of W2-indicatie in beginsel zorg krijgen op basis van MPT of VPT. Daarnaast vraagt het van u dat het aantal W1- en W2-klanten waaraan u intramurale zorg levert t.o.v. januari 2026 voor 2030 met 50% is afgenomen. Samen met uw inkoopteam maakt u concrete afspraken over uw bijdrage aan deze regionale streefnorm en de bijbehorende planning. Samen monitoren we jaarlijks de voortgang en zoeken we naar oplossingen voor eventuele knelpunten die u tegenkomt. Ook delen we goede voorbeelden uit de regio.
We continueren de tariefafslag van -2% op intramurale zorg voor W1‑ en W2‑klanten. Daarmee stimuleren we doorstroom in de keten en beperken we intramurale instroom van klanten met een lichte zorgvraag. Zo blijft intramurale zorg beschikbaar voor klanten met een complexe(re) zorgvraag. Met de vrijgekomen financiële middelen ondersteunen we regionale samenwerking en stimuleren we het creëren van belangrijke randvoorwaarden voor zorg thuis. We sturen daarbij op het bouwen aan zorgzame gemeenschappen, het realiseren van meer passende woonvormen en het ontwikkelen van nieuw woonaanbod voor klanten met een complexe zorgvraag. Zo investeren we gericht in de gewenste transitie.
In het gesprek met een klant over de te leveren zorg, bespreekt u eerst of het modulair pakket thuis (MPT) past. Dit geldt voor zowel nieuwe klanten als klanten die al zorg ontvangen. Als de benodigde zorg niet past binnen een MPT, bekijkt u de inzet van een volledig pakket thuis (VPT). Alleen wanneer ook dat niet passend is, komt intramurale zorg in beeld.
We zien dat ongeclusterd VPT ook wordt gedeclareerd als er beperkte professionele zorg wordt geleverd. In deze situaties past MPT beter. Daarom sturen we op het omzetten van ongeclusterd VPT naar MPT. Samen met een klant bekijkt u welke zorginzet passend is. Afhankelijk van de aard en omvang van de zorg is of MPT of VPT de juiste leveringsvorm. U gebruikt bij de beoordeling het afwegingskader als hulpmiddel. Dit kader geeft richting wanneer VPT passend kan zijn, met ruimte voor maatwerk en professionele beoordeling.
We stimuleren zorgaanbieders om intramurale plekken om te zetten naar plekken waar zorg via MPT of VPT wordt geleverd. Tijdens meedenksessies voor het nieuwe inkoopbeleid gaven verschillende zorgaanbieders aan dat deze omzetting extra kosten met zich meebrengt. Daarom biedt dit beleid de mogelijkheid voor een financiële bijdrage aan deze omzetting. Voor toekenning van de financiële bijdrage gelden voorwaarden, deze leest u in de bijlage 'Financiële bijdrage VPT MPT'. Wanneer uw project voldoet aan de voorwaarden, komt u in aanmerking voor een eenmalige financiële bijdrage van € 5.000 per klant. Hiermee dragen we bij aan het scheiden van wonen en zorg en het ‘thuis, tenzij’ beleid.
Het scheiden van wonen en zorg lukt alleen als we dit regionaal samen organiseren. Dat vraagt om duidelijke regionale afspraken en inzicht. Welk aanbod is beschikbaar in de regio? Hoe regelen we plaatsing en doorstroom? Welke ondersteuning is nodig om het scheiden van wonen en zorg mogelijk te maken? Gemeenten spelen hierbij ook een belangrijke rol, bijvoorbeeld bij wonen en maatschappelijke ondersteuning. Wij willen deze regionale samenwerking met alle betrokken zorgaanbieders vormgeven. U leest hierover onder het inkoopdoel 'Samenwerken aan een stevige basis in de regio'.
Als onderdeel van de beweging van ‘Zorg naar gewoon leven’ en het mogelijk maken van ‘thuis, tenzij’, vinden wij het belangrijk om te werken aan zorgzame gemeenschappen. Dit zijn omgevingen waarin klanten, naasten, professionals en organisaties elkaar kennen, ondersteunen en gericht samenwerken. Daarbij is er aandacht voor de sociale inbedding van klanten en is er toegang tot werk, dagbesteding en activiteiten. Dit maakt dat klanten een grotere kwaliteit van leven ervaren. We vragen u om hier actief aan bij te dragen en regionaal samen te werken. Daarnaast vragen we u klanten te informeren over de mogelijkheden in de buurt, zoals het aanbod van herstelacademies of buurtcentra. Waar passend en mogelijk kunnen financiële middelen voor DOS Preventieve maatregelen worden ingezet, bijvoorbeeld voor initiatieven zoals herstelcentra.
Het uitgangspunt voor de inzet van DOS‑middelen is Domeinoverstijgend Samenwerken (DOS), gericht op het duurzaam vormgeven van samenwerking tussen gemeenten, zorgverzekeraars en zorgkantoren. Cofinanciering door andere partijen buiten de Wlz is daarom een vereiste. Alleen met gezamenlijke inzet is het mogelijk om zorgzame gemeenschappen lokaal te borgen en duurzaam te laten functioneren. De inzet van de DOS-middelen richt zich op het versterken van de collectieve veerkracht en het voorkomen van zwaardere zorg- en ondersteuningsvragen. Het ministerie van VWS heeft financiële middelen beschikbaar gesteld¹. Het inkoopbeleid voor deze specifieke middelen, inclusief voorwaarden en procedure, staat beschreven in het daarvoor bestemde inkoopbeleid. Dit inkoopbeleid publiceren we naar verwachting medio juni 2026 op onze website.
1 Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft nog niet voor de hele beleidsperiode geld beschikbaar gesteld voor DOS Preventieve Maatregelen. Bij het maken van dit beleid gaan we er wel van uit dat dit alsnog gebeurt. Komt het geld er toch niet? Dan nemen we dit mee in een aanvulling op het inkoopbeleid van het betreffende jaar.
We kampen in Nederland met een tekort aan woningen. Als onderdeel van de regionale opgave wordt in uw regio met een vertegenwoordiging van zorgaanbieders, de regionale routekaart GGZ/GZ uitgevoerd. De routekaart heeft als doel voldoende woningen beschikbaar te maken voor de GGZ en GZ doelgroep. Met de routekaart brengen zorgaanbieders samen met gemeenten en woningcorporaties in kaart hoe groot het tekort aan woningen is. En welke knelpunten er opgelost moeten worden om voldoende woonaanbod te realiseren. Deze inzichten zet u om in duidelijke uitvoeringsafspraken over de beschikbaarheid van passende woningen en zorgvastgoed. Zo ontstaat gezamenlijke urgentie en eigenaarschap. De woonvraag van GGZ- en GZ-klanten verbindt u structureel aan woonzorgvisies en uitvoeringsagenda’s. Daarmee sturen we regionaal op voldoende en passende (extramurale) woonvormen. Dit helpt om vastgelopen doorstroming vanuit intramurale zorg te doorbreken en leidt tot concrete projecten met heldere afspraken over wat wordt gerealiseerd, voor wie en door wie. Dit sluit aan bij de te verwachten implementatie van de wet versterking regie volkshuisvesting. We stellen vanuit de regionale middelen een financiële bijdrage beschikbaar voor de uitvoering van de routekaart in de regio, mits cofinanciering door de zorgaanbieders plaatsvindt.
De VNG, Valente en DNLGGZ hebben een handreiking gepubliceerd voor aanbieders die klanten begeleiden bij uitstroom uit instellingen zoals beschermd wonen, klinische ggz zorg, maatschappelijke opvang of vrouwenopvang. Deze handreiking sluit goed aan bij de regionale routekaart en bevat onder meer een stappenplan voor aanbieders hoe en met wie het gesprek aan te gaan bij gemeenten over het benodigde woonaanbod voor de GGZ in de regio. U vindt de handreiking via de website van Valente of de Nederlandse GGZ.
Een betekenisvolle daginvulling is een belangrijk onderdeel van de ondersteuning van mensen met een psychische aandoening. Het helpt bij herstel en verbetert kwaliteit van leven. Wij vinden het belangrijk dat u actief stuurt op deelname aan dagbesteding en een zinvolle daginvulling voor klanten.
Dagbesteding is een vorm van daginvulling waarvoor onder voorwaarden, naast het integrale tarief, extra kan worden gedeclareerd. Waar mogelijk biedt u dagbesteding inclusief vormen die gericht zijn op arbeid of toeleiding naar werk. Hoewel er geen norm bestaat voor het declareren van tarieven inclusief dagbesteding, verwachten wij dat bij het declareren van tarieven inclusief dagbesteding de geleverde inspanning in redelijke verhouding staat tot het te declareren tarief. Meer hierover leest u in het landelijk beleidskader Wlz (pdf).
Technologie maakt digitale dagbesteding mogelijk binnen het bestaande aanbod. Via technologie kunnen klanten vanuit huis meedoen aan activiteiten. Dit vervangt geen reguliere dagbesteding voor de klant, tenzij dat beter passend is, maar vult deze aan. U kunt beide vormen combineren. Digitale dagbesteding heeft voordelen voor zowel klanten als medewerkers. Het kan zorgen voor een efficiëntere inzet van dagbesteding, minder reistijd en lagere reiskosten. Ook verlaagt het de drempel om mee te doen, vooral voor klanten die zelfstandig wonen.
U evalueert deze afspraken regelmatig. Ook monitort en evalueert u systematisch hoe herstelondersteunende zorg op organisatieniveau wordt vormgegeven. Hierin neemt u dagbesteding mee. Jaarlijks stelt u een kwaliteitsverslag op, waarin daginvulling en dagbesteding een vast onderdeel zijn. Wij gebruiken dit verslag, samen met spiegelinformatie en klanttevredenheid, in de kwaliteitsdialoog om het gesprek over dagbesteding te voeren en te verdiepen.
Individuele afspraken:
Regionale overeenkomst:
Wij zijn ervan overtuigd dat wij door regionaal samen te werken, toekomstbestendige zorg kunnen realiseren. Een regionale aanpak voorkomt versnippering en zorgt voor samenhang. Voortbordurend op het beleid tot 2027, en op basis van gesprekken en consultatie met zorgaanbieders, hebben we in dit beleid voor 7 thema’s gekozen die we in de regio willen oppakken. Door in de regio samenwerkingsafspraken te maken en de uitvoering gezamenlijk te monitoren, zetten we de grootste stappen.
Dit noemen we de regionale opgave. Het gaat om de volgende 7 thema’s:
Voor een effectieve samenwerking zorgt elk zorgkantoorregio voor een samenwerkingsstructuur met een bestuurlijk overleg en commitment. Wij verwachten dat elke zorgaanbieder een steentje bijdraagt aan de regionale samenwerking. Afspraken over de governance leggen we gezamenlijk vast. Deze afspraken gaan over wat u samen organiseert, hoe u stuurt en besluiten neemt. Wij zijn in al deze stappen een actieve partner aan tafel.
Voor de 7 thema’s leggen we samen per regio concrete meerjarige afspraken schriftelijk vast in de regionale overeenkomst. Dit zijn SMART afspraken tussen de regionale partners over de te behalen resultaten, de tijdslijnen en de bijdrage van elke partner. De rol van de gemeente is cruciaal voor veel van de thema’s. Waar mogelijk en nodig betrekken we de gemeente bij het uitwerken en realiseren van de gemaakte afspraken. We bepalen de prioriteiten gezamenlijk, op basis van de regionale situatie.
Samenwerking met partners uit andere domeinen is belangrijk voor het realiseren van de regionale opgave. Denk, naast gemeenten, aan woningcorporaties, maar ook aan samenwerking met andere sectoren. Vooral de samenwerking met de gehandicaptenzorg is hierbij essentieel. We vragen zorgaanbieders om, waar mogelijk, deze samenwerking actief op te zoeken. Dit kan bijvoorbeeld door gezamenlijk taskforce overleg te organiseren tussen de GZ en de GGZ of door samen regionale projecten uit te voeren. Als zorgkantoor zetten wij ons ook actief in om kansen te benutten en de samenwerking tussen de GZ en GGZ verder te versterken.
Het is belangrijk dat essentiële voorzieningen in elke regio duurzaam beschikbaar zijn en blijven. Zo houden klanten toegang tot deze voorzieningen. Denk bijvoorbeeld aan het gezamenlijk organiseren van nachtzorg en digitale begeleiding. Welke voorzieningen dit in uw regio zijn en hoe u deze voldoende beschikbaar maakt, bespreken we in het kader van de regionale opgave.
Het gaat bij het delen van deskundigheid onder meer om vaste en langdurige samenwerking tussen aanbieders van beschermd wonen en geïntegreerde GGZ‑aanbieders. Deze samenwerking helpt aanbieders om passende zorg aan klanten te bieden. In veel regio’s is deze samenwerking nog niet of alleen tijdelijk georganiseerd. Vaak stopt de ondersteuning na een korte periode van consultatie. Dat kan druk geven bij klanten en professionals. Daarom is het nodig dat u binnen de regionale opgave het delen van deskundigheid regionaal goed vastlegt. Dit kan bijvoorbeeld via langlopende samenwerkingsafspraken, structurele consultatie, gezamenlijke bespreking van casuïstiek en het duurzaam inzetten van specialistische expertise. Wij vragen daarnaast bij het delen van deskundigheid tussen organisaties en in uw regio ook aandacht voor het delen van expertise tussen de GGZ en GZ.
De financiële middelen voor regionale ontwikkeling zoals deze ook in het beleid van 2024-2026 beschikbaar waren, blijven beschikbaar in 2027 tot en met 2029. We reserveren per jaar een deel van de contracteerruimte (€ 1.400.000). Hieruit kan bijvoorbeeld (deels) projectmanagement worden gefinancierd voor het faciliteren van de regionale opgave. Waar mogelijk combineren we projectmanagement in de regio voor de GZ en GGZ. Dat versterkt samenwerking en efficiëntie. Het inkoopteam bespreekt met u waarvoor de regionale middelen worden ingezet en welk bedrag daarbij hoort.
Er kunnen afspraken gemaakt worden voor de periode 2027 tot en met 2029. Partijen leggen schriftelijk vast welke verplichtingen zij ten opzichte van elkaar aangaan en ondertekenen deze afspraken. Financiering door Zilveren Kruis vindt plaats via één of meerdere kassiers (één van de betrokken zorgaanbieders). We gebruiken regioanalyses en spiegelinformatie bij het bepalen wat er nodig is in de regio. En ook om zicht te houden op de voortgang en resultaten.
Regionale overeenkomst:
Vaak spelen bij klanten meerdere problemen tegelijk, zoals psychiatrische kwetsbaarheid, verslaving of onveilig gedrag. Ook zien we dat het aanbod niet altijd aansluit op wat nodig is voor deze groep van klanten met multiproblematiek. Daardoor lukt niet altijd om (snel) een passende plek te vinden. Hiervoor is voldoende expertise én passend aanbod in de regio nodig. Dat kan alleen met gezamenlijke inzet van zorgaanbieders en zorgkantoor. Daarom blijft dit een belangrijk onderdeel van het inkoopbeleid.
Wij zetten de belangrijkste instrumenten die al in de regio worden ingezet door. Het gaat onder andere om regionale samenwerkingsafspraken, de regiokaart complex, gericht contracteren en het werken met taskforces. Daarmee willen we voorkomen dat klanten met de meest complexe zorgvraag tussen wal en schip vallen.
Goede zorg voor klanten met een complexe zorgvraag begint met een duidelijk beeld in de regio. Daarom is het belangrijk dat u samen met ons kijkt naar de vraag, het aanbod en de knelpunten. In de vorige beleidsperiode zijn we gestart met het gezamenlijk uitvoeren van de regiokaart complex. Deze samenwerking heeft al geholpen om een deel van de knelpunten op te lossen. Tegelijk zien we dat nog niet alles is uitgewerkt of aangepakt. Daarom blijven we de regiokaart complex gebruiken en verder ontwikkelen.
We hebben een duidelijke ambitie voor de regiokaart complex. We werken met een concreet plan van aanpak aan duidelijke oplossingen voor alle knelpunten. Uiterlijk eind 2027 stellen we samen per regio vast welke knelpunten er nog zijn. Niet alles kan tegelijk worden opgepakt, dus we stellen samen prioriteiten. Het streven is dat uiterlijk eind 2029 alle gesignaleerde knelpunten zijn opgelost of dat er een concreet plan van aanpak ligt.
U maakt hierover met ons en de regio heldere afspraken. Deze afspraken gaan over de prioritering en aanpak van de knelpunten in de regio. Hiermee hebben we een gezamenlijk beeld over welke resultaten worden beoogd en wie wat oppakt. Zo werken we gericht aan oplossingen en versterken we samen het zorgaanbod in de regio. We voegen de doelgroep levensloopklanten toe aan de regiokaart complex. Een deel van deze klanten valt onder meerdere thema’s in de regiokaart, maar dat is bekend in de regio.
Een oplossing voor knelpunten in het aanbod kan om een extra investering vragen. Met gericht contracteren ondersteunen wij het realiseren van oplossingen. Dat blijven we ook in het nieuwe inkoopbeleid doen voor doelgroepen waarvoor nu te weinig passend aanbod is. Het zorgkantoor stelt jaarlijks een budget van maximaal €2.000.000 beschikbaar voor ‘Gericht Contracteren’. Voor oplossingen die helpen om regionale knelpunten op te lossen kan een eenmalige financiële bijdrage worden toegekend.
In de afgelopen inkoopperiode hebben we de focus gelegd op drie specifieke doelgroepen. Het betreft aanbod voor ‘Prikkelarm wonen’, ‘Psychiatrische verpleeghuiszorg’ en ‘Besloten Wonen’. Voor deze doelgroepen zien we nog steeds een tekort in vrijwel alle regio’s, daarom blijft de focus hetzelfde. Omdat het niet altijd mogelijk is om in iedere regio dit aanbod te realiseren, zetten we deze vraag bovenregionaal uit. Er blijft ruimte voor financiering van oplossingen van andere knelpunten gebaseerd op de regiokaart-complex. U kunt zich melden bij uw inkoopteam als u in aanmerking wil komen voor gericht contracteren. In de bijlage (pdf) bij dit inkoopbeleid leest u hoe we tot afspraken komen en welke voorwaarden daarbij gelden.
Er is een apart landelijk traject voor Salviq. Landelijk werken de zorgkantoren samen met GGZ- en GZ-zorgaanbieders aan het realiseren van passend aanbod voor mensen met een intensieve langdurige ondersteuningsvraag én hoog beveiligingsniveau (Salviq). Het aanbod om deze groep mensen voor langere tijd in hun zorgbehoefte te voorzien is nu nog niet voorhanden, maar wel hard nodig. Mocht u dit aanbod kunnen leveren, dan gaan we graag met u in gesprek. In het landelijk beleidskader Wlz (pdf) vindt u meer informatie over het benodigde aanbod.
De profielen van de klantgroepen voor Prikkelarm en Besloten wonen overlappen met elkaar en met het profiel van Salviq. Het gaat in alle gevallen om mensen met multiproblematiek, zoals een mix van psychiatrie, verslaving en/of een licht verstandelijke beperking. De zorgbehoefte en/of de mate van beveiligingsnoodzaak verschillen echter per doelgroep. Bij Salviq gaat het om plekken met een beveiligingsniveau 2 of 3. Dat is niet van toepassing op de 3 eerdergenoemde doelgroepen voor gericht contracteren.
Dit vraagt om voldoende passende plekken buiten de kliniek en goede samenwerking tussen geïntegreerde aanbieders en woonzorgaanbieders. Daarom vragen we ook elke geïntegreerde zorgaanbieder een eigen doorstroomplan te maken. Binnen het regionale samenwerkingsverband brengen we deze plannen bij elkaar. Zo blijven klinische plekken beschikbaar voor klanten die deze intensieve zorg nodig hebben. Uitgangspunt is dat na één jaar klinische opname in de Wlz wordt overwogen of doorstroom naar een beschermde woonomgeving mogelijk is. Daar ligt de focus op herstel en wonen, in plaats van behandeling.
We zien dat het steeds lastiger wordt om plekken te vinden voor klanten met een zeer complexe zorgvraag. De complexiteit neemt toe en de druk op zorgaanbieders en zorgteams is groot. Toch willen we ook voor deze klanten de zorg toegankelijk houden. Zilveren Kruis blijft de casuïstiekbesprekingen coördineren, maar vraagt ook actieve deelname van zorgaanbieders. Plaatsing van complexe casussen vindt plaats in de regio, waar zorgaanbieders gezamenlijke verantwoordelijkheid nemen. Daarvoor is het nodig dat bestuurders zich committeren aan een gezamenlijke werkwijze. Dat doen we begin 2027 op bestuurlijk niveau binnen het regionaal samenwerkingsverband. Daarmee hebben we een goede basis voor onderling vertrouwen en voor de manier waarop we in de regio samenwerken. Dit vergroot de kans om oplossingen te realiseren met behulp van de tafel complexe casuïstiek (taskforces).
In de praktijk lukt het deelnemers niet altijd om via de taskforces een geschikte plek te vinden. Voor deze situaties maken we afspraken over wie dan bepaalt welke zorgaanbieder toch een plek biedt en hoe dit besluit tot stand komt. Dat doen we door het afspreken van een escalatieladder, waarvan de inhoud per regio kan verschillen.
Bij complexe situaties gebruiken we landelijk ontwikkelde hulpmiddelen. Het ministerie van VWS beschrijft in het document: ‘Beschrijving taken en verantwoordelijkheden bij het vinden van een passende woonzorgplek’ (pdf), 6 stappen. Wij verwachten dat alle zorgaanbieders deze stappen volgen. Voor het goed functioneren van een regionale taskforce is het belangrijk dat deelnemers voldoende mandaat hebben om een besluit te nemen. Er is een landelijk formulier ontwikkeld voor aanmelding van een casus voor bespreking in de taskforce. Het gaat om het formulier ‘aanmeldformulier passende plek’. Dit formulier wordt in alle regio's gebruikt, zodat per casus alle relevante informatie beschikbaar is. Dat maakt bespreking in de taskforces efficiënter.
Voor het bieden van een passende woonzorgplek heeft een zorgaanbieder soms hulp nodig van anderen. Dit is bijvoorbeeld nodig om specifieke deskundigheid in te zetten die de zorgaanbieder niet zelf in huis heeft. Voor het vastleggen van de afspraken per casus (wie doet wat) ontwikkelen we een format (samenwerkingsafspraken complexe casuïstiek). Dit format is gebaseerd op het format dat wordt gebruikt in de Levensloopaanpak. Doel is om duidelijk te maken wat een zorgaanbieder nodig heeft van anderen en welke toezeggingen worden gedaan.
Goede complexe zorg vraagt om een duidelijke manier van werken. Methodisch werken betekent dat u stap voor stap en bewust handelt volgens een vaste aanpak. Wij verwachten dat u werkt met een goed ingevoerde methodiek. U beschrijft deze in uw visie of kwaliteitsbeeld. We bespreken dit samen in de kwaliteitsdialoog of meerzorgdialoog. Daarbij kijken we vooral hoe de methodiek in de dagelijkse praktijk wordt gebruikt.
Bij 1‑op‑1‑begeleiding kijken we samen naar wat echt nodig is. Is afbouw mogelijk? Dan verwachten we dat u deze stap zet, passend en zorgvuldig. Dit helpt klanten om zelfstandiger te worden. Het helpt ook om de druk op medewerkers te verminderen en de zorg betaalbaar te houden.
Op 30 november 2022 werd het actieplan 'Eerst een Thuis’ gepubliceerd. Hierin worden 6 actielijnen beschreven, met als ambitie: in 2030 heeft iedereen een thuis. Specifiek voor Wlz-klanten is er in 2025 landelijk ook een actieplan dakloosheid vastgesteld. Zilveren Kruis sluit hierbij aan met een regionale aanpak voor klanten met een Wlz-indicatie. In vier regio's neemt Zilveren Kruis deel aan de pilot dakloosheid.
Vooral in de grootstedelijke gemeenten zien we dat Wlz-klanten gebruikmaken van maatschappelijke opvang. We zijn met zorgaanbieders en gemeenten in gesprek om regionaal tot oplossingen te komen en passend aanbod te organiseren. In de regio's Rotterdam, Zwolle, Utrecht, Amsterdam en Zaanstreek/Waterland lopen momenteel pilots. We gebruiken deze ervaringen in andere regio’s. Het doel is om uitval uit de reguliere Wlz-zorg zoveel mogelijk te voorkomen en mensen vanuit de maatschappelijke opvang zo snel mogelijk toe te leiden naar passende zorg.
Individuele afspraken:
Regionale overeenkomst:
We gebruiken het belangrijkste deel van de contracteerruimte voor de vergoeding van de tariefpercentages voor zorg en voor de NHC/NIC. Zilveren Kruis reserveert daarnaast een klein deel van de GGZ-contracteerruimte (0,2%) voor onvoorziene omstandigheden.
Vanaf 2021 werken zorgkantoren met een landelijk tariefmodel. In dit eerste model werd er voor alle zorgaanbieders over alle sectoren één reëel tariefpercentage bepaald.
Vanaf 2024 berekent het tariefmodel per sector een richttariefpercentage, waarbij zowel aantallen als marktaandeel van zorgaanbieders wordt meegenomen. Met dit tarief ontvangt minimaal 75% van zowel het aantal als van het marktaandeel van zorgaanbieders een kostendekkende vergoeding. Door een norm van 75% te hanteren geldt er voor de overige aanbieders een doelmatigheidsprikkel2.
Om meer recht te doen aan verschillen tussen zorgaanbieders zoals gevraagd door de branches en de wens voor meer tariefdifferentiatie, werken de zorgkantoren per 2027 met een verfijnd model, waarbij de zorgkantoren gebruik hebben gemaakt van de ondersteuning van een onafhankelijk adviesbureau.
Op basis van de analyse van de declaratiegegevens 2024 en jaarrekeningdata 2024 zijn aanbieders in groepen (ook wel clusters genoemd) ingedeeld. Aanbieders in een groep leveren dezelfde zorg en hebben een vergelijkbare bedrijfsvoering op basis van objectieve kenmerken. Niet alleen is daarbij relevant welke (soort) zorgprestaties een zorgaanbieder levert, maar ook of de ‘kostenkant’ van de zorgaanbieder vergelijkbaar is met de andere zorgaanbieders in hetzelfde cluster. In de mate van clustering is de feedback van overleggen met de branches meegenomen. Dit heeft geleid tot in totaal zeven clusters.
Per 2027 hanteren zorgkantoren een beleidsmatig verfijnder tariefmodel. De verfijning betreft het corrigeren van het model voor de NHC/ NIC component en een clustering van vergelijkbare aanbieders. Met dit laatste punt willen zorgkantoren meer recht doen aan de verschillen die bestaan tussen typen aanbieders in verschillende sectoren.
Vervolgens berekenen we per cluster het vertrektariefpercentage. Op deze manier kunnen zorgkantoren reële tarieven afspreken, die beter passen bij het type zorgaanbieder. Het verfijnde model is verder toegelicht in het document ‘Onderbouwing vertrektarieven per cluster Wlz’ (pdf) (zie bijlage 7). Voor de berekening van de vertrektariefpercentages zijn de laatst beschikbare jaarverslagen van de zorgaanbieders nodig. Voor de vertrektariefpercentages 2027 betreffen dit de beschikbare jaarverslagen 2025. Deze jaarverslagen worden pas op 1 juni gepubliceerd. Dit betekent dat de vertrektariefpercentages 2027 pas na deze datum berekend kunnen worden en daarom uiterlijk op 4 september 2026 gepubliceerd worden. Dan zal ook een nieuwe versie van bijlage 7 gepubliceerd worden.
In het proces van de Nota van Inlichtingen kunnen zorgaanbieders vragen stellen over de wijze waarop de vertrektariefpercentages 2027 berekend worden. Na publicatie van de vertrektariefpercentages 2027 kunnen zorgaanbieders bezwaren uiten tegen de hoogte van de vertrektariefpercentages 2027 en de (wijze van) totstandkoming daarvan. Hiervoor geldt een vervaltermijn van 20 kalenderdagen.
Het staat zorgaanbieders vrij om binnen deze termijn mee te delen dat zij hun inschrijving niet langer gestand doen naar aanleiding van het op 4 september 2026 gepubliceerde vertrektariefpercentages 2027. U kunt dit kenbaar maken per email via het adres: zorginkoopwlz@zilverenkruis.nl.
Het vertrektariefpercentage is voor de zorgkantoren een gezamenlijk uitgangspunt voor de inkoop. Het is geen minimum- of maximumtarief. Zorgkantoren kunnen zowel een hoger als een lager tariefpercentage afspreken.
Zorgaanbieders waarvoor het geldende vertrektariefpercentage aangevuld met eventuele regionale aanvullende afspraken op basis van dit beleid aantoonbaar niet kostendekkend is kunnen een beroep doen op de hardheidsclausule.
Er is afgesproken dat aanbieders landelijk op basis van omzet worden geclusterd en ook landelijk in hetzelfde cluster worden gecontracteerd. U wordt op 1 juni over uw cluster geïnformeerd door het zorgkantoor. Als dit cluster afwijkt van de verwachting, neemt u dan voor 1 juli 2026 contact op met uw zorginkoper. Voor enkele aanbieders leidt dit tot een verschuiving van de sector waaronder de aanbieder gecontracteerd wordt. De prestaties bij sectorvreemde indicaties worden vergoed voor het door de aanbieder afgesproken (eigen sector) percentage.
Voor in 2026 nieuw gecontracteerde aanbieders zonder realisatie bepaalt het zorgkantoor op basis van de inkoopafspraken met de betreffende aanbieder het cluster voor 2027.
2,3 ECLI:NL:GHDHA:2024:199, Gerechtshof Den Haag
4 Zie Nota van Wijziging d.d. 31 mei 2024
Voor de af te spreken tariefpercentages maken we onderscheid tussen zorgaanbieders die al een overeenkomst hebben met Zilveren Kruis en/of een ander zorgkantoor (bestaande zorgaanbieders) en zorgaanbieders die nieuw zijn voor de zorgkantoren5. In deze paragraaf leest u meer over de tariefpercentages die we afspreken met bestaande zorgaanbieders.
Met alle bestaande zorgaanbieders spreken we het landelijke vertrektariefpercentage af voor zorg. Daarbij geldt het tariefpercentage van het cluster waarin de zorgaanbieder valt. Een klein aantal zorgaanbieders heeft meerdere overeenkomsten. In dat geval geldt per overeenkomst het vertrektariefpercentage van de bijbehorende sector.
Wij vergoeden 100% van het tarief van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) voor zorg die wij aanmerken als essentieel en die maar door een enkele of een landelijk werkende zorgaanbieders wordt aangeboden. In bijlage 8 (xlsx) vindt u over welke prestaties het gaat.
Investeringen in vastgoed vragen om zekerheid voor zorgaanbieders. Daarom vergoeden we voor NHC/NIC 100% van het NZa-tarief. We verwachten dat u de NHC-inkomsten gebruikt voor de exploitatie, het onderhoud en de verduurzaming van uw vastgoed. Zo blijven gebouwen veilig, toekomstbestendig en passend bij de zorg.
5 In de paragraaf 'We maken onderscheid tussen bestaande en nieuwe zorgaanbieders' leest u meer over het onderscheid tussen bestaande en nieuwe zorgaanbieders.
| Type zorgaanbieder | Tariefpercentage voor zorg 2027-2029 | Tariefpercentage essentiële voorzieningen 2027-2029 | Tariefpercentage NHC/NIC 2027-2029 |
|---|---|---|---|
| Volledig extramuraal | Vertrektariefpercentage cluster volledig extramuraal (volgt 04-09-2026) | 100% | 100% |
| Gedeeltelijk intramuraal | Vertrektariefpercentage cluster gedeeltelijk intramuraal (volgt 04-09-2026) | 100% | 100% |
We vinden het belangrijk om beschikbare middelen doelmatig te gebruiken. Daarom spreken we met een deel van de zorgaanbieders een lager tariefpercentage af. Dit tarief ligt 2% onder het vertrektariefpercentage.
Dit lagere tarief geldt voor zorgaanbieders die:
De zorgaanbieders voor wie dit geldt, ontvangen hierover uiterlijk 28-08-2026 bericht.
We hebben daarnaast de mogelijkheid om in gesprek te gaan en maatwerkafspraken te maken over het tariefpercentage. Dit doen we vanuit oogpunt van doelmatigheid.
U kunt vrijwillig kiezen voor een lager tariefpercentage. Bijvoorbeeld omdat u uw maatschappelijke verantwoordelijkheid wilt nemen en de zorgkosten wilt beperken. U kunt bij uw zorginkoper aangeven dat u een lager tariefpercentage wilt. Samen maakt u hierover afspraken. De definitieve afspraken leggen we vast in de overeenkomst.
Heeft de gehanteerde tariefsystematiek een voor uw organisatie onvoorzien en onredelijk benadelend gevolg, dan is er in uitzonderlijke gevallen de mogelijkheid voor individuele aanbieders om een beroep te doen op de hardheidsclausule. Onder onvoorzien verstaan wij dat in een specifieke situatie voor een individuele aanbieder door toepassing van de tariefsystematiek (landelijk vertrektariefpercentage en regionale aanpassingsmogelijkheden) een onredelijk benadelend effect optreedt. De term onvoorzien wordt hier dus uitgelegd als onverwacht effect van de tariefsystematiek. Hierbij is het van belang dat u kunt aantonen dat u op dit moment op een doelmatige manier de zorg levert en het voor u geldende tariefpercentage voor uw organisatie niet kostendekkend is. We nemen uw financiële positie en organisatiestructuur mee en beoordelen of er nog operationele verbeteringen mogelijk zijn. Bij de financiële positie zal onder meer gekeken worden naar het eigen vermogen van de organisatie. Wij betrekken daarbij ook de financiële reserves van de zorgaanbieder. Bij de afweging om de hardheidsclausule toe te passen nemen we ook de zorgplicht en het perspectief voor de langere termijn mee. Dit alles nemen we mee bij de beoordeling of en welke afspraken we maken op basis van de hardheidsclausule. In deze paragraaf leest u meer over hoe u een beroep kunt doen op de hardheidsclausule.
We waarderen het dat nieuwe zorgaanbieders een leemte in de regio opvullen of vernieuwing brengen. Tegelijk zien we dat nieuwe zorgaanbieders vaak minder bijdragen aan regionale ontwikkeling. Ook leveren ze vaak niet de volledige breedte van zorg binnen een prestatie of is de zorgzwaartemix lager dan gemiddeld. Daarom geldt voor nieuwe zorgaanbieders een lager tariefpercentage.
| Type zorgaanbieder | Tariefpercentage voor zorg 2027-2029 | Tariefpercentage essentiële voorzieningen 2027-2029 | Tariefpercentage NHC/NIC 2027-2029 |
|---|---|---|---|
| Volledig extramuraal | Vertrektariefpercentage cluster volledig extramuraal– 2% (volgt 04-09-2026) | 100% | 100% |
| Gedeeltelijk intramuraal | Vertrektariefpercentage cluster gedeeltelijk intramuraal - 2% (volgt 04-09-2026) | 100% | 100% |
Met ons meerjarige inkoopbeleid willen we binnen de beschikbare middelen goede zorg blijven bieden aan huidige en toekomstige klanten. Daarom geven we klanten de ruimte om zorg te kiezen die bij hen past. Tegelijk bieden we u ruimte om deze passende zorg te leveren.
Door persoonsvolgende bekostiging groeit het zorgvolume mee met de zorgvraag van klanten. U zit daarbij niet vast aan volumeafspraken. We doen dit zolang het past binnen de beschikbare contracteerruimte. Om voldoende zekerheid te bieden, hebben we de mogelijkheid voor een tussentijdse herschikking.
Zo sluiten onze afspraken en betalingen goed aan op de praktijk. Klanten kiezen niet allemaal per 1 januari opnieuw voor zorg. Daar houden we rekening mee in ons betaalbeleid. Met dit betaalbeleid zorgen we ervoor dat de zorg ook bij de overgang naar een nieuw jaar gewoon doorgaat. U vindt het betaalbeleid in bijlage 9 (pdf).
Het doel van de Meerzorgregeling is om te komen tot passende financiering voor tijdelijke extra zorg die mensen met een Wlz-indicatie nodig hebben. Het gaat om zorg die de zorgvraag op basis van het geïndiceerde zorgprofiel ruim overstijgt. We sturen binnen de wettelijke en beleidskaders op de toegankelijkheid én betaalbaarheid van de meerzorgregeling.
Bij meer dan 10 klanten met meerzorg voeren we een meerzorgdialoog. Als er aanleiding toe is, kunnen we ook een meerzorgdialoog voeren bij minder klanten. De kwaliteit van de zorg voor de hele groep klanten die meerzorg ontvangt staat hierbij centraal. Een dialoog is niet vrijblijvend. We willen graag weten waar u tegenaan loopt en zijn uw partner bij het vinden van oplossingen die passen bij uw organisatie. En natuurlijk horen we ook graag uw goede voorbeelden, zodat we daar anderen weer mee kunnen inspireren. Handvat voor het gesprek is het vooraf ingediende Meerzorgplan. Daarin beschrijft u een terugblik op het voorgaande jaar en een vooruitblik op het lopende jaar.
Bij een aanvraag voor meerzorg maakt u gebruik van de expertise van anderen. Minimaal één keer in de drie jaar vraagt u advies aan een collega zorgaanbieder of bij het Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE). Zij beschikken over specialistische kennis die kan helpen bij het verbeteren van de zorg voor de klant of klantgroep waarvoor meerzorg wordt aangevraagd. Soms ontstaat een meerzorgvraag doordat de basiszorg of de omgeving niet goed aansluit. Een collega zorgaanbieder of het CCE kan dan adviseren over mogelijke verbeteringen. Dit gaat bijvoorbeeld over huisvesting, samenstelling van de groep, contact met naasten, deskundigheid van medewerkers, teamstabiliteit, een veilige woonomgeving of het inzetten van vrijheidsbeperkende maatregelen. Wij gebruiken dit advies bij de beoordeling van de meerzorgaanvraag. Ook bij het zorgvuldig afbouwen van meerzorg kan dit advies helpen.
Een goede verantwoording van de geleverde meerzorg is belangrijk. We gebruiken hiervoor evaluaties en materiële controles. We verwachten dat u kunt laten zien hoe de ontvangen meerzorgmiddelen zijn ingezet, zowel inhoudelijk als financieel. Ook in de komende beleidsperiode besteden we hier aandacht aan. Als uit een materiële controle blijkt dat (een deel van) de meerzorgmiddelen niet juist is besteed, kan dit betekenen dat u dit bedrag moet terugbetalen. Samen houden we de Meerzorgregeling toegankelijk en betaalbaar.
We verwachten van zorgaanbieders dat ze kritisch kijken naar de inzet van meerzorg en de hoogte van de aanvragen. Meerzorg heeft een steeds grotere impact op de benutting van de contracteerruimte. Daarom sluiten we niet uit dat we tijdens de looptijd van dit inkoopbeleid maatregelen nemen om de stijgende kosten voor meerzorg te beheersen. Als dat nodig is, nemen we deze maatregelen op in de aanvulling op het inkoopbeleid voor dat jaar.
Voor veel klanten met een Wlz indicatie voor ggz wonen wordt de ggz behandeling nu nog betaald vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw). Dit komt door het overgangsrecht dat op dit moment geldt. Zorgkantoren wachten op verdere besluitvorming en uitleg van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) over het stoppen van dit overgangsrecht. Tot die tijd blijven zorgkantoren hierover in gesprek over de toepassing ervan. Meer hierover leest u in het landelijke beleidskader Wlz (pdf).
Zorgkantoren zien optimalisatie en innovatie als een cruciaal middel om de Wlz-zorg toekomstbestendig te houden voor klanten, medewerkers en maatschappij. De toenemende druk op toegankelijkheid, betaalbaarheid en kwaliteit vraagt om een duidelijke strategie voor het opschalen van bewezen initiatieven (optimalisatie) en het ontwikkelen van nieuwe oplossingen (innovatie). Met als doel het verhogen van implementatie van in de praktijk bewezen initiatieven (optimalisatie) en versnelde en gerichte ontwikkeling van nieuwe innovaties. We maken daarbij onderscheid tussen:
Hierbij focussen we op de 6 thema’s voor innovatie uit de landelijke inkoopvisie ‘Visie op samenwerken aan langdurige zorg 2027-2029’ (pdf) en de inkoopdoelen uit dit inkoopbeleid.
Wij verwachten dat u:
Een aantal toepassingen heeft zich inmiddels zo breed bewezen, dat wij verwachten dat alle zorgorganisaties deze toepassen:
Wij verwachten dat u deze toepassingen inzet bij alle klanten, als de toepassing past bij de zorgvraag. Alleen wanneer dit voor een individuele klant niet passend is, kan hiervan gemotiveerd worden afgeweken. Samen met u brengen we aan het begin van de beleidsperiode in beeld waar u staat ten opzichte van de inkoopdoelen, waar u in 2030 wilt staan en hoe optimalisatie daaraan bijdraagt. We delen inspirerende voorbeelden van succesvolle optimalisatie uit de praktijk. Deze vindt u op de pagina Succesvolle initiatieven.
Waar nodig volgt het zorgkantoor de voortgang in de periodieke overleggen. Eventuele afspraken over voortgang of verbeteringen leggen we schriftelijk vast.
Thuiszorgtechnologie biedt mogelijkheden om zorg of toezicht op afstand te realiseren. We zien hierbij mooie nieuwe initiatieven. Alle zorgaanbieders die MPT leveren kunnen de inzet van thuiszorgtechnologie declareren via de bijbehorende prestaties en prestatiecodes. De totaal gedeclareerde zorg (inclusief thuiszorgtechnologie) moet binnen het budget behorende bij de gestelde indicatie vallen. Thuiszorgtechnologie moet tot substitutie van zorg leiden. Dat betekent dat thuiszorgtechnologie ter vervanging is van fysieke zorg of leidt tot uitstel van fysieke zorg. Zorgaanbieders kunnen de kosten declareren conform de beleidsregel.
Innoveren betekent het pionieren en ontwikkelen van een volledig nieuw product, dienst of zorgproces, die bijdragen aan duurzame veranderingen in de zorg. Zorgaanbieders onderzoeken de effecten van de innovatie en de randvoorwaarden om op te schalen. Het doel is dat succesvolle innovaties uiteindelijk onderdeel worden van optimalisatie en breed ingezet kunnen worden. Zorgaanbieders die innoveren voldoen aan de volgende voorwaarden:
We willen innovatiekracht in de sector optimaal benutten en dubbel werk voorkomen. Daarom brengen de zorgkantoren samen meer focus aan. Zo voorkomen we dat er op meerdere plekken aan dezelfde innovatie wordt gewerkt. Samen met zorgaanbieders selecteren we potentieel baanbrekende innovaties. Zorgkantoren kunnen innovatietrajecten ondersteunen met kennis of capaciteit, op basis van een concreet plan en duidelijke afspraken.
Wij vinden het belangrijk dat klanten goed geïnformeerd worden over het beschikbare zorgaanbod. Voor onze klanten, naasten en verwijzers is de Zorgatlas beschikbaar, een online zoekmachine voor de langdurige zorg. Van alle gecontracteerde zorgaanbieders nemen we basisgegevens op in de Zorgatlas. U vult zelf in de Zorgatlas verdere gegevens van uw organisatie in en houdt deze actueel. Zo bent u beter vindbaar voor klanten die op zoek zijn naar passende zorg. Klanten kunnen via verschillende zoekcriteria informatie vinden over het beschikbare zorgaanbod in hun omgeving. Met de detailinformatie krijgen zij alvast een indruk van de locatie, bijvoorbeeld over de ligging en aanwezige voorzieningen.
Op onze website vindt u onder andere een handleiding van de Zorgatlas. Via deze pagina kunt u een beheerder aanmelden. Wij vragen u uw locaties zelf te voorzien van het actuele zorgaanbod en de locatiekenmerken. Zo werken we samen aan informatie voor klanten en hun naasten.De zorgvraag en kosten blijven groeien. Dit zet druk op de betaalbaarheid. Ook personeel en vastgoed zijn schaars. Daarom speelt doelmatigheid een rol bij al onze inkoopdoelen en realiseren we het inkoopbeleid dan ook binnen de financiële kaders en met een optimale inzet van middelen.
Gelet op doelmatige inzet van middelen en het beperkte financiële kader is het belangrijk dat u de best passende en meest doelmatige leveringsvorm declareert. Als een klant niet het volledige pakket aan zorg nodig heeft en/of een beperkt aantal uren, dan moet de zorg met MPT prestaties gedeclareerd worden. In dit geval kunt u geen VPT declareren. We gebruiken spiegelinformatie die inzicht geeft in verschillen per zorgaanbieder tussen leveringsvormen. We gaan in gesprek met zorgaanbieders aan de hand van deze spiegelinformatie. Hiermee stimuleren we doelmatige inzet van beschikbare middelen.
Regionale samenwerking helpt om de schaarse middelen beter in te zetten. Zorgaanbieders organiseren voorzieningen samen, zoals essentiële voorzieningen en dagbesteding. Ook het samen inzetten op innovaties en arbeidsbesparende technologie is belangrijk. Dit draagt bij aan het verlagen van de klant/FTE ratio.
We zien dat de opbouw van kosten en uitgaven tussen zorgaanbieders verschillen. Dit geeft mogelijkheden om de beschikbare middelen doelmatiger in te zetten. We willen u stimuleren te blijven werken aan het verbeteren van de doelmatigheid. Daarom ondersteunen we u met onze zorgaanbiederanalyse. Via spiegelinformatie faciliteren wij u met inzicht in uw kosten ten opzichte van andere zorgaanbieders. Deze informatie ondersteunt u bij de keuze op welke onderdelen u doelmatigheidsverbetering wilt realiseren. Wij gaan hierover graag met u in gesprek.
We vinden het belangrijk om de schaarse middelen doelmatig in te zetten, zodat alle klanten passende zorg krijgen. Daarom kunnen wij het initiatief nemen om in gesprek te gaan met zorgaanbieders die, vergeleken met anderen, een hoog positief resultaat behalen. We vragen dan om een toelichting op dit resultaat en bekijken samen met de zorgaanbieder hoe het resultaat wordt ingezet en of lagere tariefpercentages mogelijk zijn.
Aansluitend op de visie van het kabinet vinden zorgkantoren dat een pgb alleen beschikbaar moet zijn voor klanten die daar bewust voor kiezen en niet als financieringsvorm. Wij zien dat sommige wooninitiatieven gefinancierd worden via een pgb maar feitelijk functioneren als zorg in natura. Om die reden zetten we in op het contracteren via zorg in natura (ZiN) van bestaande pgb-wooninitiatieven (dat wil zeggen: wooninitiatieven die reeds bestonden vóór 1 januari 2026). Voor deze contractering gelden de reguliere voorwaarden uit ons inkoopbeleid.
Goede gebouwen zijn belangrijk om nu en in de toekomst passende zorg te kunnen bieden. In de praktijk sluiten gebouwen niet altijd aan bij wat klanten en professionals nodig hebben. Daarom willen wij als zorgkantoor actief meedenken bij belangrijke keuzes over zorgvastgoed. Samen zoeken we naar oplossingen die werken in de praktijk en passen bij de toekomstige zorgopgave.
Nieuwbouw en grote verbouwingen hebben langdurige gevolgen en bepalen voor lange tijd waar en hoe zorg kan worden geleverd. Afstemming met relevante regionale partijen helpt om knelpunten voor klanten, medewerkers en de omgeving te voorkomen. We verwachten dat u plannen voor vastgoedinvesteringen in onze zorgkantoorregio’s tijdig met ons bespreekt. Zo zorgen we er samen voor dat investeringen aansluiten bij de maatschappelijke opgave en dragen we bij aan toekomstbestendige zorg voor klanten.
Tot en met 2030 zijn bijna 300.000 extra woningen voor ouderen nodig. Ook in de gehandicaptenzorg (GZ) en de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) verwachten we dat de komende jaren meer mensen zelfstandig thuis wonen met passende zorg. Gezamenlijk richten wij ons op passende extramurale woon- en zorgarrangementen voor mensen die zorg thuis ontvangen.
We werken langs duidelijke actielijnen voor de extramurale woonopgave. Vanuit het zorgkantoor werken wij aan de extramurale woonopgave via samenhangende acties:
Wij verwachten dat zorgaanbieders in de regio actief bijdragen aan passende woon- en zorgarrangementen. Niet iedere aanbieder heeft dezelfde rol. Voor een goed werkend zorglandschap is het wel belangrijk dat er per regio aanbieders zijn die deze ontwikkeling dragen en verder brengen.
Zorgaanbieders die hier een rol in kunnen spelen, dragen bij door:
| Uiterste datum | Stap | Wie |
|---|---|---|
| 1 juni 2026 | Bekendmaking van het inkoopbeleid Wlz-zorg 2027-2029 | Zorgkantoor |
| 15 juni 2026 12.00 uur | Mogelijkheid tot stellen van vragen t.b.v. Nota van Inlichtingen | Zorgaanbieder |
| 1 juli 2026 | Publicatie van de Nota van Inlichtingen | Zorgkantoor |
| 1 juli 2026 | Openstellen inkoopapplicatie voor inschrijving | Zorgkantoor |
| 21 juli 2026 | Vervaltermijn voor kortgeding tegen het inkoopbeleid en de bijlagen | Zorgaanbieder |
| 31 juli 2026 17.00 uur | Datum van inschrijving voor nieuwe en bestaande zorgaanbieders | Zorgaanbieder |
| 28 augustus 2026 | Voorlopige terugkoppeling uitkomst van de beoordeling van de inschrijving | Zorgkantoor |
| 4 september 2026 | Publicatie definitieve vertrektarieven | Zorgkantoor |
| 24 september 2026 | Vervaltermijn voor bezwaar en kortgeding tegen:
|
Zorgaanbieder |
| 2 oktober 2026 | Als dat nodig is, een gesprek over contractering en voorwaarden | Zorgkantoor en zorgaanbieder |
| 23 oktober 2026 | Definitieve terugkoppeling inschrijving en aanbieden overeenkomst voor ondertekening | Zorgkantoor |
| 30 oktober 2026 | Uiterste datum voor indiening budgetformulier 2027 via NZa-portaal bij zorgkantoor |
Zorgaanbieder |
| 30 oktober 2026 | Uiterste datum voor ondertekening overeenkomst in VECOZO | Zorgaanbieder |
| 6 november 2026 | Vervaltermijn voor kortgeding tegen de definitieve terugkoppeling | Zorgaanbieder |
| 12 november 2026 | Controle van ingediende budgetformulieren en doorzetting naar de NZa | Zorgkantoor |
| 13 november 2026 | Definitieve contractering en indiening budgetformulier bij NZa | Zorgkantoor en zorgaanbieder |
| 1 juni 2027 | Deadline aanvullende afspraken, waaronder afspraken in het kader van regionale ontwikkeling | Zorgkantoor en zorgaanbieder |
Het inkoopbeleid geldt voor de elf regio’s waarvoor Zilveren Kruis Zorgkantoor NV, verder te noemen Zilveren Kruis, namens alle Wlz-uitvoerders de Wlz verzorgt. Het inkoopbeleid is van toepassing voor alle zorgaanbieders in de GGZ die Wlz-zorg in natura leveren aan klanten die wonen in één van onze zorgkantoorregio’s:
Het inkoopbeleid geldt voor alle leveringsvormen in Zorg in Natura: verblijf, VPT, MPT, DTV. Daarnaast is dit inkoopbeleid er ook voor zorgaanbieders die alleen behandeling leveren, zoals samenwerkingsverbanden van artsen verstandelijk gehandicapten (Arts VG) en specialisten ouderengeneeskunde (SO).
Dit inkoopbeleid vormt de basis en biedt een handleiding voor inschrijving voor een Wlz-overeenkomst met Zilveren Kruis voor 2027.
Alle zorgkantoren stelden gezamenlijk de landelijke inkoopvisie langdurige zorg op. Dit inkoopbeleid van Zilveren Kruis voor de GGZ is een uitwerking van de landelijke inkoopvisie (pdf) voor alle zorgkantoorregio’s van Zilveren Kruis en moet in samenhang met de landelijke inkoopvisie worden gelezen. De landelijke inkoopvisie inclusief bijlagen maken integraal onderdeel uit van dit zorginkoopbeleid en de overeenkomst Wlz 2027-2029 van Zilveren Kruis.
In het landelijke beleidskader (pdf) staan thema’s die extra toelichting nodig hebben en onderwerpen waarvoor zorgkantoren samen één uniforme beleidslijn volgen. Daarnaast werkt het kader aanvullende voorwaarden en richtlijnen uit die zorgkantoren hanteren binnen de geldende wet- en regelgeving.
De volgende rangorde geldt bij tegenstrijdigheden tussen verschillende documenten/delen, tenzij anders aangegeven:
Omdat wij weten dat een inkoopprocedure mogelijk om verduidelijking vraagt, bieden we de mogelijkheid om vragen te stellen over eventuele onduidelijkheden. Vanaf de publicatiedatum op 1 juni 2026 bent u tot uiterlijk 15 juni 2026 12:00 uur in de gelegenheid om vragen te stellen. Na deze sluitingsdatum is het niet meer mogelijk om vragen te stellen over de teksten van het inkoopbeleid en bijbehorende documenten.
Zorgkantoren hebben hun proces om vragen te stellen in het kader van de Nota van Inlichtingen aangepast. U kunt uw vragen indienen via het formulier. Alle zorgkantoren zijn aangesloten op het nieuwe digitale formulier. Alleen vragen die via dit formulier gesteld worden, nemen wij in behandeling.
U kunt alleen een rechtsgeldig beroep doen op onvolkomenheden, onduidelijkheden, vermeende onrechtmatigheden, tegenstrijdigheden of bezwaren die door uzelf, als individuele zorgaanbieder, uiterlijk 15 juni 2026 12:00 uur aan de orde zijn gesteld. Na deze sluitingsdatum is het niet meer mogelijk om vragen te stellen over het inkoopbeleid en bijbehorende documenten.
Daarin beantwoorden we de gestelde vragen. Veel voorkomende vragen zullen we niet letterlijk opnemen en beantwoorden, maar samenvoegen en van een antwoord voorzien. De gepubliceerde Nota van Inlichtingen prevaleert boven de inkoopdocumenten en maakt onderdeel uit van deze inkoopprocedure.
Zorgaanbieders kunnen, als zij het niet eens zijn met het inkoopbeleid inclusief de gepubliceerde Nota van Inlichtingen binnen een termijn van 20 kalenderdagen na de dag van de publicatie van de Nota van inlichtingen een kortgedingprocedure beginnen bij de rechtbank te Den Haag. Deze termijn is een vervaltermijn. Door deelname aan de inkoopprocedure accepteren zorgaanbieders dat zij het kort geding aanhangig moeten maken binnen de termijn van 20 kalenderdagen na publicatie van de Nota van Inlichtingen op straffe van verval van ieder recht om op een later moment tegen het inkoopbeleid inclusief de Nota van inlichtingen – in rechte – op te komen. Een eventueel aangespannen kortgeding heeft geen schorsende werking voor definitieve contractering.
Zorgkantoren behouden zich het recht voor om een correctie in de documenten en/of een wijziging of aanpassing van de inkoopprocedure toe te passen, naar aanleiding van onvoorziene omstandigheden, gerechtelijke procedures of als na bekendmaking van deze documenten de overheid maatregelen treft die:
Zorgkantoren behouden zich het recht voor om op basis van bovenstaande zonder enige schadevergoedingsplicht de volgende aanpassingen te doen:
Als zorgaanbieder schrijft u in bij die zorgkantoren die verantwoordelijk zijn voor de regio waarbinnen u zorg levert of wilt leveren. De fysieke locatie6 waar u zorg levert, bepaalt met welk zorgkantoor u een contract moet sluiten, op basis van de in die regio geldende inkoopvoorwaarden (inclusief tarief). In het grensgebied tussen zorgkantoren kunnen vraagstukken ontstaan. Wij vragen u dit bij de inschrijving aan te geven, zodat we tot een werkbare oplossing kunnen komen met elkaar.
6 Hierbij gaat het om de feitelijke woonplaats van de klant en niet om het postadres van de klant.
Wij ontvangen van zorgaanbieders een inschrijving. We sluiten in principe één overeenkomst per zorgaanbieder. Deze overeenkomst kan voor verschillende regio’s en sectoren gelden. U schrijft in op de sector die aansluit bij het landelijke cluster van de tariefsystematiek. Voor nieuwe zorgaanbieders geldt dat zij inschrijven op basis van het cluster wat het meest passend lijkt op basis van het ondernemingsplan. Het definitieve cluster voor nieuwe zorgaanbieders wordt in gesprek met de inkoper bepaald.
Inschrijvingen via andere kanalen behandelen wij niet en verklaren wij ongeldig. Met uw deelname gaat u akkoord met de voorwaarden uit het inkoopbeleid van Zilveren Kruis.
Bent u nieuw bij Zilveren Kruis? Dan geeft u via het aanmeldformulier aan dat u zich wilt inschrijven. Daarna ontvangt u van ons een instructie voor het inschrijfproces.
U dient uw inschrijving uiterlijk op 31 juli 2026 17.00 uur in via het zorginkoopportaal van VECOZO. Inschrijvingen na dit moment nemen wij niet in behandeling en sluiten wij uit van de inkoopprocedure. Na indienen ontvangt u een bevestiging van VECOZO. In dat bericht leest u ook hoe u de vragenlijst nogmaals kunt bekijken of kunt downloaden. Technische vragen over het zorginkoopportaal stelt u aan VECOZO of kijkt u na bij de veelgestelde vragen op hun website.
Als de inschrijving van de zorgaanbieder wordt afgewezen n.a.v. de inschrijving uiterlijk 31 juli 2026 17:00 uur, heeft de zorgaanbieder geen mogelijkheid meer om opnieuw (tussentijds) in te schrijven voor het betreffende jaar (2027). Hij kan zich dan pas in de zomer van 2027 weer inschrijven om voor een overeenkomst voor 2028 in aanmerking te komen.
Wij behouden ons het recht voor om tussentijds nieuwe zorgaanbieders te contracteren als dit nodig is om aan de zorgplicht te kunnen blijven voldoen. Dit is enkel aan het zorgkantoor ter beoordeling en vindt uitsluitend plaats op initiatief van het zorgkantoor.
In de procedure maken we onderscheid tussen de bestaande en nieuwe zorgaanbieders.
Bij de inschrijving moet de bestuursverklaring ingevuld worden. Daarbij moet voor een aantal items met documentatie aangetoond worden dat er wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden. Ook voor het ondernemingsplan geldt een verplichte opbouw van elementen. Lees welke documentatie er nodig is en welke voorwaarden gelden in 'Wat vragen wij van nieuwe zorgaanbieders' (pdf).
Met uw inschrijving en het ondertekenen van de bestuursverklaring stemt u in met het geschetste perspectief voor de zorginkoop voor de komende 3 jaar. In het hoofdstuk Wat willen we bereiken leest u welke doelen we met het zorginkoopbeleid willen realiseren en op welke wijze we dit samen met u willen doen. De kaders van het zorginkoopbeleid zijn hiermee voor het komende jaar helder.
Sluit u per 2027 een meerjarenovereenkomst dan kunt u voor inschrijving voor de opvolgende jaren volstaan met een instemmingsverklaring.
We contracteren alleen zorgaanbieders die een inhoudelijke bijdrage leveren aan het toekomstbestendige zorglandschap. Zilveren Kruis vindt het belangrijk dat nieuwe zorgaanbieders het aanbod in zorg in natura verrijken. Nieuwe zorgaanbieders kunnen vernieuwing brengen en inspringen op vraagstukken in de regio of specifieke klantvragen- of wensen. Tegelijkertijd zijn te veel nieuwe en vooral kleine zorgaanbieders een risico voor versnippering van het zorglandschap en bemoeilijkt dit de regionale samenwerking. Daarom is het belangrijk dat nieuwe zorgaanbieders een duidelijke rol hebben in de regio en aantoonbare meerwaarde bieden ten opzichte van het bestaande zorgaanbod. Daarom houden we bij de beoordeling en toelating van nieuwe zorgaanbieders hier nadrukkelijk rekening mee.
Nieuwe zorgaanbieders kunnen in aanmerking komen voor een overeenkomst als zij kunnen aantonen dat zij voldoen aan alle gestelde voorwaarden én:
Levert u op het moment van inschrijving zorg aan minder dan 10 Wlz klanten7 in de zorgkantoorregio waarvoor u inschrijft? En is uw omzet lager dan € 150.000? Dan komt u in principe niet in aanmerking voor een overeenkomst. Deze omvang is te klein voor een zelfstandige overeenkomst. Wij adviseren u dan om te verkennen of er andere mogelijkheden zijn. Bijvoorbeeld het leveren van zorg in onderaannemerschap, het samenwerken met een andere partij of het aansluiten bij een zorgcoöperatie. Bent u op dit moment onderdeel van een zorgcoöperatie of werkt u als onderaannemer? Dan motiveert u de meerwaarde van een zelfstandige overeenkomst met het zorgkantoor. Zo begrijpen wij uw keuze beter.
7 Voor zorgaanbieders die op het moment van inschrijving zorg in PGB leveren spreken we af dat er per 1-1-2027 minimaal 10 klanten zijn die gebruik maken van Zorg in Natura.
Naast het voldoen aan de sectorale kwaliteitseisen en de juridische voorwaarden die in dit inkoopbeleid staan, verwachten wij van nieuwe zorgaanbieders dat zij belangrijke zorginhoudelijke en administratieve randvoorwaarden goed op orde hebben. Zilveren Kruis vindt het belangrijk dat ook nieuwe zorgaanbieders goed hebben nagedacht over deze randvoorwaarden en deze hebben geborgd. Het gaat om:
Nieuwe zorgaanbieders leveren de gevraagde documentatie (pdf) aan. Het is van belang dat uw inschrijving volledig is en u alle gevraagde documenten bij de inschrijving aanlevert. Als een nieuwe zorgaanbieder een ondernemingsplan indient dat incompleet is en/of niet volledig voldoet aan beschreven eisen, dan kan het zorgkantoor besluiten de zorgaanbieder van verdere deelname aan de inkoopprocedure uit te sluiten of anders te prioriteren, afhankelijk van de aard en omvang van de tekortkoming. Dit geldt ook voor bestaande zorgaanbieders maar nieuw voor het zorgkantoor die een beknopt ondernemingsplan (tenminste het bedrijfs- en financieel plan) moeten aanleveren.
Dit is het geval bij de inzet van onderaannemers en/of een verandering in bestuurlijke structuur. Zorgaanbieders melden hun onderaannemers8. Wij verwachten dat zorgaanbieders tenminste 2/3 van de productie zelf leveren (dat wil zeggen met personeel dat in loondienst is) en maximaal 1/3 van de verwachte gecontracteerde zorg door onderaannemers laten leveren. Wij willen weten welke onderaannemers actief zijn en voor welk deel van de productie zij ingezet worden. Als u met onderaannemers werkt, bent u verplicht deze bij de inschrijving te melden. Vult u voor het melden van onderaannemers de tabel in de bestuursverklaring in.
Dit doet u voorafgaand aan de inzet van de onderaannemer door een e-mail te sturen naar contractadministratiewlz@zilverenkruis.nl. Bij deze melding levert u de tabel voor onderaannemers uit de bestuursverklaring (xlsx) opnieuw ingevuld aan. In de e-mail vermeldt u duidelijk welke onderaannemer(s) nieuw zijn toegevoegd ten opzichte van de eerder gemelde situatie. U krijgt van ons binnen twee weken een reactie op uw melding.
De zorgaanbieder die een onderaannemer inzet voor zorglevering blijft altijd volledig verantwoordelijk voor de kwaliteit van zorg door de onderaannemer. De zorglevering door de onderaannemer moet dan ook aan alle eisen voldoen die het zorgkantoor aan de zorglevering van de hoofdaannemer stelt. Het is daarnaast niet toegestaan om een ZZP- of VPT-pakket volledig door een onderaannemer te laten leveren, tenzij het zorgkantoor daar schriftelijk toestemming voor geeft.
8 Voor de definitie van onderaanneming verwijzen wij naar de overeenkomst.
We gebruiken een vaste beoordelingsprocedure. Bij de beoordeling van zorgaanbieders voeren we de volgende beoordelingsstappen uit:
Wij bekijken na sluiting van de inschrijving of de inschrijving volledig en juist is. Onvolledige inschrijvingen worden niet beoordeeld, bijstelling en aanvulling op initiatief van de zorgaanbieder is niet toegestaan. Een inschrijving is volledig wanneer:
Zorgkantoren hebben na inschrijving de bevoegdheid (maar niet de verplichting) om een zorgaanbieder te vragen zijn inschrijving toe te lichten. De zorgaanbieder heeft dan vijf werkdagen de tijd om de gevraagde toelichting aan te leveren bij het zorgkantoor. Hierna kan de inschrijving definitief worden beoordeeld. Aan het enkel vragen om een (nadere) toelichting door het zorgkantoor kunnen geen rechten of toezeggingen worden ontleend.
Als de inschrijving volledig is, controleren wij wat de bestuurder heeft verklaard over zijn organisatie in de bestuursverklaring. Het gaat niet alleen om controle van wat is ingevuld in de bestuursverklaring, maar ook om beoordeling en controle van de documenten die nieuwe zorgaanbieders (maar ook bestaande zorgaanbieders maar nieuw voor het zorgkantoor) ter onderbouwing moeten aanleveren In deze periode beoordelen wij bij nieuwe zorgaanbieders ook het aangeleverde ondernemingsplan.
Wij kunnen hiervoor bij de inschrijving voor ons relevante informatie bij u opvragen. De integriteitstoets is een verantwoordelijkheid van de Wlz-uitvoerder en bevat een toets op de uitsluitingscriteria. Een VOG RP die het Ministerie van Veiligheid en Justitie afgeeft, kan deze integriteitstoets niet vervangen, maar is als aanvulling daarop bedoeld.
Met zorgaanbieders die in 2027 nieuw zijn voor Zilveren Kruis en die voldoen aan de voorwaarden (pdf) gaan wij in september 2026 in gesprek. Ook de aangeleverde informatie over het te leveren zorgaanbod en de omvang van de zorgaanbieder nemen wij mee in de keuze om wel of niet over te gaan tot een gesprek. Wij maken graag kennis met nieuwe zorgaanbieders, bij voorkeur op de locatie van de zorgaanbieder. In een gesprek willen we een beter beeld krijgen van de drijfveren, bestuurders en de organisatie achter het ondernemingsplan. In het gesprek toetsen we of het beeld van de zorg en de toelichting van de directie/bestuurder consistent is met het ondernemingsplan en of u aan alle voorwaarden voldoet. Ook toetsen we expliciet op de inhoudelijke criteria en of sprake is van vervullen van een leemte om in aanmerking te komen voor zelfstandige contractering. Er is gelegenheid om in te gaan op afspraken over de te leveren prestaties. De uitkomsten van het gesprek nemen we mee in de definitieve beoordeling. Pas na het gesprek besluiten we definitief of we een overeenkomst voor 2027 aan gaan.
Of nieuwe zorgaanbieders een overeenkomst krijgen aangeboden, wordt beoordeeld door Zilveren Kruis. In deze laatste fase van de beoordeling kunnen onder andere, maar niet uitsluitend, de volgende redenen tot afwijzing van nieuwe zorgaanbieders leiden. Het eindoordeel hierover is aan Zilveren Kruis:
Uiterlijk 28 augustus 2026 koppelen wij op basis van de uitkomsten van onze beoordeling terug of wij voornemens zijn een overeenkomst aan te gaan voor 2027 en welke afspraken we met u willen maken. Aan dit voornemen kunt u geen rechten ontlenen. Wanneer wij in onze beoordeling geen bijzonderheden constateren, zijn wij voornemens om met de volgende zorgaanbieders de volgende overeenkomsten aan te gaan:
Overweegt u om een beroep te doen op de hardheidsclausule? Neemt u dan contact op met uw zorginkoper. Uw zorginkoper bespreekt met u de reden van het beroep. Voor de aanvraag dient u gebruik te maken van een standaard aanvraagformulier. Dit aanvraagformulier is gemaakt om de informatie op te halen die noodzakelijk is voor de beoordeling van uw aanvraag. Het is belangrijk dat u dit formulier juist en volledig invult, zodat wij een goed beeld hebben van uw (toekomstige) financiële situatie. U kunt het aanvraagformulier opvragen via het e-mailadres zorginkoopwlz@zilverenkruis.nl. Hierin leest u welke informatie u dient aan te leveren.
Als u een beroep doet op de hardheidsclausule, stuurt u het ingevulde aanvraagformulier op via zorginkoopwlz@zilverenkruis.nl en uw zorginkoper. U benoemt daarbij de term “hardheidsclausule” expliciet in het onderwerp van uw bericht. U kunt het aanvraagformulier indienen na bekendmaking vertrektarief, uiterlijk op 24 september 2026. Wij adviseren u het aanvraagformulier voor 8 september 2026 in te leveren. Zo heeft u de mogelijkheid om ontbrekende informatie aan te vullen of correcties te maken zodat uiteindelijk een volledig en juist aanvraagformulier wordt ingediend. Uw zorginkoper geeft aan wanneer dit het geval is.
Afhankelijk van de situatie kunnen we aanvullende documenten opvragen. De afspraken over de hardheidsclausule zijn geldig voor maximaal de duur van het betreffende inkoopjaar.
Indien na indiening van de stukken de NZa-tarieven worden bijgesteld, dan zal het zorgkantoor de omzet op dezelfde manier bijstellen als dat de NZa-tarieven zijn bijgesteld.
Wij geven uiterlijk 23 oktober 2026 een terugkoppeling op uw aanvraag voor de hardheidsclausule. Als achteraf blijkt dat een verleende hardheidsclausule niet nodig blijkt dan wordt de toekenning van de hardheidsclausule teruggedraaid.
Bij de herschikking en/of nacalculatie zullen wij controleren of de zorgaanbieder die afspraken heeft op grond van de hardheidsclausule daar nog steeds voor in aanmerking komt. Indien dan blijkt dat de zorgaanbieder geen beroep meer toekomt op de hardheidsclausule (bijvoorbeeld omdat zijn financiële situatie gedurende het jaar is verbeterd) maakt Zilveren Kruis aanspraak op het bedrag (of een gedeelte daarvan) dat aan de zorgaanbieder is betaald op grond van de hardheidsclausule.
Voor zorgaanbieders die al bij ons bekend zijn, gebruiken we de prestaties waarover ook in 2026 afspraken zijn gemaakt, als basis voor de afspraken in 2027. Het gaat om de prestaties die u tot en met augustus 2026 heeft gedeclareerd.
Wij hebben alle Wlz-prestaties naar sector, grondslag en leveringsvorm ingedeeld naar ‘regulier’ en ‘specifiek’. Dit is inzichtelijk gemaakt in bijlage 8 (xlsx). Hierin kunt u zien welke prestaties wij nadrukkelijk toetsen of beperkt inkopen. Voor het openstellen van prestaties is altijd vooraf toestemming nodig van de zorginkoper. Deze toetst onder meer of u aan alle gestelde voorwaarden voldoet om de prestatie open te stellen. Wanneer u in 2027 nieuw zorgaanbod wilt leveren, bijvoorbeeld een nieuwe leveringsvorm of zorg in een andere zorgkantoorregio, meldt u dit bij uw zorginkoper. Uw zorginkoper gaat hierover met u in gesprek.
Met nieuwe zorgaanbieders spreken we standaard de reguliere prestaties af behorend bij de sector, grondslag en leveringsvorm op basis van de inschrijving en het ondernemingsplan en een kennismakingsgesprek.
Uiterlijk 23 oktober 2026 ontvangt u de definitieve terugkoppeling van uw inschrijving. Wij sturen u een terugkoppeling met, indien van toepassing, de volgende 3 documenten:
Hiervoor accepteert u uiterlijk 30 oktober 2026 de overeenkomst en de initiële afspraak via het VECOZO portaal. Tegelijkertijd stelt u de ondertekende budgetformulieren beschikbaar in het NZa portaal, zodat wij deze kunnen beoordelen.
In het budgetformulier leggen we geen afspraken vast over prijs en volume. Dit past bij ons uitgangspunt van persoonsvolgende bekostiging. De NZa vraagt wel om een omzetniveau op te nemen. Daarom vullen wij in het budgetformulier een omzet van € 1 in. Dit houdt het administratieve proces eenvoudig. Ook geeft het opnemen van een historische omzet géén garantie over de financiering. In de herschikking leggen wij het definitieve financiële kader voor u vast.
De afspraken over de te leveren prestaties en de bijbehorende tariefpercentages leggen we vast in een bijlage bij de overeenkomst. Met ons betaalbeleid zorgen we voor continuïteit van zorg bij de overgang tussen jaren.
Wij wijzen u erop dat er geen overeenkomst tot stand komt als de getekende overeenkomst en de vastgestelde initiële afspraak voor 2027 ontbreken. In dat geval behouden wij ons het recht voor om geen budgetformulier bij de NZa in te dienen. De overeenkomst komt pas tot stand nadat de overeenkomst en de initiële afspraak zijn ondertekend én het wij het budgetformulier bij de NZa hebben ingediend.
U levert zorg volgens de geldende richtlijnen, protocollen en veldnormen. Ook de kwaliteitskaders van uw sector zijn van toepassing. Het kan voorkomen dat voor één zorgaanbieder meerdere kwaliteitskaders gelden. Wij volgen of de gemaakte afspraken worden nageleefd. In gesprekken en via controles bekijken we of u handelt volgens de overeenkomst en dit zorginkoopbeleid. Ontvangen wij signalen dat afspraken mogelijk niet worden nagekomen? Dan gaan wij hierover met u in gesprek.
Soms is aanvullende informatie nodig om de situatie goed te beoordelen. In dat geval kunnen wij u vragen om extra informatie aan te leveren. Ook kunnen wij een materiële controle uitvoeren. Dit is een controle waarbij we nagaan of de geleverde zorg en de declaraties met elkaar in overeenstemming zijn.
Blijkt tijdens de looptijd van de overeenkomst dat u afspraken niet nakomt of dat u niet voldoet aan de voorwaarden? Of staat de kwaliteit van zorg of de financiële positie onder druk? Dan nemen we passende maatregelen. Welke maatregel we inzetten, hangt af van de situatie. Als dat nodig is, betrekken wij ook andere partijen, zoals de IGJ.
In de overeenkomststaat welke maatregelen het zorgkantoor kan nemen als afspraken niet worden nageleefd. Deze opsomming is niet uitputtend. Dat betekent dat ook andere passende maatregelen mogelijk zijn.
U meldt grote veranderingen van uw productie op tijd aan ons. Dit doet u actief en vooraf, zowel bij een verwachte stijging als daling. Zo krijgen wij beter inzicht in de ontwikkeling van vraag en aanbod. Dit helpt ons om goede prognoses te maken, kosten beter in te schatten en zicht te houden op wat er in de regio gebeurt. Bij verwachte veranderingen kunnen wij u vragen naar de reden.
Wij publiceren elke maand de verwachte benutting van de contracteerruimte en de actuele publicatieplanning. . Deze publicatie is vooral gebaseerd op de AW319‑gegevens over de betreffende periode. We rekenen de gerealiseerde productie door naar een jaarbasis. Zo ziet u of deze past binnen de beschikbare contracteerruimte van uw sector. Ook vermelden we steeds het bijbehorende procentuele risico.
Op deze manier krijgt u inzicht in de benutting van de contracteerruimte per sector en in het risico op de financiering van de geleverde zorg in dat jaar. In onze communicatie besteden we hier expliciet aandacht aan.
Daarnaast reserveren we een deel van de contracteerruimte voor meerzorg. Zo kunnen we de ontwikkeling van de kosten voor meerzorg goed volgen en, als dat nodig is, op tijd aanvullende beleidsmaatregelen nemen.
Elke 2 maanden sturen we u een overzicht ter indicatie. Daarin ziet u op basis van de nieuwste declaratiecijfers hoe hoog uw afspraak bij de herschikking van dat jaar zou zijn. Ook staan de betalingen erin die we tot dan toe hebben verwerkt. We vragen u om op deze monitor te reageren. Met uw reactie zien we verwachte tekorten eerder aankomen en kunnen we u beter informeren.
Vaste afspraken blijven zo lang mogelijk uit. Zo kunnen we de keuze van de klant blijven volgen. Ook krijgt u ruimte om te ondernemen. Of we later toch overgaan naar vaste productieafspraken, hangt onder meer af van de kwaliteit van de aangeleverde declaraties en van de stand van de contracteerruimte in dat jaar. Komen er naar verwachting extra financiële middelen beschikbaar, zoals herverdelingsmiddelen? Dan nemen we die mee in ons besluit.
Bij een verwachte overschrijding van de contracteerruimte per sector zetten we het geld-volgt-klantmodel niet direct om naar vaste productieafspraken. In plaats daarvan laten we maandelijks zien over welk deel van de te leveren productie u een mogelijk financieringsrisico loopt. Ook volgen we nauwkeurig of omzetting naar productieafspraken nodig is.
Dreigt de procentuele onzekerheid over de financiële waarde van de geëxtrapoleerde gerealiseerde productie groter te worden dan 1%? Dan is ons uitgangspunt dat we het volledige geld-volgt-klantmodel omzetten naar productieafspraken. Dit noemen we een tussentijdse herschikking. Met het stellen van dit maximale risicopercentage geven we u meer duidelijkheid. Ook willen we zo risico’s voor de continuïteit van zorg beperken. Daarbij blijft ons uitgangspunt dat we zorg zo veel mogelijk financieren.
Vóór 1 juni van een kalenderjaar zetten we afspraken binnen het geld-volgt-klantmodel niet snel om. Dat doen we ook niet als er een verwacht tekort is van meer dan 1%. De reden is dat de beschikbare cijfers en de contracteerruimte dan nog veel onzekerheid kennen.
Gaan we over naar vaste productieafspraken? Dan laten we dat weten bij de publicatie van de zorgkosten. We baseren deze afspraken op de goedgekeurde geëxtrapoleerde productie van de maand waarover de gepubliceerde zorgkosten gaan. In de extrapolatie nemen we het bijbehorende onzekerheidspercentage en andere financiële afspraken, bijvoorbeeld voor regionale ontwikkeling mee. Wanneer hier sprake van is informeren we u over de vaste productieafspraken voor uw organisatie.
In de loop van ieder kalenderjaar maken we met u definitieve productieafspraken. Dat doen we via de definitieve herschikking. De herschikking vindt plaats binnen de contracteerruimte die de NZa aan ons toekent.
Bij de herschikking volgen we de keuze van de klant. Eerst leggen we toezeggingen vast die we eerder deden, bijvoorbeeld over complexe casuïstiek en regionale ontwikkeling. Daarna bepalen we de productieafspraak voor crisiszorg. Dat doen we op basis van de verwachte bezettingsgraad en gemaakte afspraken. Tot slot stellen we de herschikkingsafspraak vast op basis van de geëxtrapoleerde, goedgekeurde en gedeclareerde AW319-productie over 2026. De AW319 is de periodieke declaratie- en productieinformatie.
Zien we in de AW319-gegevens duidelijke trends, positief of negatief? Dan houden we daar rekening mee in de extrapolatie. Zijn de middelen per sector niet toereikend? Dan passen we een onzekerheidspercentage toe op de geëxtrapoleerde productierealisatie van dat jaar. Het is mogelijk dat de afspraak in de definitieve herschikking lager is dan de afspraak bij een eventuele tussentijdse herschikking.
Voor de definitieve productieafspraak gebruiken we de goedgekeurde declaratiegegevens uit de AW319 van het betreffende kalenderjaar. We gebruiken daarvoor uw goedgekeurde declaraties tot en met juni op peildatum 1 augustus van elk jaar als de basis voor de herschikking.
In de herschikkingsprocedure delen we de definitieve planning voor de herschikking. Daarin staan onder meer de peildatum en de maand die we gebruiken voor de extrapolatie. U leest daar ook hoe het afstemmen van de herschikkingsafspraak verloopt. We actualiseren deze procedure ieder jaar. Deze vindt u op onze website.
Naar verwachting moeten de definitieve productieafspraken uiterlijk 30 oktober van het betreffende jaar bij de NZa zijn ingediend. Om dat op tijd te doen, voeren we de herschikking in dat geval in september uit. We doen dit het liefst zo laat mogelijk in het jaar. Zo sluiten we zo goed mogelijk aan op de actuele keuzes van klanten.
We begrijpen dat het tijd kost om uw weg te vinden binnen de Wlz. We begrijpen ook dat het krijgen van klanten soms tijd kost. Daardoor vormen de eerste maanden van declareren binnen de Wlz soms geen goede basis voor de herschikking. Daarom maken we voor nieuwe zorgaanbieders een best mogelijke inschatting voor een realistische definitieve productieafspraak voor het betreffende jaar. Daarbij houden we rekening met uw situatie.
De nacalculatie sluit aan op de herschikking. Na afloop van ieder kalenderjaar stelt de NZa de aanvaardbare kosten per zorgaanbieder definitief vast. Dit heet de nacalculatie. Daarbij vormen de gerealiseerde productie en de overige kosten, die passen binnen de herschikkingsafspraak, het uitgangspunt. Hieronder vallen ook de vastgelegde financiële afspraken voor regionale ontwikkeling.
De nacalculatieprocedure publiceren we uiterlijk 31 december 2027 op onze website. In deze procedure leest u de definitieve planning en de werkwijze voor de nacalculatie.
Wij staan positief tegenover verzoeken om onderproductie en overproductie binnen 1 concern met elkaar te verrekenen. Dit kan gaan om 1 concern met overeenkomsten bij 1 of meer zorgkantoren. Het is uw verantwoordelijkheid dat de bedragen in de nacalculatie gelijk zijn. Wij stellen de definitief te verrekenen bedragen binnen het concern pas vast na controle van de nacalculatie over het betreffende kalenderjaar. Dat doen we omdat er nog correcties kunnen volgen.