Veelgestelde vragen wijkverpleging

Veelgestelde vragen van aanbieders van wijkverpleging aan Zilveren Kruis over zorginkoop en contracteren.

Het zorgplan bevat:

  • Ondersteuningsvragen
  • Zorgproblemen of verpleegkundige diagnoses
  • Concrete langetermijndoelen: Dit is een beschrijving van de beoogde resultaten
  • Beschrijving van de interventies/handelingen (uitgewerkte omschrijving van de zorginterventies) zodat de zorgverlener exact weet welke zorg aan de cliënt verleend moet worden
  • De geïndiceerde tijd per interventie

Zie verder de Richtlijn verslaglegging V&VN.

De wettelijke bewaartermijn is 15 jaar ‘of zoveel langer als uit de zorg van een goed hulpverlener voortvloeit’. De termijn van 15 jaar gaat in na afloop van de zorgverlening.

Lees hier meer over in de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO).

Ondertekening van het zorgplan door de klant is geen verplichting. Wel moet u als aanbieder kunnen aantonen dat de klant heeft ingestemd met de gemaakte afspraken in het zorgplan. Een voor de hand liggende optie is om dit via ondertekening door de klant te borgen. Ook andere manieren waarbij dit aantoonbaar is vastgelegd zijn mogelijk. De gedachte is verder dat afstemming over het zorgplan met de klant niet alleen plaatsvindt bij het stellen van indicering, maar een continu proces is gedurende het gehele zorgtraject.

De rapportage moet het verloop van de zorgvraag van de cliënt weergeven. De rapportage moeten daarom altijd levendige beschrijvingen bevatten van de observaties, omstandigheden of gebeurtenissen.

De rapportage moeten bruikbaar zijn om op/afwegingen te maken over de zorgvraag, doelen en acties tijdens een evaluatiemoment. Het is belangrijk om per zorgmoment een inhoudelijke rapportage te schrijven zodat een beeld gevormd kan worden over het verloop van de zorgsituatie van een cliënt. Daarom voldoet rapportage zoals 'zorg volgens zorgplan' niet.

Lees hier meer over in de richtlijn verpleegkundige en verzorgende verslaglegging van de V&VN, paragraaf 2.3.4: 

Richtlijn verslaglegging V&VN

In het Normenkader voor indiceren van V&VN wordt beschreven dat besluitvorming rondom het indiceren moet plaatsvinden op basis van het verpleegkundig proces (klinisch redeneren).

Om onzekerheid over de zorgsituatie van een cliënt te voorkomen moeten de volgende stappen in het zorgdossier worden opgenomen:

  1. Het opstellen van een anamnese (verheldering van de vraag).
  2. Het stellen van een verpleegkundige diagnose volgens een classificatiesysteem (Het gebruik van een classificatiesysteem draagt bij aan eenduidig taalgebruik. Zonder het gebruik van een classificatiesysteem kan niet gevolgd worden, op basis van welke informatie het verdere verpleegkundig proces is doorlopen.
  3. Beschrijving van een realistisch en haalbaar doel/resultaat, gericht op zelfmanagement, opgesteld en worden bijbehorende interventies.

De indicatiestelling wordt gedaan door een hbo-verpleegkundige
In het Normenkader voor indiceren van V&VN staat dat indicatiestelling en eventuele aanpassingen worden gedaan door een bachelor of master opgeleide verpleegkundige.(norm 2)

Lees meer hierover in het Normenkader V&VN

Dit document vormt een richtlijn, maar er kunnen door de mbo-verpleegkundige geen rechten aan worden ontleend. De gemaakte afspraken met de inkoper zijn leidend. Bij een (dreigend) tekort aan hbo-verpleegkundigen moet altijd contact opgenomen worden met de inkoper.

De kwantificering geeft inzicht in:

  • De hoeveelheid tijd die iedere interventie/handeling in beslag neemt én welke prestatie dit betreft.
  • Een eventuele toelichting door de wijkverpleegkundige waarom meer dan de gemiddelde zorgtijd nodig is door de zorgsituatie van de cliënt te beschrijven.

Lees meer hierover in richtlijn verpleegkundige en verzorgende verslaglegging van de V&VN en in de Inkoopgids Wijkverpleging 2015 van ZN.

De rol van de mantelzorger is het versterken van de eigen regie en zelfredzaamheid van de cliënt. In het zorgdossier wordt de verkenning van deze rol beschreven. Dus ook wordt een beschrijving van de rol verwacht als er geen mogelijkheden blijken te zijn om in deze vraag te voorzien.

Lees meer hierover in het Normenkader V&VN

De zorgvraag, doelen en acties in het zorgplan van een cliënt worden minimaal elk halfjaar geëvalueerd. Een evaluatie van het zorgplan vindt ook plaats, op het moment dat de zorgvraag en zorglevering meer dan 10% (naar boven of naar beneden) veranderd.

Lees meer hierover in de richtlijn verpleegkundige en verzorgende verslaglegging van de V&VN.

Declaraties kunnen binnen een bandbreedte van 10% van de geïndiceerde zorg worden gedeclareerd. Hieraan zitten de volgende voorwaarden verbonden:

  1. De structurele verandering in de zorgvraag en geleverde zorg wordt verslag van gemaakt zodat aansluiting tussen declaraties, zorgplan en geleverde zorg gemaakt kan worden.
  2. Het zorgplan wordt aangepast op het moment dat de geleverde en gedeclareerde zorg meer dan 10% afwijkt van de gesteld indicatie.

Maaltijdvoorziening valt onder de prestatie Persoonlijke verzorging binnen de wijkverpleging (Zvw) als een cliënt ‘behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop’ heeft. Dat is het geval als:

  •  de gezondheidssituatie snel kan veranderen en verslechteren.
  •  de cliënt al veel zorg krijgt van de huisarts of het ziekenhuis.
  •  de cliënt vanwege medische redenen niet zelf kan eten en drinken. De cliënt heeft bijvoorbeeld hulp nodig om het eten in de mond te brengen of er is een hoog risico dat de cliënt zich verslikt.

Maaltijdvoorziening valt onder de Wmo als:

  •  de cliënt geen indicatie heeft voor Wlz-zorg.
  •  de cliënt hulp bij het eten nodig heeft om zelfstandig te blijven wonen.
  •  de gebruikelijke hulp, mantelzorg of hulp van andere personen uit het sociale netwerk niet voldoende is.
  •  de cliënt geen behoefte heeft aan geneeskundige zorg (zie hierboven onder Zvw).

Lees hier meer over in het Gespreksdocument Grensvlakken Ouderenzorg (pdf).

De volgende 'begeleiding' valt onder de Zvw:

  1. De 'Begeleiding’ die onlosmakelijk is verbonden met de persoonlijke verzorging.
  2. De verpleging die vervlochten is met de persoonlijke verzorging en begeleiding, waaronder hulp bij chronische gezondheidsproblemen en/of complexe zorgvragen.
  3. Daarnaast vermeldt Zilveren Kruis het volgende op haar website: Begeleiding van familieleden tijdens de palliatief terminale fase kan gedeclareerd worden onder de prestatie Persoonlijke verzorging.

De volgende 'begeleiding' valt onder de Wmo:

1. De praktische en sociale hulp in het dagelijks leven (het aanbrengen en behouden van structuur in en regie over het persoonlijk leven). Een persoonlijke begeleider of coach helpt mensen om zelfstandig te (blijven) leven en/off ondersteunt een kind met een ziekte, beperking of gedragsproblemen.

Dit betreft bijvoorbeeld:

  • Hulp bij de administratie, post en financiën (overzicht krijgen over facturen, contracten, verzekeringen, enzovoort)
  • Hulp bij boodschappen doen
  • Hulp om huishoudelijke apparaten (te leren) bedienen
  • Woonbegeleiding (bijvoorbeeld leren om het huishouden te doen)
  • Hulp bij de opvoeding
  • Hulp om de dag in te delen en dingen te ondernemen
  • Contact zoeken met mensen in de omgeving
  • Hulp om te communiceren met anderen
  • Hulp om gedragsproblemen te verminderen

2. Hulp bij de persoonlijke verzorging vanwege een niet-medische oorzaak. Bijvoorbeeld als u een psychiatrische aandoening, een verstandelijke of een zintuiglijke beperking heeft.

Bron: Regelhulp

De tolk is soms nodig voor een juiste indicatiestelling
De verpleegkundige gebruikt hiervoor de ‘Kwaliteitsnorm tolkgebruik voor anderstaligen in de zorg’. Op basis van deze kwaliteitsnorm bepaalt de verpleegkundige of een tolk nodig is. Wij betalen in overleg de eventuele kosten voor een tolk.

In overleg met Zilveren Kruis zijn er diverse mogelijkheden
In het normenkader staat opgenomen staat opgenomen dat vervolgonderzoek gedaan kan worden indien nodig (norm 4). De verpleegkundige kan in overleg met Zilveren Kruis de mogelijkheid krijgen om bijvoorbeeld een of meerdere dagdelen aanwezig te zijn bij de klant om te observeren wat de exacte zorgvraag is of de zorgvraag zelf (mede) uit te voeren. Daarnaast mag er altijd een tussentijdse evaluatie met een PGB-houder gepland en gedeclareerd worden. Bij moeilijke situaties mag er ook met 2 personen een indicatie worden gesteld. Wij betalen de tijd die hiervoor extra nodig is. In geval van PGB kan dit onder de prestatie 1008, omdat het onderdeel is van de indicatiestelling.

Uw budget en tarieven vindt u op pagina 8 van uw overeenkomst wijkverpleging 2019. Deze kunt u inzien op het Zorgverlenersportaal, onder 'Uw overeenkomsten'. Onder de knop 'Praktijkgebonden informatie' - bij 'Centraal Portaal' - leest u hoe uw budget en integrale tarief wijkverpleging 2019 zijn berekend.

Beeldschermcommunicatie en farmaceutische telezorg vallen onder de integrale prestaties. U declareert deze met prestatie 1032 t/m 1037. U kunt niet declareren met prestatie 1017, 1018 en 1019.

Bij het declareren van Advies, Instructie en Voorlichting (AIV) is het belangrijk om met het volgende rekening te houden:

  1. AIV heeft een kortdurend karakter en past daarom niet in een structureel, wekelijks terugkerend, zorgarrangement.
  2. Indien voor een cliënt enkel AIV wordt gedeclareerd, dient voor deze cliënt ook een volledig zorgdossier beschikbaar te zijn. 

U declareert prestatie 1032 t/m 1037 met uw integrale tarief bij:

  • (Oproepbare) persoonlijke verzorging
  • (Oproepbare) verpleging
  • Gespecialiseerde verpleging
  • Advies, instructie en voorlichting
  • Beeldschermcommunicatie
  • Farmaceutische telezorg.

Het aantal geïndiceerde en gedeclareerde zorguren moet passen bij de zorgsituatie van de cliënt en daadwerkelijk geleverd zijn. Hier wordt geen maximum aan gesteld. Wel moet de gedeclareerde zorg altijd terug te herleiden zijn naar de geïndiceerde tijd in het zorgplan.

De wijkverpleegkundige moet bij een indicatiestelling voor de Zvw zich altijd afvragen of de cliënt al een Wlz indicatie heeft en of de cliënt op basis van de criteria onder de wet valt. Het is belangrijk dat de wijkverpleegkundige eventuele overwegingen om wel of geen aanvraag te doen voor de Wlz, zorgvuldig in het dossier beschrijft.

Het CIZ toetst de Wlz aanvraag en bepaalt of iemand toegang heeft tot de Wlz. Als een cliënt een Wlz indicatie heeft, dan kan de geleverde zorg niet binnen de Zvw worden gedeclareerd.

Het Zorginstituut Nederland geeft meer informatie over de Wlz

Nee, andere zorgverleners mogen het zorgplan niet aanpassen. Gezien het zorgplan direct verbonden is met de indicatiestelling (of zelfs gezien kan worden als zijnde de indicatie) is het aan de wijkverpleegkundige voorbehouden om hier wijzigingen in aan te brengen.

Ja, dit is toegestaan mits incidentele en structurele wijzigingen nauwkeurig worden bijgehouden en worden doorgevoerd in het systeem. De declaraties dienen namelijk aan te sluiten op de daadwerkelijk geleverde zorg.

Lees hier meer over in de beleidsregel Verpleging en Verzorging 2016 en 2017

Op 14 september 2018 ontvangt u per e-mail een uitnodigingsbrief met uw persoonlijke inloggegevens om in te loggen in het Zilveren Kruis zorgverlenersportaal. In het zorgverlenersportaal staat uw overeenkomst waarin de tarieven per prestatie en uw omzetplafond voor ELV laag complex en ELV hoog complex vermeld staan, met een uitleg hoe dit is berekend.

U kunt uw vragen aan ons stellen via het contactformulier.

U kunt uw vragen aan ons stellen via het contactformulier.

Op 14 september 2018 ontvangt u per e-mail een uitnodigingsbrief met uw persoonlijke inloggegevens om in te loggen in het Zilveren Kruis zorgverlenersportaal. In het zorgverlenersportaal staat uw overeenkomst waarin de tarieven per prestatie en uw omzetplafond voor ELV laag complex en ELV hoog complex vermeld staan, met een uitleg hoe dit is berekend.

Wij stellen de categorie van een zorgaanbieder vast op basis van de lineaire extrapolatie van de goedgekeurde declaraties GRZ van 1 januari 2017 tot en met 30 juni 2017 (exclusief onderhanden werk) van onze klanten. Als uw omzet kleiner dan € 1.000.000 was in 2017, bent u een reguliere zorgaanbieder. Als uw omzet groter dan of gelijk aan € 1.000.000 was in 2017, bent u een grote zorgaanbieder. Wij informeren u hierover in de budgetbrief die u vanaf 14 september 2018 in het Zilveren Kruis zorgverlenersportaal kunt lezen.

Als u in 2018 een vast volume had, baseren wij het vaste volume voor 2019 op uw werkelijke volume in 2017 en uw budget voor 2018. Als u in 2018 een vrij volume had, baseren wij het vaste volume voor 2019 op uw werkelijke volume in 2017. De realisatie in 2018 zal op het moment van het vaststellen van het volume 2019 nog onvoldoende bekend zijn om daar het volume 2019 op te baseren. We gebruiken de realisatie in 2018 (voor zover beschikbaar per 1 augustus 2018) wel voor een controle of uw instelling in 2018 een sterke groei laat zien. Als dat het geval is, zullen we daar het gesprek over aangaan.

In het Zilveren Kruis zorgverlenersportaal vindt u vanaf 14 september 2018 de basistarieven voor een vrij volume en de hogere tarieven voor een vast volume, inclusief rekenvoorbeelden voor uw eventuele omzetplafond. U maakt uw keuze voor een vast of vrij volume bij het digitaal ondertekenen van de overeenkomst, dit kan tussen 14 september en 26 oktober 2018.

Nee, dit is niet mogelijk. De keuze die u maakt bij het digitaal ondertekenen van de overeenkomst in het Zilveren Kruis zorgverlenersportaal geldt voor heel 2019.

Op pagina 2 ziet u het doelmatigheidsmodel waarbij de gemiddelde ligduur bij uw organisatie vergeleken met de ligduur van andere zorgaanbieders

Uw doelmatigheid is bepalend voor de vergoeding van uw (eventuele) overproductie voor ELV in 2019. Voor de berekening van het doelmatigheidsmodel, zoals getoond op pagina 2, hanteren we de behandelperiode van 01 juli 2018 t/m 31 december 2018 met als boekdatum t/m 28 februari 2019. Cliënten met een ligduur tot 14 dagen en met een ligduur van meer dan 90 dagen, worden uitgesloten van het doelmatigheidsmodel. Meer over deze doelmatigheidsberekening vindt u op pagina 4 en 5 van ons inkoopbeleid ELV 2019.

U ziet vanaf pagina 4 uw spiegelinformatie over de behandelperiode van heel 2018

In tegenstelling tot het doelmatigheidsmodel, op pagina 2, hanteren wij hierbij dus de gegevens van heel 2018. Op pagina 10 staat de gemiddelde ligduur berekening per prestatiecode bij deze berekening vindt er geen uitsluiting plaats van korte zorgtrajecten en hanteren we de behandelperiode van 01 januari 2018 t/m 31 december 2018 met als boekdatum t/m 28 februari 2019.

Het verschil in berekeningswijze en data selectie verklaart de verschillen tussen pagina 2 en de pagina’s 4 t/m 10. De gemiddelde ligduur op pagina 10 is onafhankelijk van uw doelmatigheid op pagina 2. Met de spiegelinformatie vanaf pagina 4 geeft Zilveren Kruis uw organisatie inzicht in de geleverde zorg en de verhouding ten opzichte van andere (grote) aanbieders.

Waarom zie ik een verschil bij ’gemiddeld aantal uur’ als ik sheet 6 met sheet 7 vergelijk?

Wij maken op sheet 6 en 7 onderscheid tussen twee verschillende doelmatigheidsmodellen Als u een verbeterafspraak met Zilveren Kruis heeft gemaakt, zijn er 2 verschillende doelmatigheidsmodellen in uw spiegelinformatie opgenomen. Het “doelmatigheidsmodel 2” ziet u alleen als u verbeterafspraak heeft gemaakt.

Op sheet 6 ziet u de uitkomsten van het 'doelmatigheidsmodel 1’. In dit model wordt uw gemiddelde uren per cliënt over Q1 2019 vergeleken met uw gemiddelde uren per cliënt over 2018. Op pagina 7 ziet u de uitkomsten van het ’doelmatigheidsmodel 2’. In het ’doelmatigheidsmodel 2’ wordt uw gemiddelde uren per cliënt over Q1 2019 vergeleken met andere gecontracteerde aanbieders waarbij er wordt gecorrigeerd voor populatiekenmerken.

De gemiddelde uren per cliënt per maand worden in het 'doelmatigheidsmodel 1' als volgt berekend:

De basis zijn de goedgekeurde declaraties op de prestaties 1031 t/m 1038 met de uzovi-codes Zilveren Kruis (3311), Interpolis (3313), OZF (3314), Avéro Achmea (3329) en FBTO (3351). Prestatie 1031, zonder specifieke doelgroep, is in 2019 geen onderdeel meer van de overeenkomst. Cliënten binnen de regio’s van Zorg in de Wijk en cliënten met gemiddeld meer dan 85 uur zorg per maand worden buiten beschouwing gelaten in deze berekening.

De gemiddelde uren per cliënt per maand worden op cliëntniveau berekend. Per cliënt moeten de totale uren in een jaar gedeeld worden door het aantal maanden waarin de betreffende cliënt zorg heeft ontvangen. Het aantal maanden is dus minimaal 1 en maximaal 12 en altijd een heel getal. De gemiddelde uren per cliënt per maand van de zorgaanbieder is het gemiddelde van alle geïncludeerde cliënten in een jaar. Deze doelmatigheidsscore wordt berekend voor 2018 en 2019. Het procentuele verschil tussen de score van 2018 en 2019 is de verandering in doelmatigheid. Is de score in 2019 lager, dan is sprake van een verbetering en bij voldoende verbetering wordt een tariefopslag behaald.

De gemiddelde uren per cliënt per maand worden in het 'doelmatigheidsmodel 2' als volgt berekend:

Het doelmatigheidsmodel beoordeelt zorgaanbieders op hun doelmatigheid door de gemiddelde kosten per cliënt per maand te vergelijken met andere zorgaanbieders.

Omdat de samenstelling van de populatie van een zorgaanbieder van invloed is op de kosten per maand, worden deze verschillen in het model gecorrigeerd. Wij houden rekening met de cliëntkenmerken leeftijd, geslacht en overlijden van een cliënt na de zorgperiode. Daarnaast bevat het model vanaf 2019 een regiokenmerk. Dit regiokenmerk wordt in het vereveningsmodel gebruikt en kent een regio een score toe op basis van stedelijkheid, aandeel niet-westerse allochtonen, gemiddeld inkomen, aandeel alleenstaanden, gestandaardiseerde sterfte, nabijheid van ziekenhuizen, huisartsen, en verpleeghuizen. Of een cliënt is overleden na een zorgperiode bepalen we door te kijken naar overlijden binnen 2 maanden na de laatst afgesloten zorgperiode.

De 2,5% cliënten (minimaal 1) met de hoogste en 2,5% cliënten met de laagste gemiddelde zorgkosten per maand van een zorgaanbieder worden niet meegenomen in de analyse. Uitschieters hebben hierdoor minder invloed op de uitkomsten van het model.

De prestatiecodes van het integrale tarief zijn in de analyses toegepast. Vanaf 2019 gebruiken wij hiervoor de prestatiecodes 1032 t/m 1039. Deze codes vindt u ook op pagina 4 van uw spiegelinformatie of in bijlage 7 van het inkoopbeleid Wijkverpleging 2019.

De volgende UZOVI-codes zijn gebruikt voor de analyses in de spiegelinformatie: Zilveren Kruis (3311), Interpolis (3313), OZF (3314), Avéro Achmea (3329), FBTO (3351) en De Friesland (3358). Voor het berekenen van het doelmatigheidsmodel hebben wij de volgende UZOVI-codes gebruikt: Zilveren Kruis (3311), Interpolis (3313), OZF (3314), Avéro Achmea (3329) en FBTO (3351). De UZOVI-code van De Friesland (3358) maakt geen onderdeel uit van de doelmatigheidsberekening waarbij de aanbieder vergeleken wordt met zichzelf.

De meest voorkomende reden is dat de dataselectie niet overeenkomt. Controleert u daarom nogmaals of de boek- en behandeldatum, UZOVI-codes en prestatiecodes overeenkomen. U kunt de berekeningstool gebruiken om de berekening uit te voeren. Heeft u de berekeningstool nog niet ontvangen? Mail dan naar naleving.dzg@zilverenkruis.nl.

Het kan zijn dat uw doelmatigheid in Q1 2019 minder doelmatig is dan uw doelmatigheid over heel 2018. We vergelijken een klein deel van 2019 met geheel 2018. Hierdoor hebben uitschieters meer effect op de berekening. Ook kan een declaratieachterstand de uitkomst beïnvloeden.

Uw werkelijke uren per cliënt per maand vergelijken wij met de verwachte uren per cliënt per maand. Het werkelijk aantal uren per cliënt per maand delen wij door het verwachte aantal uren per cliënt per maand. (werkelijk/verwacht). Bij een waarde groter dan 1 levert uw organisatie meer zorg dan verwacht op basis van de kenmerken van uw populatie. Deze waarde maakt het mogelijk om uw organisatie te vergelijken met andere gecontracteerde zorgaanbieders.

Heeft u een vraag?

Bel met ons

071 751 00 99

Maandag t/m vrijdag

8.00 - 18.00 uur

Heeft u een vraag over uw overeenkomst? Bel dan naar 071 751 00 61