Basisinformatie fysiotherapie in een instelling

U vindt hier uitgebreide informatie over het declareren van fysiotherapie in een instelling.

  • Uitleg indicatiecodes (wanneer gebruikt u welke indicatiecode)
  • Samenstelling locatiecode en pathologiecode (is ook overzicht van mogelijke diagnosecodes)
  • Niet-limitatieve / chronische lijst (inclusief maximale behandelperiodes)

U vindt meer informatie over het declareren van paramedische zorg op onze pagina's voor paramedici

Op basis van deze informatie kunt u de volgende retourcodes tot een minimum beperken:

  • 0613 ‘Prestatie is niet (volledig) declarabel volgens de verzekeringsvoorwaarden’
  • 3100 ‘Verwijsdiagnose paramedische hulp ontbreekt of is onjuist’
  • 3102 ‘Soort indicatie paramedische hulp ontbreekt of is onjuist’
  • 8009 ‘Diagnosecode ontbreekt of is onjuist’
  • 8058 ‘Combinatie paramedische diagnosecode en code soort indicatie paramedische hulp is onjuist’

Indicatiecode, locatiecode en pathologiecode

Indicatiecodes geven onderscheid aan tussen chronisch en niet-chronisch en tussen fysiotherapie, oefentherapie en bekkenfysiotherapie. U vult deze code in rubriek 04.53 ‘Code soort indicatie paramedische hulp’.

Chronische indicatiecodes

  • 008 - De eerste 20 behandelingen bij een chronische indicatie. Deze behandelingen vergoeden wij alleen uit aanvullende verzekeringen. Met een Controle op Verzekeringsrecht (CoV) kunt u zien of de verzekerde een aanvullende verzekering heeft.
  • 001 - Alle behandelingen vanaf de 21e behandeling bij een chronische indicatie. Volgt op de 20 behandelingen met indicatiecode 008. Let op de maximale looptijd van de chronische indicatie (Zie niet-limitatieve/chronische lijst)

Niet-chronische indicatiecodes

  • 009 - Alle behandelingen bij een niet-chronische indicatie. Deze behandelingen vergoeden wij alleen uit aanvullende verzekeringen. Met een Controle Op Verzekeringsrecht (COV) kunt u zien of de verzekerde een aanvullende verzekering heeft.
  • 010 - De eerste 9 behandelingen bekkenfysiotherapie bij urine-incontinentie.

Chronische indicatiecode

  • 001 - Alle behandelingen bij een chronische indicatie (Zie niet-limitatieve/chronische lijst)

Niet-chronische indicatiecodes

  • 003 - De eerste 18 behandelingen bij een niet-chronische indicatie.
  • 004 - De eerste 9 behandelingen kinderfysiotherapie bij een niet-chronische indicatie. U kunt deze behandelingen alleen declareren met een addendum kinderfysiotherapie.
  • 005 - Behandeling 10 t/m 18 van kinderfysiotherapie bij een niet-chronische indicatie.
  • 006 - De eerste 9 behandelingen oefentherapie.
  • 007 - Behandeling 10 t/m 18 van oefentherapie.
  • 009 - Alle behandelingen vanaf de 19e behandeling. Volgt op de 18 behandelingen met indicatiecode 003, de 9 behandelingen met indicatiecode 005 of de 9 behandelingen met indicatiecode 007.

De locatiecode en pathologiecode bestaan beide uit 2 posities en vormen samen de diagnosecode. U vult deze code in rubriek 04.52 ‘Verwijsdiagnosecode paramedische hulp’. Let op dat deze rubriek uit 8 posities bestaat. De diagnosecode wordt dus altijd voorafgegaan door 4 nullen.

Uit het Diagnose Coderings Systeem Paramedische Hulp (DCSPH) (pdf) kunt u herleiden welke locatiecode en pathologiecode van toepassing is. (Pagina 4 t/m 8)

Heeft u een vraag?

Bel met ons

071 751 00 99

Maandag t/m vrijdag

8.00 - 18.00 uur

Heeft u een vraag over uw overeenkomst? Bel dan naar 071 751 00 61